Vleugels van Ikara
Leverbaar
De deur van de slaapkamer had op een kier gestaan en stilletjes, om haar niet te wekken, was Martha de kamer van Kathy binnen gegaan. Het was niet haar gewoonte. Ze wist dat het Bernards routine was; dat hij in de ochtend het huis niet verliet zonder zich ervan te vergewissen dat zijn dochter er nog was, dat ze nog niet opgelost of uit het raam gewaaid was, weggeblazen als een libelle op de geringste bries. Martha kon het niet over haar hart verkrijgen op die manier naar het meisje te kijken, zo niet te vertrouwen op de zwaartekracht - op het soortelijk gewicht van het leven dat achter de façade van dat afgrijselijke lichaam ergens nog moest bestaan. Ondanks het besef dat Kathy een gevecht op leven en dood leverde, en dat haar overlevingskansen met de dag geringer werden, volhardde Martha in die overtuiging. Voorzichtig zet ze zich neer op de rand van het hemelbed. “Je hebt het gordijn al open.†“Het wordt een mooie dag,†zegt het meisje, zo dapper dat Martha even wegkijkt. “Ga je hardlopen?†Een koud vogelpootje zoekt haar hand. “Mmm.†Kathy glimlacht naar haar moeder. “Je ziet er weer uit als een vogelverschrikker, Mam.†“Jij dan niet,†glimlacht Martha terug, en voorzichtig neemt ze haar dochter op uit de kussens, broos als een kuiken dat uit het nest is gedonderd, en ze neemt haar in haar armen alsof ze opnieuw zojuist geboren is, zo fragiel en kwetsbaar en doorschijnend zoals alleen nieuw en heel oud leven is; leven op de rand van ginder. “Godverdomme Kathy, dit ga je me niet aandoen,†fluistert ze en ze wiegt het meisje in haar armen, “dit ga je niemand aandoen.†In de stilte die valt realiseert Martha zich dat ze iets moet zeggen over gisteravond; dat ze iets moet zeggen over het jurkje van Versace. De bovenmenselijke kracht die het Kathy moet hebben gekost om zich daarin te hijsen, om zich mooi te maken tegen de klippen op. Om haar zelfbeeld zo te verknippen dat ze durfde te geloven in haar schoonheid - in het besef dat haar lichaam al tot op het bot is verwoest, de sporen van haar tranen op de ingevallen wangen; die professionele tronie die haar dat dodenmasker gaf... Hoe in godsnaam moet ze aan dat tafereel refereren zonder zelf in tranen uit te barsten, zonder het kind woedend in het gezicht te slaan om haar weer bij het leven te trekken? Welke woorden kunnen nog, zonder deze dood- en doodzieke ziel definitief onder de grond te trappen? Ze had Bernard wel willen aanvliegen om zijn wandaad, maar ze voelde in de nacht niets dan wanhopige liefde - om hem, om zijn machteloze handelen, om zijn wanhopige liefde. Ze had de hand van Gracia gevoeld voordat die aan tafel het woord had genomen - de wijze, zwarte hand die haar niet meer had losgelaten - en Gracia had met haar, met Martha in haar armen als was ze haar eigen kind, in de keuken stil gehuild en gebeden zoals zij gewoon is te doen. En iets, ze weet nog niet wat het was, Iets (in godsnaam dan maar) had haar toen de kracht gegeven haar geloof vast te houden om ook deze dag, om juist deze fucking day after met haar dochter in de ogen te zien. “Luister,†zegt Martha zachtjes: First sight. First snapshot isolated Unalterable, stilled in the camera’s glare. Taller Than ever you were again. Swaying so slender It seemed your long, perfect, American legs Simply went on up. That flaring hand, Those long, balletic, monkey-elegant fingers. And the face - a tight ball of joy. I see you there, clearer, more real Than in any of the years in its shadow - As if I saw you that once, then never again. Luister. Kathy heeft haar ogen gesloten. De gedachte aan de vraag die ze Martha wil stellen vermoeit haar. Zo lang als ze zich kan herinneren heeft haar moeder haar zo toegesproken voor het slapengaan: ‘slaapgedichtjes’ noemden ze het, zoals andere kinderen slaapliedjes te horen kregen. Dan zat ze op de rand van haar bed en zegde rijmpjes op: Dit is de vogel Bisbisbis (waar iedereen zo bang voor is), en van de ‘Spree met Foeten’ waar ze altijd zo om moest lachen. Over een fee met sproeten die zo verlegen is dat ze zich verspreekt als ze zich aan de koning moet voorstellen: “Wel, zei de Koning heel beleefd, ik zie wel dat u Voeten heeft, maar u bent op mijn oude dag, de eerste Spree die ik ooit zag!†Later kwamen de gedichten in het Engels, en in andere talen, gedichten vaak die haar moeder op dat moment onder handen had. Heaney hield ze van, maar ook van Ingrid Jonker, al deden haar woorden Kathy soms huiveren van een begrip dat haar vermogen net te boven ging: Ek herhaal jou / sonder begin of einde / herhaal ek jou liggaam. Of: Korreltjie korreltjie sand, klippie gerol in my hand. Net als haar moeder kon Kathy zich door woorden laten vervoeren naar elders; liet ze zich langzaam opnemen om met de vogel Bisbisbis naar het eiland in de Stille Oceaan te vliegen, of rolde met de kiezeltjes mee de zee in, diep onder de golven waar het donker is en stil en waar de prachtigste vissen voor haar ogen hun lichtjes laten branden. Martha wist dit, zorgvuldig koos ze de beelden waarmee ze haar kind welterusten wilde zeggen, een zachte nacht in, zachte dromen, dromen die je meenemen zonder je te ontvoeren, zonder dat je gemist wordt. First sight. Kathy kan er met heimwee aan terugdenken: New York. Niet zozeer aan haar verblijf dat amper een jaar had geduurd, maar vooral aan de eerste kennismaking. Anders dan gebruikelijk in hun kringen hadden haar ouders nooit met haar een lang weekend New York ‘gedaan’ - alsof ze hadden gewild dat de eerste ontmoeting puur zou zijn, louter van haar. Of misschien hoopten ze dat die ontmoeting in het geheel achterwege zou blijven; dat ze na de middelbare school zonder tussenlanding de terugtocht naar het oude continent zou aanvangen. Maar Kathy won met de wiskunde Olympiade een beurs voor Columbia University, bovendien had ze ongeveer gelijktijdig Ted ‘TC’ Schreuder ontmoet, de scout die haar uitnodigde voor de proefopnames - evenzeer onbedoeld. Wat de omstandigheden ook waren: ze landde op LaGuardia, stopte haar rugzak in een kluisje op Grand Central Station nadat ze haar schoenen voor sneakers had omgewisseld, zette een zonnebril op en stapte in het licht waarvan de faam al was vooruit gereisd. Het Noord-Aatlantische licht van Willem de Kooning. Het spel van zon en schaduw op het plaveisel van Edith Wharton. Met een glimlach begroette ze de iconen uit de wereld van Fox en CNN die zich voor haar hadden opgesteld: of het nu het witte slakkenhuis van het Guggenheim was of de zonderlingen in Central Park; de lichtkrant op Times Square of de tourniquets van de ondergrondse. Zelfs de ballonnenverkoper was zo vriendelijk zich op precies de juiste straathoek op te stellen; de kantoorwerkers, behangen met elektronica, die als Madam Tussaud’s wassen beelden stonden te roken op het bordes van hun kantoorgebouwen, terwijl ze langs snoeren en koptelefoontjes probeerden elkaar in ijver te overtreffen - alle archetypische beelden drongen zich gelijktijdig op; van Taxi Driver tot Men in Black, de herinnering aan hoe het zou moeten zijn versmolten met waar zij zich bevond - zij, Kathy Beckman! - op haar rode Puma’s onder een strakblauwe hemel en tussen de zeven heuvelen van deze stad, waar de vruchtdoosjes van de platanen als snippers van een ticker-tape parade omlaag dwarrelden en zich nestelden in haar verwarde blonde haardos... WOW! First snapshot. In de catacomben van het modellenbureau had de visagiste onmiddellijk haar bril afgezet. “Zo ook goed?†vroeg ze vriendelijk zonder het een vraag te laten zijn. Kathy had geglimlacht. Met eigen ogen ziet ze zo goed als niets, een flauwe veeg in de spiegel tegenover zich. Ze vindt het goed: bij binnenkomst bekroop haar al het gevoel ergens te zijn waar ze niet wilde zijn, een vreemdeling tussen langswaaiende wezens op ellenlange benen die elkaar met misprijzen beloerden; wc’s die stonken naar de overblijfselen van een karig ontbijt. Kleren uit. Kleren uit?! Ze kreeg een weelderige badjas aangereikt. Drie uur naakt onder het badstof voor een oorbel van Gucci. Breakfast at Tiffany’s grapte ze tegen de schim in badjas naast haar. Foutje: ze kan niet zien wat de schim van haar grapje vindt. Daarna had ze in hoofdzaak gezwegen en ijsthee gedronken en zo gekeken dat het vermoedelijk leek alsof ze geïnteresseerd was in de prestaties van haar collega’s. De assistente op de set was bijzonder luidruchtig, Kathy kon zich moeiteloos op haar stemgeluid oriënteren toen het haar beurt was, al voelde ze zich als een mot in een lampenkap onder de felwitte lampen. Ze werd neergezet op een ruwbetonnen object, de badjas bleef aan met uitzondering van haar schouder, en een decent lapje vlees van haar linkerborst. Complimenten uit de verte over de ‘belijning’. Zwaaide daar iemand? De fotograaf probeert aanwijzingen te geven maar ze snapt hem niet, ze ziet geen bal, nu nog minder door het bad van LEDlampen. Great! Hij schreeuwt het bij iedere klik - gelukkig schreeuwt hij het ook bij ieder model - en meer en meer wordt ze er zenuwachtig van, een beetje giechelig ook. De blower waait wolken opgekamd kapsel in haar gezicht, ze weet niet of dat de bedoeling is, of dat ze met een hand haar ogen mag beschermen voor deze zelfkastijding. Het gestuntel maakt kennelijk weinig uit want een minuut of zeven later staat ze weer in de kleedkamer, bloot, een dressboy met haar kleren en haar naam erop staat klaar. Als ze aangekleed en met bril op even later de gang opstapt is er geen mens te bekennen, en als was het een grottenstelsel waardoor ze geblinddoekt is rondgeleid heeft ze geen idee hoe nu verder. Dan hoort ze de stem van de assistente galmen. Een brunette met headset komt een hoek om en loopt haar tegemoet, onderwijl in gesprek met het apparaat, en geeft Kathy een kaartje met een nummer erop: KB 1301. “Don’t call us, we’ll call youww,†schmiert ze, en nog iets van Fenomenal!, en dan zijn er de klapdeuren en staat ze weer op straat. And the face - Een maand later hangt ze er: vijf meter breed en acht meter hoog. Groene ogen achter een gordijn van blonde haren kijken vacuüm over de mensenmassa’s heen en verkopen oorbellen van Gucci. Eenmalig $ 3.000 plus loopbaanbegeleiding plus contract. Ze weten niet half hoe blind ze is. That lovely emptiness! Die hunkering in die ogen! Die belijning van het sleutelbeen! ‘TC’ knort van tevredenheid om zijn vondst en incasseert zijn commissie. Op nog geen steenworp afstand van het doek hangt dat andere portret: van de Afgaanse Sharbat Gula, gefotografeerd in een Pakistaans vluchtelingenkamp. Oceaangroene ogen die geen oorbel verkopen. Sharbat Gula verkoopt zelfs niet de ellende van de oorlog. Ze kijkt in de camera omdat de fotograaf het vroeg (en National Geographic betaalde), en in de weerschijn van die blik is het diepste van de menselijke ziel nog niet duister genoeg. Sharbat Gula draagt een boerka, behalve op de foto. Kathy dacht dat haar slobberbroek en haar dikke bril voldoende ‘boerka’ waren, maar de klanten van de deli hebben haar herkend. Ze wil weg en belt naar huis. In de taxi naar LaGuardia, in de file, staart ze minutenlang uit het raam naar een billboard voor een nieuwe film: Cinderella II: The Story Didn’t End that Night.
Ingenaaid | Nederlands
Verschenen in 2008
Rubriek: