Tijssens

De betekenis van de deskundigheid van de opdrachtgever voor de waarschuwingsplicht van de aannemer naar Nederlands en Duits recht

Wolf Legal Publishers (WLP)
€ 15,00

Leverbaar

Bij de bouw van een zwembad maakt de aannemer gebruik van een door de opdrachtgever voorgeschreven constructie. Als gevolg van deze voorgeschreven constructie zijn er in het zwembad lekkages opgetreden. Indien de van de opdrachtgever afkomstige constructies onjuistheden bevatten, is de aannemer verplicht de opdrachtgever daarvoor te waarschuwen op grond van art. 7:754 BW. Maar wat nu, als de opdrachtgever zelf moet worden aangemerkt als specialist in de zwembadbouw? Moet de aannemer de even deskundige of zelfs deskundigere opdrachtgever desondanks waarschuwen voor de verkeerd voorgeschreven constructie? Deze vraag, of de deskundigheid van de opdrachtgever een rol speelt bij de beoordeling van de waarschuwingsplicht van de aannemer, doet zich in het bouwrecht regelmatig voor. Lange tijd is de Raad van Arbitrage voor de Bouw de enige rechtsprekende instantie geweest die zich in dit kader met de vraag naar de rol van de deskundigheid van de opdrachtgever bezig hield. Pas in 1998 heeft de Hoge Raad zich daar voor het eerst over uitgelaten. Deze uitspraak en latere jurisprudentie van de Hoge Raad maken duidelijk dat beide rechtsprekende instanties een andere opvatting hebben over de rol die de deskundigheid van de opdrachtgever speelt bij de vraag of de aannemer had moeten waarschuwen. Een aantal vonnissen die Chao-Duivis in een recente publicatie omtrent dit onderwerp noemt, doen echter vermoeden dat de Raad van Arbitrage van opvatting is veranderd. Zou de Raad van Arbitrage wellicht zijn beïnvloed door de denklijn van de Hoge Raad? Chao-Duivis spoort aan tot nader onderzoek. Zij zou de jurisprudentie van de Raad van Arbitrage en de Hoge Raad graag in kaart gebracht zien worden. Deze aansporing van Chao-Duivis was voor mij aanleiding om nader onderzoek te doen naar de deskundigheid van de opdrachtgever bij de waarschuwingsplicht van de aannemer. In mijn onderzoek wil ik beoordelen of de Raad van Arbitrage de denklijn van de Hoge Raad heeft overgenomen. Daartoe zal allereerst de betekenis van de waarschuwingsplicht aan bod komen. Daarna zal aandacht worden besteed aan de ‘oude’ opvatting van de Raad van Arbitrage en de opvatting van de Hoge Raad over de deskundigheid van de opdrachtgever. Vervolgens zal ik onderzoek doen naar recente uitspraken van de Raad van Arbitrage en bekijken in hoeverre de Raad van Arbitrage van opvatting is veranderd. Tenslotte zal ik aangeven hoe naar mijn idee invulling dient te worden gegeven aan de vraag of de deskundigheid van de opdrachtgever een rol moet spelen bij de beoordeling van de waarschuwingsplicht van de aannemer. Deze vraag zal ik mede in het licht van het Duitse recht beantwoorden. Door een externe rechtsvergelijking te doen, hoop ik meer inzicht te verkrijgen in de verschillende manieren waarop aangekeken kan worden tegen de deskundigheid van de opdrachtgever. Net als in Nederland, kent men ook in Duitsland autonome bouwregelgeving en is de waarschuwingsplicht ook daar sterk beïnvloed door de jurisprudentie op basis van die autonome bouwregelgeving. Om die reden heb ik gekozen voor een rechtsvergelijking met Duitsland. Zoals blijkt uit het bovenstaande bestaat mijn onderzoek uit twee delen; een interne rechtsvergelijking tussen de opvatting van de Hoge Raad en de Raad van Arbitrage en een externe rechtsvergelijking tussen Nederland en Duitsland. Vandaar dat ook mijn onderzoeksvraag uit twee delen bestaat. Het eerste deel van de onderzoeksvraag luidt: In hoeverre is de opvatting van de Raad van Arbitrage met betrekking tot de vraag of de deskundigheid van de opdrachtgever een rol behoort te spelen bij de vaststelling van de waarschuwingsplicht van de aannemer, naar aanleiding van de uitspraken van de Hoge Raad vanaf 1998, opgeschoven in de richting van de opvatting van de Hoge Raad? De vervolgvraag luidt: Welke rol behoort de deskundigheid van de opdrachtgever te spelen bij de vaststelling van de waarschuwingsplicht van de aannemer? Met dit onderzoek hoop ik meer duidelijkheid te geven omtrent de vraag of de aannemer in een concreet geval wel of niet dient te waarschuwen voor fouten/gebreken in het ontwerp. Het antwoord op deze vraag is niet alleen rechtswetenschappelijk van belang, maar is met het oog op rechtszekerheid natuurlijk ook zeer relevant voor de rechtspraktijk. De aannemer moet namelijk weten waar hij aan toe is met betrekking tot zijn waarschuwingsplicht.

Paperback | 40 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2009
Rubriek:

  • NUR: Privaatrecht
  • ISBN-13: 9789058504937 | ISBN-10: 905850493X