Omzien in verwondering; terugblik op tien jaar Vlaamse wooncode
Leverbaar
Hoe gaat het eigenlijk met het Vlaamse woonbeleid sinds de invoering van de Vlaamse Wooncode in 1997? Zit het (eindelijk) op kruissnelheid, vraag die we reeds stelden in 2002 na vijf jaar en waarop het antwoord duidelijk “neen” was? Zijn er dan vragen en problemen? Jazeker. Heeft de Vlaamse Wooncode stabiliteit en rechtszekerheid gebracht? Dat is niet evident, al was het maar door de toch wel talrijke wijzigingen die zijn aangebracht. En zit er een trend in die wijzigingen, wat de instrumenten en de instellingen betreft? Welke regelingen kenmerken het woningkwaliteitsbeleid, de sociale huur en de premies en toelagen voor particulieren? Op belangrijke vlakken moet worden vastgesteld dat de uitvoeringsreglementering lang op zich heeft laten wachten: we denken aan het uniform sociaal huurbesluit. Intussen in is de Vlaamse overheid grondig gereorganiseerd in het kader van Beter Bestuurlijk Beleid (BBB). Welke gevolgen heeft dat voor de organisatie van het woonbeleid? In de strijd tegen de huisjesmelkerij heeft de decreetgever de instrumenten voor de kwaliteitsbewaking versterkt. Zo kan een administratieve herstelvordering worden ingesteld voor de rechter en kan de burgemeester een snelrechtprocedure toepassen. Wat zijn hiervan de concrete gevolgen voor de pratkijk? Wat indien deze vorderingen samenvallen met een herstelvordering op basis van het huurrecht of op basis van de wetgeving op de ruimtelijke ordening? En de lokale dimensie van het woonbeleid? Welke rol nemen de gemeenten daarbij aan: beleidsbepaling, ondersteuning, coördinatie? In deze publicatie behandelen de auteurs achtereenvolgens het institutioneel en financieel kader, de diverse aspecten van woningkwaliteit, het stelsel van de sociale huur, de premies en toelagen voor particulieren, de voorkooprechten en de verkoop van de sociale woning. Voorts komt de stand van zaken van het onderzoek in verband met woonbeleid aan bod.
Ingenaaid | Nederlands
Verschenen in 2007
Rubriek: