Groote

Onrechtmatige daad & internet; een rechtsvergelijkende analyse van art. 5, sub 3 EEX-verordening

Larcier
€ 208,70

Leverbaar

Het internet is een vehikel bij uitstek voor internationale activiteiten. Voor de studie van het internationaal privaatrecht is het bijgevolg een uitgelezen proeftuin. Dit boek wil de diepere maatschappelijke betekenis van netwerkcomplexen juridisch duiden en toetsen. Het neemt de problematiek van de internationale bevoegdheid als uitgangspunt. Een concreet voorbeeld, genomen uit de rijke staalkaart aan onderzochte rechtspraak, licht dit toe: een Australische zakenman, voelde zich beledigd door een bericht in de onlineversie van het economisch magazine Barron's, van de Amerikaanse uitgever Dow Jones. Dient hij zich te wenden tot de rechter van zijn eigen woonplaats of de rechter in de Verenigde Staten en wat met de andere plaatsen waar de website toegankelijk is? Dit zijn slechts enkele van de vragen waarop de diepgaande analyse van art. 5, 3 EEX-Verordening antwoorden wil formuleren. Het Internet blijkt meer en meer een vron voor vaak grensoverschrijdende rechtsvorderingen. Auteursrecht, handelspraktijken, merkenrecht en persoonlijkheidsrechten zijn slechts enkele voorbeelden van de domeinen waarin zich steeds vaker betwistingen voordoen. Het boek staat daarom stil bij de diverse elementen die de bevoegdheidsproblematiek bij deze betwistingen beïnvloeden. Met art. 5,3 EEX-Verordening als leidraad, behandelt het boek de internationale bevoegdheidsvraag bij vorderingen betreffende onrechtmatige handelingen op het internet. Met zijn antwoorden wil het boek echter verder gaan. Het formuleert vuistregels voor een adekwate bevoegdheidsregeling die ook buiten de informatietechnologisch context en zelfs buiten de studie art. 5,3 relevant zijn. Bovendien bevat het een waaier aan overwegingen betreffende de vraag of en hoe de traditionele internationaal privaatrechtelijke aanknoping aan de locus delict inzake extracontractuele verbintenissen zich in een steeds sneller evoluerende omgeving kan handhaven. De ontwikkeling van het internet is het voorbeeld bij uitstek van de uitdagingen voor deze aanknoping. Het boek analyseert en vergelijkt de Europese en de Amerikaanse benadering van het bevoegdheidsvraagstuk. Hiertoe onderzoekt het diepgaand de wijze waarop het Amerikaans recht personal jurisdiction toewijst in betwistingen die het internet een grensoverschrijdende dimensie verleent. De confrontatie van art. 5,3 en de Amerikaanse toekenning van internet jurisdiction brengt de voor- en nadelen van beide systemen aan het licht. De toetssteen vormt daarenboven een brug tussen de Europese en Amerikaanse kijk op het bevoegdheidsprobleem. Hij legt hun gelijkenissen en verschillen bloot. In de confrontatie van beide benaderingen zoekt het boek dan ook suggesties om de toewijzing van internationale bevoegdheid in beide systemen te optimaliseren, die ook buiten de context van het Internet een meerwaarde kunnen betekenen.

Ingenaaid | 638 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2005
Rubriek:

  • NUR: Ondernemingsrecht
  • ISBN-13: 9782804416713 | ISBN-10: 2804416712