Hoge bonussen en gekorte pensioenen : waarom de kosten van vermogensbeheerders relevanter zijn voorde pensioenhoogte dan het generatieconflict
Nog niet verschenen
Babyboomers hebben alle tijd en geld van de wereld, jongeren moeten straks bloeden voor die luxe oude dag. Zo wordt het pensioenconflict van links tot rechts neergezet. Maar het beeld van een generatiestrijd tussen jong en oud is misplaatst. Er is een andere oorzaak voor dat tekort: het feit dat de kosten elk jaar stijgen en inmiddels 6 miljard euro bedragen. De kostenstijging hangt samen met en is het gevolg van de financialisering van pensioenfondsen. Ooit was het pensioen een arbeidsvoorwaarde, sinds de jaren negentig is het een financieel product. Pensioenfondsen zijn inmiddels een klein onderdeel van een lange keten van uitbestedingen, bestuurslagen en vermogensbeheerders, waar salarissen en bonussen een veelvoud zijn van de Balkenendenorm. Fondsen beleggen inmiddels steeds meer in risicovolle producten en de kosten stijgen. Het had allemaal tot goede prestaties moeten leiden, maar dat is niet het geval gebleken. Een structurele kostenbesparing van 12% zou onderwijl voldoende zijn om de kortingen ongedaan te maken.In het eerste deel schetst Hollanders hoe een combinatie van polderende sociale partners, geprivatiseerde fondsen en een dominante bonuscultuur hebben geleid tot de huidige kortingen. Hij laat zien dat het frame van een generatieconflict de werkgevers en vermogensbeheerders wel goed uitkomt. In het tweede deel biedt de auteur ook een oplossing.-David Hollanders is econometrist, historicus en econoom. Hij is docent aan het Utrecht University College en Tilburg University.
Ingenaaid | 156 pagina's | Nederlands
1e druk | Verschenen in 2014
Rubriek: