Een rechtseconomische analyse van het Nederlandse onrechtmatigedaadsrecht
Leverbaar
De drie hoofddoelen van het onrechtmatigedaadsrecht die in de hedendaagse Nederlandse juridische literatuur worden onderscheiden (compensatie, preventie en schadespreiding), komen in de rechtseconomische doelstelling (het minimaliseren van de kosten van schadeveroorzakende gebeurtenissen) alle terug, zij het dat compensatie wordt gezien als middel waarmee de doelen van preventie en schadespreiding worden nagestreefd. In deze studie wordt onder meer onderzocht of de drie onrechtmatigheidsvormen uit artikel 6:162 BW vanuit rechtseconomisch perspectief alle zelfstandig bestaansrecht hebben, of dat de zorgvuldigheidsnorm uiteindelijk steeds bepalend is. Voorts wordt betoogd dat de rechtseconomische invulling van de zorgvuldigheidsnorm - het afwegen van de zorgkosten tegen de schade die ermee kan worden voorkomen - steun vindt in het Nederlandse recht. Vervolgens wordt de onderlinge verhouding tussen onrechtmatigheid en toerekenbaarheid en tussen fouten risicoaansprakelijkheid onderzocht. De risicoaansprakelijkheden uit het Nederlandse recht worden rechtseconomisch beoordeeld en veel ervan blijken goed in het rechtseconomisch denkkader te passen. Bij de wettelijke verplichting tot schadevergoeding blijkt onder meer dat de schadevergoeding bij overlijden veel te laag is, dat de leer Demogue-Besier, die een causaal verband tussen de onrechtmatigheid van de daad en de schade vereist, in ere moet worden hersteld, en dat veel van de elementen uit de toerekening naar redelijkheid niet bij de causaliteit thuishoren of zelfs helemaal irrelevant zijn. Ten slotte wordt betoogd dat het relativiteitsvereiste van artikel 6:163 BW kan worden geschrapt. Het systematische analysekader van de rechtseconomie maakt het mogelijk het welles-nietes-karakter van het beroep op gezaghebbende auteurs en rechterlijke uitspraken te ontstijgen en kan aan juristen relevante inzichten verschaffen.
Ingenaaid | 387 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2006
Rubriek: