Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, , , , , , e.a.

Beginselen van het Nederlandse staatsrecht

Specificaties
Gebonden, 418 blz. | Nederlands
Wolters Kluwer | 19e druk, 2020
ISBN13: 9789013146509
Rubricering
Hoofdrubriek : Juridisch
Juridisch : Staatsrecht
Jongbloed : Staatsrecht algemeen
Wolters Kluwer 19e druk, 2020 9789013146509
Op voorraad | Vandaag voor 21:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

Wat zijn de belangrijkste leerstukken van het Nederlandse staatsrecht? En hoe heeft dit terrein zich de afgelopen jaren ontwikkeld? Deze titel bevat een uitgebreide verkenning van het Nederlandse staatsrecht, en is daarmee uitstekend geschikt als inleidend studieboek in het wetenschappelijk onderwijs en als leerboek in het hoger beroepsonderwijs.

Beginselen van het Nederlandse staatsrecht geeft u een overzicht van de belangrijkste leerstukken van het Nederlandse staatsrecht. Deze 19e editie weerspiegelt de actuele stand van zaken in het Nederlandse staatsrecht tot aan mei 2020. Diverse relevante maatregelen in verband met het coronavirus mogen hierbij uiteraard niet ontbreken.

De titel is door haar compleetheid zeer geschikt als inleidend studieboek in het wetenschappelijk onderwijs. Ook voor studenten van het hoger beroepsonderwijs is de uitgave van toegevoegde waarde.

Nederlandse staatsrecht inhoudelijk
Een ervaren auteursteam behandelt een breed scala aan relevante onderwerpen.

Een greep uit de inhoud:
- De grondslagen van het Nederlandse staatsbestel
- De invloed van de Europese integratie op het Nederlandse staatsrecht
- De verhouding regering-parlement
- Het proces van wetgeving en grondwetsherziening
- De rechtspraak
- De grondrechten
- Decentralisatie
- De structuur van het Koninkrijk

Specificaties

ISBN13:9789013146509
Taal:Nederlands
Bindwijze:gebonden
Aantal pagina's:418
Druk:19
Verschijningsdatum:19-8-2020
Hoofdrubriek:Staatsrecht

Over N.S. Efthymiou

N.S. Efthymiou is universitair docent staatsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Andere boeken door N.S. Efthymiou

Over Roel de Lange

Roel de Lange is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Andere boeken door Roel de Lange

Inhoudsopgave

Voorwoord / V
Afkortingen / XV

Deel I Algemeen
Hoofdstuk 1 Inleiding / 3
1.1. Benadering van het begrip staat / 3
1.2. Verdeling van de staatsmacht over verschillende organen / 7
1.3. De democratische rechtsstaat / 10
1.4. Grondregels van een democratisch-rechtsstatelijke staatsorganisatie / 11
1.5. Historische ontwikkeling en democratie / 18
1.6. Historisch-systematische methode / 19

Hoofdstuk 2 De bronnen van het staatsrecht / 21
2.1. Bronnen van het staatsrecht / 21
2.2. Geschiedenis van de Grondwet / 21
2.3. Betekenis van de Grondwet voor het staatsrecht / 25
2.4. Inhoud en systeem van de Grondwet / 26
2.5. Ongeschreven staatsrecht / 30
2.6. Verdere bronnen van staatsrecht / 32
2.7. Staatsrechtelijke band met Aruba, Curaçao en Sint Maarten / 33
2.8. De betekenis van internationaal recht voor het staatsrecht / 34

Hoofdstuk 3 De werking van het staatsrecht / 37
3.1. Territoriale en personele werking / 37
3.2. Het grondgebied / 38
3.3. Betekenis van het Nederlanderschap / 40
3.4. Vreemdelingen / 42
3.5. Regeling Nederlanderschap / 45

Hoofdstuk 4 De Europese Unie / 47
4.1. Inleiding / 47
4.2. Geschiedenis / 47
4.3. Instellingen / 49
4.4. De doorwerking van het EU-recht / 55
4.5. Betekenis van de Europese Unie voor Nederland / 57

Deel II Organen
Hoofdstuk 5 De regering / 61
5.1. Inleiding / 61
5.2. De regering, een samengesteld orgaan / 62
5.3. De Koning / 63
5.4. De troonopvolging / 64
5.5. Regentschap en voogdij / 67
5.6. De inhuldiging en de Raad van State als waarnemer van het
koninklijk gezag / 68
5.7. Ministers / 68
5.8. De ministerraad / 70
5.9. De minister-president / 73
5.10. Staatssecretarissen / 74
Hoofdstuk 6 De Staten-Generaal / 77
6.1. Tweekamerstelsel / 77
6.2. Tweede Kamer: samenstelling, onafhankelijkheid / 80
6.3. Tweede Kamer: verkiesbaarheid / 82
6.4. Tweede Kamer: actief kiesrecht / 82
6.5. Algemeen kiesrecht / 83
6.6. Kiesstelsels / 84
6.7. Eerste Kamer / 91
6.8. Incompatibiliteiten / 92

Hoofdstuk 7 Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste colleges van advies / 95
7.1. Raad van State / 95
7.2. Bevoegdheden van de Raad van State / 96
7.3. Werkwijze van de Raad van State / 98
7.4. De Algemene Rekenkamer / 99
7.5. De Nationale ombudsman / 101
7.6. Vaste colleges van advies / 104

Hoofdstuk 8 De verhouding van parlement, ministers en Koning / 107
8.1. Inleiding / 107
8.2. Het absolute koningschap. Ontwikkeling in Engeland / 108
8.3. Ontwikkeling in Nederland / 110
8.4. Strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid / 112
8.5. De politieke ministeriële verantwoordelijkheid en het parlementaire stelsel / 113
8.6. Koning en ministers / 115
8.7. Regering en Staten-Generaal / 116
8.8. De kabinetsformatie / 120
8.9. De effectuering van de parlementaire invloed / 124
8.10. Het inlichtingenrecht en de informatiepositie / 125
8.11. De motie / 128
8.12. Het recht van enquête / 129
8.13. Overleg tussen regering en parlement / 130
8.14. De parlementaire controle op de Europese Unie / 132
8.15. De vertrouwensnorm / 136
8.16. Kamerontbinding / 139

Deel III Functies
Hoofdstuk 9 Wetgeving / 145
9.1. Organen en functie / 145
9.2. De wetgever / 146
9.3. Het legaliteitsbeginsel / 146
9.4. De totstandkoming van de wet. Interne voorbereiding door de regering / 150
9.5. Voorbereidend onderzoek door de Tweede Kamer / 153
9.6. Plenaire behandeling. Amendementen / 154
9.7. Behandeling in de Eerste Kamer / 156
9.8. Bekrachtiging door de Koning / 157
9.9. Referendum en burgerinitiatief / 158
9.10. Initiatiefvoorstel / 160
9.11. Bekendmaking en inwerkingtreding van de wetten / 161
9.12. Gedecentraliseerde wetgeving / 162
9.13. Gedelegeerde wetgeving / 163
9.14. Delegatie aan de regering, algemene maatregelen van bestuur / 164
9.15. Delegatie aan de minister, ministeriële regeling / 167
9.16. Controle van het parlement op gedelegeerde wetgeving / 168
9.17. Beleidsregels / 170
9.18. Noodrecht / 172

Hoofdstuk 10 Herziening van de Grondwet / 175
10.1. Procedure van grondwetsherziening / 175
10.2. Grondwettelijk overgangsrecht / 181

Hoofdstuk 11 Bestuur / 185
11.1. Het bestuur / 185
11.2. De organisatie van het bestuur / 187
11.3. Parlementaire controle op het beleid / 189
11.4. Het bestuursapparaat / 190
11.5. Gedecentraliseerd en gedeconcentreerd bestuur / 192
11.6. Territoriale en functionele decentralisatie / 194
11.7. De typische bestuursdaden: de beschikking en het plan / 195
11.8. Openbaarheid van bestuur / 197

Hoofdstuk 12 Financiën, buitenlands beleid en defensie / 201
12.1. Speciale regelingen in Grondwet voor financiën, buitenlands beleid en defensie / 201
12.2. Het bestuur van de financiën / 201
12.3. Het bestuur van de buitenlandse betrekkingen / 206
12.4. Het bestuur van de defensie / 214
12.5. Bestuur in oorlogstijd en bij zeer ernstige binnenlandse spanningen / 216

Hoofdstuk 13 Rechtspraak / 221
13.1. Strafrechtspraak / 221
13.2. Burgerlijke rechtspraak / 222
13.3. Bestuursrechtspraak / 223
13.4. De rechterlijke macht / 223
13.5. Waarborgen van onafhankelijkheid / 225
13.6. De Hoge Raad der Nederlanden / 225
13.7. Controle van de rechter op de wetgeving / 226
13.8. Rechtsbescherming tegen de overheid / 230
13.9. Rechter of bestuur? / 232
13.10. Controle op de rechter / 233

Hoofdstuk 14 De grondrechten / 235
14.1. Begrip en ontstaan der grondrechten / 235
14.2. Verschillende typen grondrechten / 237
14.3. Internationale regeling van grondrechten / 241
14.4. Waarom grondrechten in de Grondwet, naast verdragen? / 247
14.5. Systematiek van de Grondwet inzake grondrechten / 248
14.6. Horizontale werking van grondrechten / 248
14.7. Beperking van grondrechten / 250
14.8. Gelijkheidsrechten / 253
14.9. Vrijheidsrechten / 261
14.10. Privacyrechten / 274
14.11. Godsdienst, levensovertuiging, onderwijsvrijheid / 282
14.12. Rechtsplegingsrechten / 287
14.13. Overige grondrechten / 290

Deel IV Staatsvorm
Hoofdstuk 15 De gedecentraliseerde eenheidsstaat / 297
15.1. Het beginsel van de decentralisatie / 297
15.2. Twee vormen van decentralisatie: autonomie en medebewind / 298
15.3. Interbestuurlijk toezicht / 301
15.4. Vernietiging / 302
15.5. Voorziening bij taakverwaarlozing / 303
15.6. Goedkeuring / 304
15.7. Co-existentie van wetten en verordeningen / 305
15.8. Financiële verhouding / 306
15.9. De toekomst van de decentrale overheden / 308

Hoofdstuk 16 Provincies, gemeenten en waterschappen / 309
I DE PROVINCIE / 309
16.1. De oorsprong van de provincies / 309
16.2. De provinciale organen / 310
16.3. Provinciale staten / 311
16.4. Gedeputeerde staten / 313
16.5. De commissaris van de Koning / 315
16.6. De provinciale verordening / 317
16.7. Interbestuurlijk toezicht / 318
II DE GEMEENTE / 319
16.8. De oorsprong van de gemeenten / 319
16.9. De organen van de gemeente / 320
16.10. De gemeenteraad / 320
16.11. Het college van burgemeester en wethouders / 323
16.12. De burgemeester / 325
16.13. Verantwoordingsplicht van college van burgemeester en wethouders en van de burgemeester / 330
16.14. De gemeentelijke verordening / 332
16.15. Interbestuurlijk toezicht / 337
16.16. Samenwerking van gemeenten / 339
III HET WATERSCHAP / 341
16.17. Taken en bevoegdheden van de waterschappen / 341

Hoofdstuk 17 De structuur van het Koninkrijk / 345
17.1. Inleiding / 345
17.2. De verhouding tussen het Statuut en de Grondwet / 348
17.3. Grondslagen van het Statuut / 348
17.4. De organen van het Koninkrijk / 350
17.5. De rijkswetgeving / 352
17.6. Verdragen / 354
17.7. Samenwerking / 355
17.8. Toetsingsrecht door de rechter / 356
17.9. Wijziging van het Statuut / 357

Register van artikelen van de Grondwet / 359
Jurisprudentieregister / 365
Zakenregister / 375

Net verschenen

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Beginselen van het Nederlandse staatsrecht