Protection for databases; the European database directive and its effects in the Netherlands, France and the United Kingdom
Leverbaar
Informatie wordt veelal ontsloten door middel van databanken. Voorbeelden op internet zijn het spoorboekje en vacature- en huizensites, maar databanken bestaan ook op CD-Rom of papier zoals programmagidsen, telefoon- en woordenboeken. Sinds de invoering van de Databankrichtlijn in 1996 kent de Europese Unie naast het auteursrecht een nieuwe vorm van bescherming voor databanken: het sui generis recht of databankrecht. Dit recht komt toe aan de producent die substantieel geïnvesteerd heeft in de productie van een databank en beschermt hem tegen de overname van substantiële delen daaruit. De Databankrichtlijn bevat echter veel vage begrippen, wat uit oogpunt van Europese harmonisatie problematisch is. Ook bestaat de kans dat het sterke databankrecht informatiemonopolies in de hand werkt. Zo is de vraag of bij de invoering ervan wel voldoende rekening is gehouden met de belangen van (potentiële) concurrenten en non-profit gebruikers. In dit proefschrift wordt de bescherming van databanken via het databankrecht en auteursrecht kritisch onder de loep genomen. Dit gebeurt mede aan de hand van een vergelijking van de rechtspraak en literatuur in Nederland, Frankrijk en Engeland. Conclusie is dat het wenselijk is om de bescherming voor databanken op diverse punten aan te passen. Vage begrippen zouden verhelderd kunnen worden en de positie van concurrenten en non-profit gebruikers versterkt. De auteur doet hiervoor suggesties.
Gebonden | 436 pagina's | Engels
Verschenen in 2007
Rubriek: