De genocidewet in internationaal perspectief
Leverbaar
In 2001 organiseerde Jura Falconis in samenwerking met het Instituut Internationaal Recht van de K.U. Leuven een studiedag over de bestraffing van internationaalrechtelijke misdaden. Rode draad doorheen dit collogquium was de verhouding van de Genocidewet met het internationaal (straf)recht. Deze wet is nog steeds uniek en heeft tot ver buiten de Belgische grenzen zowel bewondering als controverse opgeroepen. De Wet geeft aan de Belgische rechter immers universele rechtsmacht over internationaalrechtelijke misdaden wat betekent dat eenieder die van genocide, misdaden tegen de mensheid of oorlogsmisdaden wordt beschuldigd, in België kan worden vervolgd, ongeacht de plaats van de misdaad, de nationaliteit van de dader of het slachtoffer, de plaats waar de dader wordt gevonden en zonder rekening te houden met een eventuele immuniteit. Omwille van deze niet-erkenning van immuniteiten werd België onlangs door het Internationaal Gerechtshof op de vingers getikt. Dit arrest 'Yerodia', diplomatieke gevoeligheden en de zware werklast voor het parket hebben de Wet en haar toepassingsgebied opnieuw ter discussie gesteld. Dit boek uit de reeks 'Jura Falconis Libri' bundelt de referaten van de sprekers op deze studiedag. De bijdragen handelen over de definiëring en stafbaarstelling van internationaalrechtelijke misdaden, de problematiek van universele jurisdictie en het vraagstuk van immuniteiten. Daarnaast wordt stilgestaan bij de verhouding van de nationale strafrechter met enerzijds het Joegoslavië- en Ruandatribunaal en anderzijds het toekomstige internationale Strafgerechtshof. Ook worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de toepassing van de Wet in de praktijk. Tot slot geven vier specialisten hun mening over de conformiteit van de Wet met het internationaal recht, mede in het licht van het arrest 'Yerodia'.
300 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2002
Rubriek: