Beursfraude effectief aangepakt; Een onderzoek naar het toezicht en de regulering van de Nederlandse en Amerikaanse effectenwetgeving
Leverbaar
Beursfraude (overtredingen van effectentypische regelgeving) moeten in beginsel bestuursrechtelijk worden afgedaan. Dat concludeert Marjorie Jap-A-Joe Blagrove in haar promotie-onderzoek. Daar waar het bestuursrecht te kort schiet omdat een vergunningplichtige (rechts)persoon bijvoorbeeld zonder vergunning handelt, kan het strafrecht alsnog een uitweg bieden. Het onderzoek van Jap-A-Joe Blagrove concentreert zich op de vraag wat de positie is van de Nederlandse toezichthouder(s) in de handhaving van de effectenwetgeving. Voorts bestudeert zij de verhouding tussen de Nederlandse en de Amerikaanse toezichthouder. Tot slot gaat zij de betekenis na van het strafrecht bij de handhaving van de effectenwetgeving in Nederland en de Verenigde Staten van Amerika. In de strijd tegen beursfraude kan de Nederlandse toezichthoudende Autoriteit Financiƫle Markten (Autoriteit-FM) effectief te werk gaan via het bestuursrecht, al dan niet via een bestuursrechtelijke procedure, concludeert de onderzoeker. Verder stelt zij vast dat de Nederlandse wetgever zich -voor zover van toepassing op de Nederlandse situatie- lijkt te laten inspireren door het handelen van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC). Dit uit zich onder meer bij de invoering van nieuwe wetgeving, zoals de bevoegdheid voor de Autoriteit-FM om boetes en dwangsommen op te leggen.
Gebonden | 300 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2003
Rubriek: