Boeken over afval worden meestal geschreven door beleidsmakers, consultants of journalisten. Trash! is geschreven door een man die in twintig jaar bijna zeventigduizend ton afval door de straten van Montreal sjouwde. Waarom zou je dat boek moeten lezen?
Simon Paré-Poupart schrijft vanaf de onderste sport van de arbeidsmarkt. ‘Lager kun je niet vallen’, merkt hij op, en vindt daar zelfs iets geruststellends in. Juist daarom houdt dit boek managers in logistiek, afvalbeheer en publieke dienstverlening een spiegel voor.
De onmisbare medewerkers die niemand ziet
De kern is een ongemakkelijke waarheid: de mensen die de samenleving het minst waardeert, kan zij het minst missen. Paré-Poupart haalt Rutger Bregman aan: toen de New Yorkse vuilnismannen in 1968 staakten, riep de stad binnen tien dagen de noodtoestand uit. Een gelijktijdige bankenstaking in Ierland duurde zes maanden zonder merkbare economische schade.
Elke organisatie heeft zulke ‘vuilnismannen’: medewerkers wier afwezigheid binnen enkele uren voelbaar is en van wie de aanwezigheid nauwelijks wordt opgemerkt. Weerspiegelen beloning, planning en respect hun werkelijke belang, of vooral hun status?
Slechte processen ontstaan niet op de werkvloer
De meest overdraagbare managementles zit in een zin over inzamelbakken die ‘duidelijk zijn ontworpen door mensen die nooit achter op een vuilniswagen hebben gestaan’. Wie mislukte magazijninrichtingen, onbruikbare planningssoftware of stadslogistieke regels van achter een bureau kent, herkent het patroon meteen. Slecht doordachte processen veroorzaken op de werkvloer frictie, verzuim en stille sabotage: kosten die nooit in de spreadsheets terechtkomen.
Een kritische blik op uitbesteding en recycling
Scherp is ook Paré-Pouparts beschrijving van arbeidsbrokers: helpers raken in de schuld bij hun tussenpersoon, ‘een geraffineerde vorm van slavernij’. De parallel met platformwerk en maaltijdbezorgers dringt zich op: lagen tussenpersonen die marge afromen, terwijl het fysieke risico onderaan de keten ligt.
Ook de governancevraag komt aan bod, via Harold Crooks. Montreal verzorgt nog geen vijf procent van de afvalinzameling zelf, terwijl recycling volgens de auteur een ‘goocheltruc’ is; slechts tien procent van het plastic wordt daadwerkelijk gerecycled.
Een oproep aan iedere operationeel manager
Afval! is rauw, soms geromantiseerd en pretendeert geen beleidsmatige balans. Juist daarin schuilt de waarde: dit is het zicht vanaf de treeplank, om vijf uur ’s ochtends.
Mijn concrete aanbeveling: laat iedere operationeel manager jaarlijks één dienst meedraaien in het vuile werk van de eigen keten. ‘Do you love it?’, vraagt Paré-Poupart aan nieuwe collega’s. Managers zouden die vraag ook moeten kunnen beantwoorden. En dat kan niet vanachter een bureau.