Herfst in de nieuwe kleren van de keizer
Datum: 24-10-2008
Casus
In 1989 werd in EG–verband de ‘tweede coördinatierichtlijn’ van kracht. Deze richtlijn introduceerde het principe van één enkele, voor de hele EG geldende bankvergunning: het zogenaamde ‘Europees paspoort’. Een kredietinstelling die in een lidstaat een vergunning heeft, mag binnen de EG elke bankactiviteit uitoefenen. Dit kan door oprichting van filialen of door rechtstreeks vanuit het land van vestiging diensten aan te bieden. De lidstaat van herkomst zorgt voor een algemene controle op de bankinstelling, terwijl het ‘gastland’ toezicht uitoefent op de activiteiten van de filialen op zijn grondgebied. Om landen als Noorwegen, IJsland en Liechtenstein – geen leden van de Europese Unie – tegemoet te komen, is met hen een afzonderlijk akkoord getekend over wederzijdse bankactiviteiten in –wat genoemd wordt– de Europese Economische Ruimte (EER). Wie deel uitmaakt van de EER mag dus ook in Nederland financiële diensten aanbieden. Aangetrokken door spaartegoeden van bijna € 240 miljard probeerde de IJslandse bank Landsbanski, na in 2006 de Britse markt veroverd te hebben, zich eind mei 2008 te positioneren op de Nederlandse spaarmarkt. Onder de naam Icesave (de ‘transparante spaarbank’) boden de IJslandse bankiers met 5 % (later 5,25 %) toen de hoogste rente op een internetspaarrekening. Het werd voor veel internetspaarders een schitterend voorjaar en een heel mooie zomer in de Europese Economische Ruimte. Maar terwijl nog veel EER spaarders aan het financieel nazomeren waren, bleek er voor velen van hen een wat minder warme herfst aan te komen. Op 7 oktober 2008 plaatste de IJslandse staat de financiële ziekteveroorzaker Landsbanski onder zijn controle. Een ijskoude polaire wind bereikte daarmee –niet voor iedereen helemaal onverwacht– vanuit het hoge noorden ons land. Veel EER spaarders, en dus ook Nederlandse, werden door de maatregel plotseling financieel verkouden of, erger, ziek. Voor onze nationale heelmeester, ‘De Nederlandsche Bank N.V.’ (DNB), aanleiding om dezelfde dag bij de Amsterdamse rechtbank een noodregeling aan te vragen voor de Icesave spaarders.
Van feitelijk geschil naar juridisch geschil
Icesave, internetfiliaal van Landsbanski, opereert sinds mei 2008 op de Nederlandse financiële markt en voldoet aan de Europese financiële spelregels. De internetbank valt onder de IJslandse toezichthouder FME en onder de depositogarantieregeling van de IJslandse centrale bank. T.b.v. spaarders die bij Icesave een rekening openden gaven de IJslandse autoriteiten een depositogarantie van € 20.887 af, terwijl de Nederlandse spaargarantieregeling op dat moment een dekking van maximaal € 38.000 (inmiddels opgetrokken tot € 100.000) inhield. Ingeval spaarders om wat voor reden dan ook hun spaargeld van de bank zouden willen halen en deze daardoor in acute liquiditeitsnood zou komen, zou de IJslandse centrale bank de (Nederlandse) spaarder tot een maximum van € 20.887 vergoeden, terwijl het restant voor rekening van DNB zou komen. De regeling bood DNB echter geen extra controlemogelijkheden. Bij de introductie van Icesave op de Nederlandse markt sprak DNB daarom met Landsbanski af dat Icesave het eerste jaar maximaal € 500 miljoen Nederlands spaargeld mocht aantrekken. Die grens overschreed de internetbank al een maand later. In een gesprek daarover met de IJslandse (toezichthoudende) autoriteiten, stelde DNB bedenkingen te hebben bij de soliditeit van Landsbanski. Deze werden echter door de IJslanders ter zijde geschoven. Op 27 augustus besprak DNB, nu in de persoon van haar president, nogmaals het soliditeitprobleem met de directie van de Landsbanski en met de IJslandse centrale bankpresident. De IJslandse gesprekspartners beklemtoonden dat de depositogarantie recht overeind stond. De twijfels die DNB daarover had werden er niet echt door weggenomen. Reële mogelijkheden om iets te doen, had zij echter niet. DNB diende namelijk in onderhavige zaak overeenkomstig eerder gemaakte Europese afspraken de gedragslijn van de IJslandse autoriteiten te volgen en zich te conformeren aan hun oordeel. Midden in de discussie over door DNB wenselijk geachte noodzakelijke veranderingen die in de weken daarop met de IJslandse verantwoordelijken was ingezet, zakte IJsland financieel door het ijs. Op 7 oktober plaatste de eilandstaat Landsbanski onder zijn controle. Icesave spaarders die hun tegoeden opvroegen werden door het bijkantoor van Landsbanski niet meer uitbetaald. Reden voor DNB om dezelfde dag de Amsterdamse rechtbank te verzoeken voor hen een noodregeling van toepassing te verklaren.
De wet
Art. 3: 160 Wet financieel toezicht (WFT) verklaart de rechtbank bevoegd, binnen het rechtsgebied waar de kredietinstelling haar zetel heeft, op verzoek van DNB in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uit te spreken, wanneer de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gevestigde kredietinstelling met een door DNB verleende (elektronische) bankvergunning, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is. Een niet meer solvabele kredietinstelling is nog wel gezond omdat haar bezittingen groter zijn dan haar schulden, maar het geld zit vast. Indien de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat die geen vergunning heeft, zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor haar of zijn verplichtingen ter zake van de door haar of hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, dan kan ingevolge art. 3:202 Wet financieel toezicht (WFT) de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de kredietinstelling dan wel het bijkantoor is gelegen, op verzoek van DNB t.a.v. deze in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling van toepassing verklaren. Vereiste voor toepasselijkheid van art. 3:202 WFT in onderhavige kwestie is dat Landsbanski geen bankvergunning (meer) heeft in IJsland.
De Amsterdamse rechtbank
Het verzoek van DNB wordt ex art. 3:162 tweede lid WFT in niet–openbare zittingen op 7, 9 en 13 oktober 2008 behandeld. Zij licht het verzoekschrift toe en Landsbanski heeft daartegen verweer gevoerd. DNB wil dat de rechtbank in het belang van crediteuren o.g.v. het bepaalde in de art. 3:160 en 3:202 WFT de noodregeling voor de duur van 1½ jaar van toepassing verklaart op het Nederlandse filiaal van Landsbanski, met benoeming van een bewindvoerder en een rechter-commissaris, omdat de bank vanwege acute liquiditeitsnood haar betalingen aan spaarders is gestopt. Landsbanski erkent de acute liquiditeitsnood. Spaarders hebben € 200 miljoen opgevraagd. Sinds 6 oktober 2008 zijn aan hen geen betalingen meer gedaan. De WFT kent volgens Landsbanski echter geen bevoegdheid toe aan DNB om de noodregeling te verzoeken, want het gaat in deze zaak om een niet rechtspersoonlijkheid bezittend bijkantoor van de in Reykjavik (IJsland) gevestigde Landsbanski. Alleen de IJslandse centrale bank is tot een dergelijke maatregel bevoegd. De rechtbank stelt het acute liquiditeitsprobleem van Landsbanski vast. Haar statutaire zetel is gevestigd in Reykjavik (IJsland) en niet in Nederland. Omdat het Nederlandse bijkantoor geen rechtspersoonlijkheid bezit, heeft dit ook geen statutaire zetel in Nederland. De rechtbank acht daarom art. 3:160 WFT in de onderhavige zaak niet van toepassing.
DNB betoogt verder dat Landsbanski in IJsland geen bankvergunning meer heeft, omdat zij haar activiteiten zou hebben gestaakt. Dat betwist Landsbanski. De rechtbank stelt vast dat het voor Landsbanski op dit moment door liquiditeitsnood niet mogelijk is spaarders, die tegoeden opvragen, uit te betalen. Maar er zijn wel activiteiten die zoveel mogelijk doorgang vinden, zoals het beheer van een kredietportefeuille met een nominale waarde van circa € 600 miljoen. Het enkele staken van de betalingen in Nederland is volgens de rechtbank daarom vooralsnog onvoldoende grond om aan te nemen dat de bankvergunning in IJsland is vervallen. Zij houdt echter de behandeling van de zaak aan totdat over de bankvergunning in IJsland meer duidelijkheid ontstaat. Op 13 oktober doet DNB verslag van haar overleg met de IJslandse toezichthouder FME op 10 oktober daaraan voorafgaand. Zij brengt als bewijsstukken in het geding een door FME uitgegeven persbericht en een door FME genomen beslissing betreffende de splitsing van Landsbanski in (Old) Landsbanski en (New) Landsbanski. DNB stelt naar aanleiding daarvan dat de Amsterdamse activiteiten achterblijven in (Old) Landsbanski. Tijdens voornoemd overleg heeft DNB te horen gekregen dat de vergunning van (Old) Landsbanski wordt ingetrokken. Hoewel daarvan ter zitting geen schriftelijke bevestiging kon worden overlegd, heeft het bestuur van de Nederlandse vestiging van Landsbanski bij gebrek aan wetenschap niet betwist dat geen vergunning (meer) aanwezig is voor ‘Old Landsbanski’. De rechtbank oordeelt dat zich thans de situatie voordoet die geregeld is in art. 3:202 WFT. Het Nederlandse filiaal van Landsbanski (nu: ‘Old Landsbanski’) is een bijkantoor van een bank met een zetel in een andere lidstaat, waarvan moet worden aangenomen dat die geen vergunning meer heeft. Vaststaat dat de liquiditeit van dit bijkantoor zodanig is dat het zijn verplichtingen ter zake van de door hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, want het heeft de betalingen aan spaarders die geld opvroegen gestaakt. De rechtbank verklaart in het belang van de gezamenlijke schuldeisers voor de duur van 1½ jaar de noodregeling van toepassing en benoemt twee bewindvoerders en een rechter-commissaris. Zij machtigt de bewindvoerders zowel tot overdracht van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van het Nederlandse bijkantoor van de vennootschap naar buitenlands recht Landsbanski Islands Hf, als tot gehele of gedeeltelijke liquidatie van het voornoemde bedrijf.
Aantekening
Voor spaarders, die een bedrag hebben ingelegd dat ligt onder het door de depositogarantieregeling gedekte bedrag, houdt de uitspraak in dat dit stelsel in werking treedt door het van toepassing worden van de noodregeling. Voor wie dit stelsel geen (volledige) dekking biedt maakt de noodregeling de bewindvoerders bevoegd tot het overdragen of liquideren van de in Nederland beheerde leningenportefeuille en andere activa.
Bij de wijze van splitsing van Landsbanski en de gevolgen daarvan voor IJslandse en buitenlandse rekeninghouders kunnen vanuit het oogpunt van gelijkheid vraagtekens worden gezet. Uit het FME persbericht valt wellicht af te leiden dat de IJslandse rekeninghouders wel volledig over hun tegoeden kunnen beschikken, terwijl het op dit moment niet aannemelijk is dat andere rekeninghouders volledige betalingen tegemoet kunnen zien. Een dergelijke bevoordeling verdraagt zich niet met het fundamentele rechtsbeginsel van gelijkheid van alle schuldeisers. Bij de uiteindelijke afwikkeling zullen alle bezittingen en schulden van (Old) Landsbanski in elk van de landen waarin de kredietinstelling actief is geweest betrokken moeten worden. Voornoemd beginsel dient, de door de IJslandse toezichthouder doorgevoerde splitsing ten spijt, daarbij uitgangspunt te zijn.
Bron: Noodregeling van toepassing op Landsbanski Islands
Gerelateerde boeken:
|
|
 |
De tweede, geheel geactualiseerde druk van dit boek behandelt de juridische aspecten van elektronische handel. Aandacht wordt besteed aan het regulatieve kader, de wettelijke informatieverplichtingen, bescherming van persoonsgegevens, spam, online reclame, ...
Onze prijs: : € 68,75

Leverbaar ( standaardvoorraad)
Boek | Ingenaaid | 260 bladzijden | Nederlands
xxxxxxxxxxxxxx | Druk: 2 | 2007
ISBN-13: 9789013048346 | ISBN-10: 901304834X
Meer informatie |
|
|
 |
De Wet op het financieel toezicht (Wft) is op 1 januari 2007 ingegaan. In deze wet zijn acht verschillende wetten opgegaan waarin eerder het toezicht op financiële ondernemingen werd geregeld. Reden voor deze bundeling was dat financiële ondernemingen ...
Onze prijs: : € 39,95

Leverbaar ( standaardvoorraad)
Boek | Ingenaaid | 144 bladzijden | Nederlands
xxxxxxxxxxxxxx | 2008
ISBN-13: 9789013051438 | ISBN-10: 901305143X
Meer informatie |
|
|
 |
De kredietcrisis is het zichtbare bewijs dat ons financiële systeem uit de hand is gelopen. Met een wereldwijde reddingsoperatie van centrale bankiers wordt sinds de zomer van 2007 geprobeerd het systeem draaiende te houden. Zelden heeft een financieel-economisch ...
Onze prijs: : € 17,50
Prijs e-book: € 9,95 (EPUB formaat [DRM])

Leverbaar
Boek | Ingenaaid | 200 bladzijden | Nederlands
xxxxxxxxxxxxxx | 2008
ISBN-13: 9789046804018 | ISBN-10: 9046804011
Meer informatie |
|
|
 |
Een gezin neemt door het jaar heen diverse financiële beslissingen. Denk aan het kopen van een huis, sparen voor een studie van de kinderen, het bijsparen voor een extra pensioen en de eventuele vermogensoverdracht aan de kinderen. Dit boek geeft uitgaande ...
Onze prijs: : € 19,95

Leverbaar
Boek | Ingenaaid | 202 bladzijden | Nederlands
xxxxxxxxxxxxxx | Druk: 2 | 2004
ISBN-13: 9789064760914 | ISBN-10: 9064760918
Meer informatie |