Lex et historia; waardeoordeel over wet en recht in de profane Latijnse historiografie
Leverbaar
De Romeinen waren trots op hun grootse krijgsverrichtingen en hun geschiedschrijvers beschreven deze dan ook uitgebreid. Toch is er in de Romeinse geschiedschrijving ook wel degelijk aandacht voor binnenlands bestuur en politieke verwikkelingen. Een belangrijk element daarin, de wetgeving, wordt in dit boek uitgelicht; het onderzoekt de opvattingen van bekende en minder bekende antieke auteurs over wet en recht. Onder meer Ceasar, Livius, Tacitus en Ammianus Marcellinus passeren de revue. Zo komt Tacitus naar voren als een verklaard tegenstander van wetgeving ter bestraffing van hoogverraad, terwijl Suetonius en Ammianus Marcellinus deze juist beschouwen als een onontbeerlijk hulpmiddel voor keuzers om zich te vrijwaren van aanvallen op hun persoon. Livius op zijn beurt, een traditionalist pur sang, blijkt verrassend genoeg niet enthousiast over bij wet vastgelegde kledingvoorschriften, waarmee men hoopte praalzucht en extravagant gedrag de kop in te drukken. En de eensgezindheid waarmee vrijwel alle auteurs zich kunnen distantiëren van politici die opdeling van het bouwland van grootgrondbezitters onder armelui bepleitten, toont eens te meer aan hoezeer de geschiedenis van Rome bezien werd door een aristocratische bril. In 'Lex et Historia' komen de Romeinse geschiedschrijvers chronologisch aan bod en worden hun opvattingen over wet en recht aan de hand van passages uit hun eigen werk geanalyseerd. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de wijze waarop de betreffende auteurs hun opvattingen verwoorden én aan de vraag in hoeverre daarbij sprake is van onderlinge beïnvloeding en door de traditie bepaalde formuleringen.
Ingenaaid | 395 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2006
Rubriek: