De wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens : over het bewaren en gebruiken van gegevens over telefoon- en internetverkeer ten behoeve van de opsporing
Leverbaar
Dit rapport gaat over de wijze waarop de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens uitwerkt in de praktijk. De centrale gedachte achter de bewaarplicht is dat bepaalde gegevens over telefoon- en internetverkeer van belang kunnen zijn voor de opsporing en vervolging van ernstige misdrijven. Het feit dat deze gegevens standaard voor een bepaalde periode moeten worden opgeslagen, is echter een terugkerend punt van discussie. Zowel in Nederland als op Europees niveau bestaat behoefte aan meer inzicht in het gebruik door politie en justitie van de gegevens die op grond van de Nederlandse Wet bewaarplicht worden opgeslagen. Dit onderzoek richt zich zowel op de wijze waarop de wet is vormgegeven als op vragen over het gebruik van de opgeslagen gegevens in de praktijk. Er is relatief veel aandacht besteed aan de wijze waarop de bewaarde gegevens gebruikt worden in de praktijk om daarmee inzicht te bieden in het nut en de noodzaak van de bewaarplicht. Door de opkomst van de mobiele telefoon, de smartphone en communicatiemogelijkheden via het internet is het communiceren op afstand de afgelopen jaren sterk veranderd. Hierdoor is de privacygevoeligheid van de opgeslagen gegevens veranderd, tegelijkertijd is de informatie die opvraagbaar is door opsporingsdiensten minder nuttig geworden omdat de wet niet meer aansluit bij de huidige manieren van communiceren. Met de inzichten uit dit rapport kunnen discussies over deze ontwikkelingen worden gevoerd.
Ingenaaid | Nederlands
1e druk | Verschenen in 2014
Uit de serie: Onderzoek en beleid-reeks WODC
Rubriek: