Molier

De (on)rechtmatigheid van humanitaire interventie; respect voor staatssoevereiniteit versus bescherming van mensenrechten?

Boom
€ 77,00

Leverbaar

In dit proefschrift staat de vraag naar de rechtmatigheid van humanitaire interventie centraal. De bombardementen van de NAVO op de Federale Republiek Joegoslaviƫ begin 1999 maakten duidelijk hoe gecompliceerd het dilemma is waarvoor de doctrine van humanitaire interventie de internationale gemeenschap plaatst wanneer staten overgaan tot het gebruik van geweld ter bescherming van mensenrechten zonder toestemming van de Veiligheidsraad. In geval van een humanitaire interventie ontstaat er een conflict tussen het beginsel dat staten elkaars soevereiniteit dienen te respecteren enerzijds en het beginsel dat staten fundamentele mensenrechten dienen anderzijds. De vraag is daarom aan welk beginsel voorrang moet worden gegeven. Op het eerste gezicht lijkt de beantwoording hiervan eenvoudig. Het VN-Handvest verbiedt het gebruik van geweld met uitzondering van twee situaties: geweldgebruik door of met toestemming van de Veiligheidsraad en ter zelfverdedigin na een gewapende aanval. Sinds het einde van de Koude Oorlog heeft zich echter een aantal ontwikkelingen voorgedaan dat een heroverweging van het vraagstuk naar de rechtmatigheid van humanitaire interventie lijkt te rechtvaardigen. Aan de hand van een bespreking van de geschiedenis van de doctrine van humanitaire interventie, het VN-Handvest, jurisprudentie, de statenpraktijk tijdens en na de Koude Oorlog, alsmede de opvattingen van gezaghebbende schrijvers geeft de auteur aan welke benadering van de vraag naar rechtmatigheid van humanitaire interventie juridisch het meest verantwoord is.

Ingenaaid | 430 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2003
Rubriek:

  • NUR: Internationaal (publiek)recht
  • ISBN-13: 9789054543817 | ISBN-10: 9054543817