Geschiedenis van de Algemene Bank in Nederland, 1860-1914, deel II
Leverbaar
Voor deze studie begint de geschiedenis van de algemene banken in de jaren 1861-1865, omdat in die jaren twaalf banken zijn opgericht waarvan de voornaamste doelstelling was het verlenen van krediet voor eigen rekeing alsmede het aannamen van gelden in deposito en in rekening-courant. Dit zijn precies de criteria voor een algemene bank in de huidige Wet toezicht kredietwezen. ook speelt mee dat de Nederlandsche bank in 1863 verplicht werd naast haar hoofdkantoor in Amsterdam een over Nederland verspreid net van kantoren op te zetten. Het doel hiervan was de grote kredietfaciliteiten van de Nederlandsche Bank in alle delen van het land meer direct regionaal beschikbaar te stellen. De auteur beschrijft de oprichting en de eerste schreden van elk van de algemene banken in Nederland en laat zien dat de grondvesting van ons bankwezen gepaard ging met een sterke toename van de bancaire kredietverlening in ons land. Aan de beschrijving van deze bancaire Grundungswelle, gaat een schets vooraf van ons geld- en effectenwezen voor 1861, beginnend bij de oprichting van DNB in 1814. Daarbij wordt aandacht besteed aan de rol van DNB, de kassiers, commissionairs in effecten, en bankiers en tevens aan de primitieve wijze waarop toendertijd het betalingsverkeer werd afgewikkeld.
Gebonden | Nederlands
Verschenen in 1996
Rubriek: