Recht en religie; de civiele dimensie van godsdiensten als geestelijke grondslag van de democratische rechtstaat
Leverbaar
In dit boek wordt de vraag gesteld betreffende de voorwaarden van waaruit de democratische rechtsstaat leeft, maar die door deze rechtsstaat zelf niet gegarandeerd kunnen worden, laat staan afgedwongen kunnen worden. Deze geestelijke infrastructuur van het recht bestaat uit het morele en spirituele kapitaal van de samenleving, van waaruit het recht als legitiem geldend recht door justitiabelen erkend en ervaren kan worden. Onmiskenbaar schuilt er een religieuze dimensie in zowel het individueel normbesef als in het publieke ethos, de publieke moraal. Wat mensen ten diepste bewogen houdt enerzijds en in hoeverre ze zich iets gezeggen laten anderzijds, hangt nauw met elkaar samen. Tot voor kort was het christelijk geloof een vanzelfsprekendheid in de samenleving. Als zodanig vormde het dan ook de onuitgesproken spiritueel-morele infrastructuur van de samenleving als geheel én van het recht. Is het aannemelijk dat het recht hier te lande, dat een erfgenaam is van die eeuwenoude christelijke cultuur, ook wel zijn gelding en legitimiteit zal kunnen bewaren bij een toenemende secularisering enerzijds en bij een blijvende groei van de islam anderzijds? Dit boek, geschreven als preadvies voor de jaarvergadering van 2007 van de Christen Juristen Vereniging, analyseert deze problematiek diepgaand, en bevat een pleidooi voor het onderkennen van een civiele dimensie aan godsdiensten als geestelijke grondslag van de democratische rechtsstaat.
Ingenaaid | 80 pagina's | Nederlands
Verschenen in 2007
Rubriek: