Intelligente voertuigen, veiligheidsregulering en aansprakelijkheid
Leverbaar
Anti-blokkeer-remsystemen, elektronische stabiliteitsprogramma's en Adaptive Cruise Control zijn waarschijnlijk slechts voorbodes van een vorm van totale 'automatisering' van het autorijden. De mogelijkheden die de techniek biedt lijken welhaast eindeloos. De invoering van dit soort systemen is echter omgeven met een groot aantal vragen. Zullen de verwachte effecten op de veiligheid of de capaciteit zich in de praktijk ook daadwerkelijk voordoen? In hoeverre kan 'automatisering' van de rijtaak leiden tot negative gedragsaanpassingen? En hoe staan automobilisten tegenover het overnemen van hun rijtaak door de techniek - zullen ze deze inmenging accepteren? En welke juridische vragen brengt de toepassing van deze technologie mee? Welke consequenties heeft deze voor de aansprakelijkheid voor ongevallen? In de dissertatie waarop hij op 16 december 1004 aan de Technische Universiteit promoveerde brengt Kiliaan van Wees de juridische aspecten van automatische voertuiggeleiding Advanced Driver Assistance Systems (ADAS) - in kaart. Promoters waren prof. dr.ir. R.E.C.M. van der Heijden en prof.mr. N.J.H. Huls en toegevoegd promotor was mr.dr. W.W. Wijting. Aan de orde komen na een inleidend hoofdstuk over de kenmerken van ADAS eerst de publiekrechtelijke veiligheidseisen. Eisen ten aanzien van constructie en prestaties, keuringen e.d. worden in belangrijke mate beheerst door het internationaal recht. De voertuigreglementering is in toenemende mate het exclusieve domein van de EG geworden met een centrale rol voor de kaderrichtlijn 70/156/EEG. Er moet een juiste balans zijn tussen bescherming, een vrije handel en innovatie; belangrijkste kritiekpunt hier betreft de traagheid van besluitvorming. Het derde deel van het onderzoek is gewijd aan de privaatrechtelijke aansprakelijkheidsaspecten. Wie kan mogelijk voor welke schade aangesproken worden bij een ADAS-gerelateerd ongeval? Na een algemeen hoofdstuk over (enkele belangrijke ontwikkelingen in) het aansprakelijkheidsrecht wordt afzonderlijk aandacht besteed aan de mogelijke implicaties van ADAS voor de aansprakelijkheid van de automobilist. Van Wees concludeert dat uit een oogpunt van rechtszekerheid, evenals tegen de achtergrond van de langlopende discussie over de herziening van het verkeersaansprakelijkheidsrecht, een expliciete wettelijke regeling de voorkeur verdient. Hierbij zijn grofweg twee alternatieven denkbaar: een risicoaansprakelijkheid of een stelsel van verkeersverzekering. Vervolgens komt de productaansprakelijkheid voor ADAS aan de orde: de Europese Richtlijn van 1985, die de basis vormde voor artikel 6.3.3. BW, en artikel 6:12 als (aanvullende) grondslag voor aansprakelijkheid. Volgens van Wees kan niet worden gesteld dat het bestaande aansprakelijkheidsrecht belemmeringen opwerpt voor de ontwikkeling van op zichzelf staande ADAS die ingrijpen in het aansprakelijkheidsrecht rechtvaardigen. Tot slot doet van Wees aanvullende aanbevelingen van de overheid, de rechter, de producent en intermediare organisaties ten aanzien van hun rol bij de ontwikkelingen van ADAS.
Ingenaaid | 260 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2004
Rubriek: