PPS in de polder; de betekenis van publiekprivate samenwerking voor de borging van duurzame ruimtelijke kwaliteit op Vinex-locaties
Leverbaar
De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de woonomgeving in Vinex-wijken nu en voor de toekomst is gewaarborgd. Het mogen niet de probleemwijken van de volgende generatie worden. Marktpartijen, zoals projectontwikkelaars, zijn mee verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging. Zij hebben op de meeste Vinex-locaties door grondaankopen publiekprivate samenwerking (PPS) min of meer afgedwongen. Maar is met PPS duurzame ruimtelijke kwaliteit wel goed gewaarborgd? Een analyse van de Vinex-plannen voor Leidsche Rijn, Ypenburg en Vathorst wijst uit dat de gemeenten een beperkte visie hadden op duurzame ruimtelijke kwaliteit. Ook betrokken zij marktpartijen en toekomstige bewoners nauwelijks bij het opstellen van de plannen. De bewoners van Vinex-wijken zijn desondanks tevreden over hun woning, maar minder over hun woonomgeving. Er zijn bijvoorbeeld problemen met de bereikbaarheid, parkeergelegenheid, voorzieningen, de veiligheid en levendigheid van de wijken en de woningdichtheid. Veel aandacht van de overheid gaat uit naar het stedenbouwkundig ontwerp, maar veel minder naar leefbaarheid en aantrekkelijkheid voor bewoners, de vitaliteit van de wijk en de noodzakelijke flexibiliteit. Die flexibiliteit is nodig om soepel in de kunnen spelen op toekomstige veranderingen in de woonvraag, die bijvoorbeeld door vergrijzing ontstaan. Om een duurzame ruimtelijke kwaliteit te waarborgen moeten gebiedsontwikkelingsplannen flexibeler zijn en veel beter aansluiten op de behoeften van de bewoners. In elke PPS moeten consumenten en marktpartijen eerder en ook actiever bij het opstellen van de plannen worden betrokken. Tegelijkertijd moet concurrentie tussen projectontwikkelaars worden gestimuleerd. Dat blijkt tot meer kwaliteit te leiden.
Ingenaaid | 251 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2006
Rubriek: