Juridische mogelijkheden voor de gemeente om aansluiting van woonschepen op het riool af te dwingen
Leverbaar
Woonschepen vallen onder de reikwijdte van het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk water en daardoor is het verbod op lozing op het oppervlaktewater van toepassing. De Woningwet, het Bouwbesluit en de bouwverordening zijn alleen van toepassing op woonschepen als aangenomen wordt dat zij vallen onder het begrip ‘bouwwerk’ als bedoeld in de Woningwet. Tot nu toe heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraken dit voor woonschepen uitsluitend aangenomen als er sprake was van plaatsgebondenheid door middel van een verankering in de bodem. In jurisprudentie over andere verplaatsbare mobiele bouwsels kwam de Afdeling tot de conclusie dat zij ook als plaatsgebonden kunnen worden beschouwd als de bedoeling aanwezig is om de constructie permanent of gedurende een lange tijd op één plaats aanwezig te laten zijn. Dit pleit ervoor om woonschepen met een vaste ligplaats onder het begrip ‘bouwwerk’ in de zin van de Ww te laten vallen. Hierdoor is de aansluitplicht van woonschepen direct te herleiden tot een wet in formele zin en is aan de legaliteitsvereiste voldaan. Gezien de behandelde jurisprudentie moet er echter vooralsnog vanuit worden gegaan dat (verreweg) de meeste woonschepen geen bouwwerk in de zin van de Woningwet zijn. De gemeente kan de aansluitplicht van woonschepen op de riolering ook gestalte geven door gebruik te maken van haar autonome verordeningsbevoegdheid. Of deze constructie juridisch haalbaar is, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de gemeente de ondergrens, de zijgrenzen en de bovengrens van zijn autonome verordeningsbevoegdheid respecteert. Betoogd is dat de aansluitverplichting in de woonschepenverordening niet tot overschrijding van deze grenzen leidt. Daarbij dient ook te worden opgemerkt dat van doorkruising van relevante hogere regelingen door de aansluitbepaling in de woonschepenverordening geen sprake is. Betoogd is dat de aansluitverplichting een toelaatbare aanvulling van de hogere regelingen vormt. Bij de handhaving van de aansluitplicht is de Awb van toepassing. Handhaving is een discretionaire bevoegdheid, onder omstandigheden kan het bestuursorgaan van handhaving afzien. Gezien ook de gemeentelijke zorgplicht en de systematiek van de Wm en de Wvo is het niet waarschijnlijk dat er ruimte is voor het afzien van handhaving van de aansluitplicht. Ten aanzien van de handhaving van het lozingsverbod is het waterschap bevoegd. Samenwerking tussen waterschap en de gemeente is geboden, omdat de bevoegdheid tot handhaving van de aansluitplicht bij B en W berust.
Gebonden | 34 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2007
Rubriek: