Minimumharmonisatie in het Europees recht; vormen, begrip en gevolgen
Leverbaar
Bij de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in 1957 waren de doelstellingen gericht op economische samenwerking tussen de zes lidstaten. Door verschillen in opvattingen tussen het steeds groter wordende aantal lidstaten in het vaak moeilijk om in Europese wetgeving tot een compromis over het noodzakelijke beschermingsniveau te komen. Bij minimumharmonisatie maakt de Europese wetgever een belangenafweging tussen het realiseren van de interne markt en een goede bescherming van het algemeen of publieke belang. Dit onderzoek richt zich op het begrip minimumharmonisatie, de herkenning ervan en de gevolgen die deze harmonisatiemethode heeft voor de bevoegdheden van de lidstaten. Hierbij is niet specifiek één beleidsterrein onderwerp van studie, maar wordt een overzicht gegeven van de manier waarop minimumharmonisatie zich op verschillende beleidsterreinen manifesteert.
Ingenaaid | 191 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2006
Uit de serie: Europese monografieën
Rubriek: