Hiaten in de strafrechtelijke rechtsbescherming; een onderzoek naar aanleiding van het gebruik van het kort geding in strafzaken
Leverbaar
Stelt u zich het volgende eens voor. Hebt u net een lange reis achter de rug met uw papegaai, wordt het dier op Schiphol in beslag genomen omdat u gehandeld zou hebben in strijd met allerlei regelgeving betrekking hebbend op de in- en uitvoer van beschermde diersoorten. U in de stress, vogel in de stress. Dat u in de stress bent geschoten is nog te overzien maar dat uw vogel in de stress is geschoten, is in dit geval veel erger. U hebt namelijk een papegaai die lijdt aan een afwijking. Het zogenaamde featherpicking. Simpel gezegd : het beest plukt zichzelf helemaal kaal in geval van spanning. Er is dus veel aan gelegen om dat te voorkomen. U praat als Brugman met de betrokken autoriteiten om uw vogel weer vrij te krijgen, maar helaas. Het dier is en blijft in beslag genomen. Wat nu te doen? U kunt uiteraard de strafvorderlijk aangewezen weg nemen en op de voet van art. 552a Sv een klacht indienen over het beslag. Over tien dagen bent u aan de beurt, zo vreest u. Wat is wijsheid? U spant uit wanhoop een kort geding aan. Het is immers van groot belang dat u uw papegaai op zo kort mogelijke termijn weer onder uw hoede kunt nemen. De bovengeschetste situatie is een van de vele die u in dit boek zult tegenkomen. De meeste zijn echter bij lange na niet zo exotisch. Het onderzoek vindt zijn oorsprong in het gebruik van het kort geding door personen die op een of andere manier bij een strafbaar feit betrokken zijn (geraakt). De vraag die rees was: waarom is een kort geding aangespannen? Bood het strafrechtelijk stelsel geen of onvoldoende rechtsbescherming? Besloten werd het verschijnsel dat in kort geding werd geprocedeerd over strafzaken, aan een nader onderzoek te onderwerpen. Hoe moest het gebruik van het kort geding worden geduid? Tegen welke achtergrond moest het worden geplaatst?
Ingenaaid | 400 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2002
Rubriek: