Aansprakelijkheid bij leidingschades
Leverbaar
Deze studie onderzoekt hoe het leerstuk van de leidingschades in de Nederlandse jurisprudentie is gevormd en welke invloed dat heeft gehad op de kernthema's van het aansprakelijkheidsrecht. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel handelt over de aansprakelijkheid voor schade die door derden aan leidingen wordt toegebracht. Het tweede deel behandelt het spiegelbeeld daarvan: de aansprakelijkheid van de leidingbeheerder voor schade die door leidingen aan derden wordt berokkend. Daarbij komt ook datgene ter sprake waarin de beide delen elkaar overlappen: het regres van de aansprakelijke beheerder op de grondroerder ingeval de schadevergoedingsplicht van de beheerder jegens derden door een fout van de grondroerder is ontstaan. Inhoudsopgave Lijst van afkortingen xi Inleiding 1 Deel 1 Schade aan ondergrondse leidingen 7 1.1 De bouwstenen van de onrechtmatige daad 7 1.2 Onrechtmatigheidsgronden 9 1.2.1 Inleiding 9 1.2.2 Rechtsinbreuk 9 1.2.3 Wettelijke plichten 21 1.2.4 Wederzijdse zorgplichten 22 1.2.5 Conclusie 23 1.3 Toerekening 25 1.3.1 Inleiding 25 1.3.2 Schuld 25 1.3.3 Toerekening krachtens de wet 28 1.3.4 Toerekening krachtens verkeersopvattingen 29 1.3.5 Toerekening bij rechtsinbreuk 29 1.3.6 Toerekening bij schending wettelijke plicht 30 1.3.7 Toerekening bij schending zorgvuldigheidsnorm 31 1.3.8 Conclusie 31 1.4 Schade 33 1.4.1 Definitie 33 1.4.2 Concreet/abstract 33 1.4.3 Staat/Knebel: waardevermindering als objectieve maatstaf 34 1.4.4 Waardevermindering ontstaat onmiddellijk 36 1.4.5 De schadevergoeding beloopt tenminste de waardevermindering 37 1.4.6 Waardevermindering gelijk aan objectief berekende herstelkosten 38 1.4.7 Bij herstel in eigen bedrijf ook objectieve maatstaf; loonkosten 39 1.4.8 Geen schadevaststelling zonder schade 40 1.4.9 Het begrip ‘waarde’ 41 1.4.10 Nieuw voor oud 42 1.4.11 Het spiegelbeeld van ‘nieuw voor oud’: restschade 49 1.4.12 Degeneratieschade 50 1.4.13 Conclusies 55 1.5 Relativiteit 57 1.5.1 Inleiding 57 1.5.2 Drie relatieve verbanden 57 1.5.3 P ositief en negatief 58 1.5.4 De correctie Langemeijer 58 1.5.5 Leidingschades 59 1.5.6 Conclusie 62 1.6 Causaliteit en omkeringsregel 63 1.6.1 V estigings- en omvangsfase 63 1.6.2 O mkeringsregel 66 1.6.3 V oorgeschiedenis 67 1.6.4 V eralgemenisering 68 1.6.5 E en raadselachtig pleonasme 69 1.6.6 E ssent/Ploegam 71 1.6.7 Het bewijsrechtelijke aspect 73 1.6.8 Het materiële aspect: causaliteit 74 1.6.9 Omvangsfase: Nacap/Shellfish 74 1.6.10 Nacap/Shellfish: causaliteit 78 1.6.11 Nacap/Shellfish: relativiteit 80 1.6.12 Nacap/Shellfish: omkeringsregel 81 1.6.13 V erhaal van compensatievergoedingen 85 1.6.14 BR-4 c.s./Liander: schade 91 1.6.15 BR-4 c.s./Liander: plicht tot leveringsherstel? 92 1.6.16 BR-4 c.s./Liander: Nacap/Shellfish revisited 93 1.6.17 BR-4 c.s./Liander: taak van de burgerlijke rechter 96 1.6.18 Conclusies 96 1.7 Leidingschades en omkeringsregel 99 1.7.1 De grote afwezige 99 1.7.2 De paradox van de paraplu 99 1.7.3 De optelsom van Akkermans 100 1.7.4 De verzwegen premisse 102 1.7.5 De empirische toetsing getoetst 103 1.7.6 Ter Hofte/Oude Monnink 103 1.7.7 Beurskens/notarissen 103 1.7.8 Dicky Trading II 104 1.7.9 Hoe de rechter moet wegen 105 1.7.10 Conclusie methode - Akkermans 105 1.7.11 Het vermeende causaliteitsvereiste 106 1.7.12 ‘Vooralsnog vooralsnog’ causaliteit 109 1.7.13 Geen causaliteit maar relativiteit 110 1.7.14 Wat de rechter mag wegen 110 1.7.15 De hypothese van de paraplu 111 1.7.16 Het belang voor de dagelijkse rechtspraktijk 115 1.7.17 Conclusie 116 1.8 Zorgplichten: rechtsbronnen 117 1.8.1 Jurisprudentie 117 1.8.2 AV L 117 1.8.3 AV SL 117 1.8.4 Graafcode 118 1.8.5 CROW-richtlijn 119 1.8.6 Conclusie 120 1.9 Zorgplichten: inhoud 123 1.9.1 Inleiding 123 1.9.2 Informatieplicht van de beheerder 123 1.9.3 KLIC 123 1.9.4 Wat uit de tekeningen blijkt 127 1.9.5 Lokaliseren 128 1.9.6 Nadere mededelings- en waarschuwingsplichten beheerder 131 1.9.7 Zorgvuldig grondroeren 136 1.9.8 V oor welke werken de onderzoeksplicht geldt 137 1.9.9 O p wie de onderzoeksplicht rust 138 1.9.10 O p wiens inlichtingen men af mag gaan 140 1.9.11 Gevolgen van het niet-voldoen aan de onderzoeksplicht 141 1.9.12 Conclusie 142 1.10 WION 143 1.10.1 Karakter en oorsprong van de wet 143 1.10.2 Het NEN-onderzoek 143 1.10.3 Het consultatietraject 146 1.10.4 Wijzigingen in de informatie-uitwisseling 148 1.10.5 Consequenties voor de grondroerder 149 1.10.6 Consequenties voor de opdrachtgever 151 1.10.7 Consequenties voor de leidingbeheerder 152 1.10.8 Consequenties voor de derde benadeelde 153 1.10.9 Wetgeving bij memorie van toelichting 155 1.10.10 De illusie van de ‘kloppende tekeningen’ 159 1.10.11 Conclusies m.b.t. de aansprakelijkheid van de beheerder 161 1.10.12 Meldplicht afwijkende ligging 163 1.10.13 Registratie van ‘weesleidingen’ 164 1.10.14 Conclusie 165 1.10.15 O pinie en aanbevelingen 166 1.11 Kring van aansprakelijken 169 1.11.1 Kwalitatieve aansprakelijkheid ex art. 6:170 en 171BW 169 1.11.2 Delfland/Stoeterij 170 1.11.3 Het ‘uiterlijke eenheidsvereiste’ 173 1.11.4 Koeman/Sijm Agro 174 1.11.5 Het ‘uiterlijke eenheidsvereiste’ nader beschouwd 175 1.11.6 Hoe de loonwerker van kleur verschoot 177 1.11.7 De gehanteerde criteria 178 1.11.8 O p zoek naar het juiste criterium 179 1.11.9 De waarneming van de benadeelde 180 1.11.10 Conclusie 181 1.12 Kring van beschermden: de derde benadeelde 183 1.12.1 Inleiding 183 1.12.2 O nrechtmatigheid, relativiteit 183 1.12.3 Schade 185 1.12.4 Causaliteit 185 1.12.5 Het floodgates-argument 186 1.12.6 E igen schuld 187 1.12.7 Invloed WION 189 1.12.8 Conclusie 189 1.13 Leidingschade als schadevaring 191 1.13.1 Inleiding 191 1.13.2 Wettelijk kader 191 1.13.3 U itwerking: schuld van het schip 194 1.13.4 U itwerking: verkorte verjaring 195 1.13.5 U itwerking: beperkingsrecht 197 1.13.6 Leidingschade als schadevaring 199 1.13.7 Conclusie 205 Deel 2 Schade door ondergrondse leidingen 207 2.1 De kwalitatieve aansprakelijkheid van art. 6:174 BW 207 2.1.1 Inleiding 207 2.1.2 Beperkingen 208 2.1.3 Tenzij-formule 210 2.1.4 Tenzij: samenval in de tijd 212 2.1.5 Gebrekkigheid 215 2.1.6 Regres op de veroorzaker van het gebrek 218 2.1.7 Tenzij-formule bij doorlopende schade 220 2.1.8 Reflexwerking van art. 6:174 BW 221 2.1.9 Conclusie 223 2.2 Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten 225 2.2.1 Inleiding 225 2.2.2 De insluiting van de uitsluiting 227 2.2.3 RVS/Gartner 229 2.2.4 De insluiting van de uitsluiting nader beschouwd 231 2.2.5 De ‘verborgen verzekeraar’ 234 2.2.6 Conclusie 235 Conclusies 237 Summary 245 Bijlage A - Concept wetsontwerp WION t.b.v. consultatie 251 Bijlage B - Concept Memorie van Toelichting 257 Jurisprudentieregister 273 Lijst van geraadpleegde literatuur 279 Curriculum vitae 287 Trefwoorden 289
Gebonden | 292 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2011
Rubriek: