Biertje, Casper?
Leverbaar
Kortaf zegt de tuinman: 'Eerst de scherven bijeenvegen, dan de schalen, vazen en bloempotten die nog niet kapot zijn, terugzetten. Verder de uitgerukte bloemen en planten opnieuw poten. Als dat klaar is, zie ik je weer.' Het kerkhof ligt naast de kerk. Er tegenover ligt het café. Het café waar Kevin eergisteren het ene na het andere glas bier voor hem mee naar buiten smokkelde. Casper herinnert zich de bittere smaak van de eerste glazen nog goed. Daarna meende hij dat hij de hele wereld aankon. Alles was grappig en niets was moeilijk. Langzaam begint het tot Casper door te dringen wat er allemaal verkeerd is gegaan. Het begon allemaal toen hij bij het zoeken naar een tennisbal twee piepende jonge hondjes in een doos vond. Hij zou ze zo graag willen houden, maar zowel zijn moeder als zijn vader vinden dat het niet kan. De ene week woont Casper bij zijn moeder de andere week bij zijn vader. Een situatie waar hij zich nog niet bij neergelegd heeft. Zijn nieuwe vrienden, Kevin en Boy, zijn eigenlijk de enigen die met hem mee leven. Eerst was hij een beetje bang voor ze, ze zijn een stuk ouder en doen allemaal stoere dingen. Als Casper op de kermis flink veel bier meedrinkt gaat het helemaal mis. Al zijn boosheid en verdriet over de scheiding van zijn ouders en het afstaan van de hondjes, reageert hij met zijn dronken hoofd af door alles kapot te gooien wat hij tegenkomt. In het politiebusje lijkt het even nooit meer goed te komen.
Gebonden | 110 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2009
Rubriek: