Meijerman

Inter- and intra-individual variation in earprints

Barge's Anthropologica
€ 10,00

Leverbaar

Inbrekers en andere criminelen leggen soms, voordat ze een pand betreden, hun oor te luister aan deuren of ramen om te bepalen of iemand in het pand aanwezig is. Tijdens het luisteren creëren de vettige afscheidingen die van nature aanwezig zijn op de huid, een afdruk van de oorschelp en van een gedeelte van de wang op het oppervlak waaraan men heeft geluisterd. Dergelijke latente oorafdrukken kunnen zichtbaar gemaakt worden met behulp van technieken die ook worden toegepast om vingerafdrukken veilig te stellen, en kunnen mogelijk dienen als identificatiemiddel. In het FearID onderzoeksproject, gefinancierd door de Europese Unie, hebben diverse Europese instellingen, elk met hun eigen expertise, hun krachten gebundeld in een poging de bewijswaarde van oorafdrukken als identificatiemiddel te onderzoeken en praktische toepassing te vereenvoudigen door middel van een systeem voor het opslaan en vergelijken van oorafdrukken. Barge’s Anthropologica (Leids Universitair Medisch Centrum) was één van de onderzoekspartners in dit project. Het onderzoek waarvan verslag is gedaan in dit proefschrift werd uitgevoerd in het kader van genoemd onderzoeksproject. Het potentieel van de oorschelp voor identificatie is geen nieuw verworven inzicht. Nog voordat het gebruik van vingerafdrukken gemeengoed werd in forensisch onderzoek, maakten diverse metingen aan het oor deel uit van een systeem waarmee de identiteit van gevangenen vastgesteld en opgeslagen werd. In hoeverre is de afdruk van het oor echter bruikbaar als identificatiemiddel? Er blijken grote verschillen te bestaan tussen oorafdrukken van verschillende oren. Diverse afdrukken van één oor verschillen echter ook onderling. Verschillen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door variatie in de kracht die is uitgeoefend op het oppervlak om de oorschelp af te sluiten. Verschillen in de manier van aanleggen van het oor aan het oppervlak (waarbij bijvoorbeeld de wang niet altijd een even grote rol speelt) kunnen ook variatie in oorafdrukken van één oor veroorzaken, almede de duur van luisteren en de diversiteit in het materiaal waaraan geluisterd wordt. Een essentieel probleem dat men men derhalve moet onderzoeken kan worden geformuleerd in een tweeledige vraag: Is variatie tussen afdrukken van verschillende oren (de inter-individuele variatie) groot genoeg, en variatie tussen meerdere afdrukken van één oor (de intra-individuele variatie) klein genoeg, om aan te mogen nemen dat we een oorafdruk kunnen herkennen als afkomstig van een bepaald oor? In de praktijk betekent het beantwoorden van deze vraag dat we een inschatting dienen te maken hoe groot de kans is dat we oorafdrukken van verschillende oren niet als zodanig kunnen herkennen. Alleen als de kans dat we een oorafdruk onterecht zullen aanwijzen als behorend bij één bepaald oor acceptabel klein wordt geacht, zal de oorafdruk gebruikt kunnen worden als identificatiemiddel in forensisch onderzoek, dus als opsporingsmiddel, en misschien zelfs als bewijs tegen een verdachte tijdens een rechtszaak. Het inschatten van deze kans gebeurt door middel van een statistische analyse van een groot aantal kenmerken in oorafdrukken. Daartoe worden de kenmerken van een oorafdruk bestudeerd en geclassificeerd, en beoordeeld op hun diagnostische waarde. Hoe karakteristiek is een bepaald kenmerk? En niet minder belangrijk: hoe stabiel? Hoe gedraagt het kenmerk zich in verschillende afdrukken van hetzelfde oor? In hoeverre kan men bij verschillen tussen oorafdrukken nog spreken over mogelijke intra-individuele variatie, en wanneer mag deze als inter-individuele variatie worden aangemerkt? Om deze vragen te beantwoorden is het noodzakelijk eerst kennis te vergaren over de oorzaken van intra-individuele variatie. Deze kennis kan vervolgens gebruikt worden om de condities te bepalen waaronder afdrukken moeten worden afgenomen wil men tot een volledig beeld komen aangaande de realistische variabiliteit van verschillende onderdelen in oorafdrukken van een enkel oor. Vervolgens kan de variabiliteit in afdrukken van hetzelfde oor vergeleken worden met de variabiliteit in afdrukken van verschillende oren. Inter-individuele variatie wordt bestudeerd door afdrukken van grote aantallen mensen te vergelijken. Tijdens het tot stand komen van dit proefschrift zijn afdrukken van beide oren van meer dan 500 verschillende mensen bestudeerd. In totaal zijn er door het FearID onderzoeksteam oorafdrukken van meer dan 1350 verschillende mensen bekeken. Het bestuderen van intra-individuele variatie is mogelijk gemaakt door van elk oor drie tot vijf afdrukken te maken. Hiertoe luistert elke donor meerdere malen aan een oppervlak. De ontstane latente afdrukken worden vervolgens gepoederd met fijn aluminiumpoeder. Dit poeder kleeft alleen aan het oppervlak dat in aanraking is geweest met het oor en de wang en daardoor enigszins vettig is geworden. Door het gepoederde oppervlak vervolgens met een kleverige, zogenaamde zwarte ‘gel lifter’ te bedekken, wordt de gepoederde afdruk verplaatst naar de gel, waarna deze veilig gesteld kan worden door het met transparante folie te bedekken. De oorafdrukken worden vervolgens gedigitaliseerd en bestudeerd.

Ingenaaid | 230 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2006
Rubriek:

  • NUR: Straf- & strafprocesrecht
  • ISBN-13: 9789080645691 | ISBN-10: 9080645699