Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, , , e.a.

Compendium Burgerlijk procesrecht

Specificaties
Paperback, 632 blz. | Nederlands
Wolters Kluwer | 22e druk, 2021
ISBN13: 9789013158298
Rubricering
Hoofdrubriek : Juridisch
Wolters Kluwer 22e druk, 2021 9789013158298
Vandaag voor 23:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

Van de Spoedwet KEI tot het herziene beslag- en executierecht; de 22e druk van dit toonaangevende compendium omvat een volledig geactualiseerd overzicht van de belangrijkste leerstukken binnen het burgerlijk procesrecht. De ordelijke opbouw van de informatie voorziet zowel de student als praktijkjurist van het gemak om dit complexe rechtsgebied te doorgronden.

Het burgerlijk procesrecht is een veranderlijk rechtsgebied dat, mede vanwege de recente inwerkingtreding van de Spoedwet KEI, belangrijke ontwikkelingen doormaakt. Deze 22e herziene druk van Compendium Burgerlijk Procesrecht biedt een kernachtig en compleet overzicht van de belangrijkste leerstukken binnen het burgerlijk procesrecht, geheel in het teken van nieuwe thema’s en ontwikkelingen. Zo bent u zo snel mogelijk weer volledig op de hoogte van de huidige stand van zaken.

Het meest recent geldende procesrecht is op geordende wijze voor u gebundeld, waardoor u snel de informatie die u zoekt. Door de vele verwijzingen naar wetgeving, recente jurisprudentie en literatuur doet dit compendium niet alleen uitstekend dienst als studiemateriaal, maar is het tevens uitermate geschikt om de kennis van de praktijkjurist 'up-to-date' te brengen en waar nodig op te frissen

In deze nieuwe druk worden uiteraard alle belangrijke inhoudelijke procesrechtelijke vernieuwingen uitgebreid voor u behandeld. Bovendien is deze uitgave volledig bijgewerkt met literatuur, jurisprudentie en wet- en regelgeving naar de stand van 1 oktober 2020. Zo is er uitgebreid aandacht voor wijzigingen uit de Spoedwet KEI, zoals onder meer de versterkte regiefunctie van de rechter en de gang van zaken op en rond de vernieuwde mondelinge behandeling. Ook zijn enkele leerstukken grondig herzien, zoals onder meer het belangvereiste, de subjectieve omvang van het gezag van gewijsde, het exhibitierecht, het verschoningsrecht en verschillende onderdelen omtrent de rechtsmiddelen verzet en hoger beroep.

Verdere noemenswaardige wijzigingen zijn:
- Aanpassingen naar aanleiding van de wet die strekt tot herziening van het beslag- en executierecht (Stb.2020/177);
- Aandacht voor het wetsvoorstel modernisering bewijsrecht en de mogelijke implicaties daarvan;
- Aandacht voor de mogelijkheid van een "freezing order" voorafgaand aan de zitting en/of uitspraak in kort geding.

Kortom: indien u op zoek naar een volledig up-to-date hand- en studieboek, waarin u snel en effectief antwoorden vindt op complexe procesrechtelijke vragen, dan biedt het Compendium Burgerlijk Procesrecht uitkomst. Al jarenlang geliefd onder studenten, maar zeker ook in de rechtspraktijk.

Specificaties

ISBN13:9789013158298
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:632
Druk:22
Verschijningsdatum:4-2-2021

Over Thomas Rueb

Thomas Rueb (1986) is verslaggever bij NRC Handelsblad. Hij won in 2017 De Tegel-publieksprijs — de belangrijkste prijs in de Nederlandse journalistiek.

Andere boeken door Thomas Rueb

Inhoudsopgave

Voorwoord bij de tweeëntwintigste druk / V
Lijst van afkortingen / XXI

HOOFDSTUK 1
Inleiding / 1
1.1 Doelstellingen van het burgerlijk procesrecht / 1
1.2 Eigenrichting / 2
1.3 Eigenlijke en oneigenlijke rechtspraak / 3
1.4 Soorten procedures / 4
1.4.1 De dagvaardings- en de verzoekschriftprocedure / 4
1.4.2 De (andere systematiek van de) KEI-wetgeving en wat daarvan resteert / 6
1.5 De rechtsvordering / 9
1.6 Wisselwerking tussen formeel en materieel recht / 9
1.7 Doorwerking van redelijkheid en billijkheid / 10
1.8 Belangvereiste en misbruik van procesrecht / 11
1.9 Instroom en productie / 13
1.10 Nederlandse regelingen van burgerlijk procesrecht / 14
1.10.1 Rechtsvordering en rechterlijke organisatie / 14
1.10.2 Andere nationale regelingen dan Rv en RO / 15
1.10.3 Rechtersregelingen / 16
1.11 Netherlands Commercial Court (NCC) / 17
1.12 Nieuw beslagrecht, nieuw bewijsrecht, Experimentenwet / 17
1.13 Procesrecht van Europese herkomst / 18
1.14 Boeken en tijdschriften / 23

HOOFDSTUK 2
Artikel 6 EVRM en algemene voorschriften voor procedures / 25
2.1 Inleiding / 25
2.1.1 Art. 6 EVRM / 26
2.1.2 Algemene voorschriften voor procedures (art. 19-35 Rv) / 27
2.1.3 Plan van behandeling / 28
2.2 De toegang tot de rechter / 29
2.2.1 De kosten van de civiele procedure / 29
2.2.2 Gefinancierde rechtshulp / 30
2.3 De eerlijke behandeling / 31
2.3.1 Hoor en wederhoor / 31
2.3.2 Equality of arms / 33
2.3.3 De motiveringsplicht / 34
2.4 De openbaarheid van de behandeling / 35
2.5 Redelijke termijn / 36
2.6 De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Wraking en verschoning / 39
2.7 Onmiddellijkheidsbeginsel recht op oral hearing / 41
2.8 Volledigheids- en waarheidsplicht / 43
2.9 De zeggenschap in de civiele procedure / 44
2.9.1 Partijautonomie en lijdelijkheid / 45
2.9.2 De ambtshalve aanvulling van rechtsgronden / 47
2.9.3 Verboden aanvulling van feiten/feitelijke grondslag / 52
2.9.4 Andere gevallen van eigen zeggenschap rechter / 55
2.10 De verplichte procesvertegenwoordiging / 57
2.11 Goede procesorde / 59

HOOFDSTUK 3
De rechterlijke macht en haar bevoegdheid / 61
3.1 De rechterlijke macht / 61
3.1.1 De inrichting van de rechterlijke macht / 61
3.1.2 De organisatie van de gerechten / 62
3.1.3 De Raad voor de rechtspraak / 62
3.1.4 Klachtrecht / 63
3.2 De bevoegdheid van de rechterlijke macht / 64
3.2.1 De internationale bevoegdheid (rechtsmacht) / 65
3.2.2 De EU-Verordening betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging / 65
3.2.3 De rechtsmacht ingevolge het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering / 69
3.2.4 Forumkeuze en vreemdelingenbeslag / 72
3.3 De bevoegdheid van de Nederlandse rechter ten opzichte van vreemde mogendheden / 73
3.4 De rechterlijke bevoegdheid ten opzichte van andere overheidsorganen / 75
3.4.1 De rechter en de wetgever / 75
3.4.2 De rechter en het bestuur / 76
3.5 De absolute bevoegdheid / 79
3.5.1 De bevoegdheid van de rechtbank; interne bevoegdheid rechtbank / 80
3.5.2 De kantonzaken / 80
3.5.3 De bevoegdheid van de gerechtshoven / 83
3.5.4 De bevoegdheid van de Hoge Raad / 84
3.6 De relatieve bevoegdheid / 85
3.7 Er is niet voor de juiste rechter gedagvaard / 87
3.8 Er is voor het verkeerde procesinleidende stuk gekozen / 89
3.9 Rechterswissel / 90
3.10 Het Openbaar Ministerie / 91
3.11 Het parket bij de Hoge Raad / 92

HOOFDSTUK 4
Partijen, advocaten en deurwaarders / 93
4.1 De procederende partijen / 93
4.1.1 De handelingsonbekwame natuurlijke persoon / 93
4.1.2 De woonplaats van een natuurlijk persoon / 94
4.1.3 Rechtspersonen en vennootschapsvormen / 95
4.1.4 Het domicilie van de rechtspersoon / 95
4.1.5 Domiciliekeuze / 96
4.1.6 De rechtsvordering ter behartiging van een gemeenschappelijk belang / 96
4.1.7 Lastgeving en volmacht / 98
4.2 Advocaten / 99
4.2.1 De toelating als advocaat / 101
4.2.2 De orde van advocaten / 102
4.2.3 De rechtsverhouding met de cliënt / 103
4.2.4 De gedragsregels voor advocaten / 104
4.2.5 Tuchtrechtspraak / 104
4.2.6 Kantoorklachtenregeling en geschilbeslechting / 105
4.2.7 Rechtsbijstandverzekering en vrije advocatenkeuze / 106
4.3 Gerechtsdeurwaarders / 106
4.3.1 Het uitbrengen van exploten / 107
4.3.2 Andere verrichtingen van deurwaarders / 108

HOOFDSTUK 5
De dagvaarding / 109
5.1 De dagvaarding; aard en omschrijving / 109
5.2 Rechtsingang zonder dagvaarding / 109
5.3 De inhoud van de dagvaarding / 110
5.3.1 De gegevens betreffende de partijen / 112
5.3.2 De voor de eiser optredende gemachtigde of advocaat / 113
5.3.3 De woonplaatskeuze van de eiser / 114
5.4 De voorschriften omtrent het uitbrengen van exploten en dagvaardingen / 114
5.4.1 De algemene regeling / 114
5.4.2 Bijzondere regelingen / 116
5.5 De aanwijzing van de rechter en van de roldatum waartegen de gedaagde wordt opgeroepen / 119
5.6 De termijn van dagvaarden / 120
5.7 De gronden van de eis / 120
5.8 De eis / 122
5.9 Nevenvorderingen / 125
5.10 Nietigheid en herstel / 126

HOOFDSTUK 6
Het verloop van de rechtbankprocedure (afdeling civiel recht) / 129
6.1 Inschrijving op de rol / 129
6.1.1 De rol / 130
6.1.2 Elektronisch berichtenverkeer / 130
6.1.3 Griffierecht eiser / 131
6.2 Verschijning van de gedaagde / 133
6.3 De conclusiewisseling / 134
6.4 Een incident / 135
6.5 De conclusie van antwoord / 136
6.5.1 Erkenning en referte / 137
6.5.2 Regels betreffende het verweer van de gedaagde / 137
6.6 De mondelinge behandeling / 141
6.6.1 De inrichting van de mondelinge behandeling / 143
6.6.2 Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling / 148
6.7 De conclusies van repliek en dupliek, eventuele (nadere) mondelinge behandeling / 149
6.8 De termijnen / 150
6.9 Wijziging van de eis / 153
6.10 Afbreking van de instantie / 154
6.11 Schorsing van het geding / 156
6.12 Rechtsovergang tijdens het geding / 159
6.13 Eindvonnis of tussenvonnis? / 160

HOOFDSTUK 7
De bewijslevering / 161
7.1 Inleiding / 161
7.1.1 De wettelijke regeling van het bewijsrecht / 161
7.1.2 Gevallen waarin het bewijsrecht niet of beperkt geldt / 163
7.1.3 Feiten die zonder bewijslevering voor de rechter kunnen komen vast te staan / 163
7.1.4 Bewijslevering zonder bewijsopdracht / 165
7.2 De bewijslastverdeling / 166
7.2.1 De hoofdregel / 166
7.2.2 Wettelijke uitzonderingen op de hoofdregel / 170
7.2.3 Het verband tussen bewijslast en bewijsopdracht. De plaats van de vermoedens / 173
7.2.4 De omkeringsregel / 175
7.2.5 Tegenbewijs / 177
7.3 Bewijs, bewijswaardering en bewijskracht / 180
7.3.1 De bewijsmiddelen / 180
7.3.2 Inzagerecht/exhibitieplicht / 181
7.3.3 Onrechtmatig bewijs / 183
7.3.4 Bewijswaardering / 185
7.3.5 Bewijskracht / 186
7.3.6 Bewijsovereenkomst / 186
7.4 Bewijs door geschriften / 187
7.4.1 Bewijslevering door middel van geschrift / 187
7.4.2 Geschriften en akten; elektronische akten / 188
7.4.3 Dwingende bewijskracht onderhandse akte / 188
7.4.4 Schuldbekentenis; kwitantie / 189
7.4.5 Vervalsing in de tekst of de ondertekening van de onderhandse akte / 189
7.4.6 Bewijskracht onderhandse akte tegenover derden / 190
7.4.7 Registratie onderhandse akte / 190
7.4.8 Akte als ontstaansvereiste/uitsluitend bewijsmiddel / 190
7.4.9 Authentieke akte / 191
7.4.10 Rechtsopvolgers en vertegenwoordigers / 192
7.4.11 De bewijskracht van vonnissen / 193
7.5 Getuigenbewijs en het tussenvonnis tot bewijslevering / 194
7.5.1 Bewijsaanbod en bewijsopdracht / 194
7.5.2 Het tussenvonnis tot getuigenverhoor / 195
7.5.3 De inhoud van het tussenvonnis tot getuigenverhoor / 195
7.5.4 Andere beslissingen in het tussenvonnis / 196
7.5.5 Bindende eindbeslissing? / 197
7.5.6 Het oproepen van de getuigen / 198
7.5.7 De verplichting om als getuige te verschijnen en verklaringen af te leggen / 198
7.5.8 Het verschoningsrecht / 199
7.5.9 Partijen als getuigen / 202
7.5.10 Het horen van de getuigen / 203
7.5.11 Eigen waarneming / 204
7.5.12 Na afloop van het getuigenverhoor; contra-enquête / 204
7.5.13 Rogatore commissie / 205
7.6 Voorlopig getuigenverhoor / 206
7.6.1 De functie van het voorlopig getuigenverhoor / 206
7.6.2 Procedure / 207
7.6.3 Beperking van voorlopig getuigenverhoor / 208
7.6.4 Kosten van voorlopig getuigenverhoor / 209
7.7 Deskundigenbericht / 209
7.7.1 De functie van het deskundigenbericht / 209
7.7.2 Het door de deskundige te verrichten onderzoek / 210
7.7.3 Het horen van partijen / 211
7.7.4 Het rapport van deskundigen / 211
7.7.5 Het honorarium van deskundigen / 211
7.8 De overige bewijsmiddelen / 212
7.8.1 Voorlopige plaatsopneming en bezichtiging; voorlopig deskundigenbericht / 212

HOOFDSTUK 8
Samenvoeging van rechtsvorderingen / 215
8.1 Objectieve cumulatie / 216
8.2 De tegenvordering van de gedaagde (reconventie) / 217
8.2.1 Belang van gedaagde bij reconventie / 217
8.2.2 Voorwaardelijke reconventie / 218
8.2.3 Beperkingen voor de eis in reconventie / 219
8.2.4 De procedure in reconventie / 220
8.3 Subjectieve cumulatie / 220
8.4 Processuele ondeelbaarheid en overige gedwongen deelname van ‘derden’ aan het geding / 221
8.5 Vrijwaring / 226
8.5.1 Vereisten voor oproeping in vrijwaring / 227
8.5.2 De vordering tot oproeping in vrijwaring / 229
8.5.3 Twee procedures / 229
8.5.4 Het belang van de gewaarborgde bij de vrijwaring / 230
8.6 Voeging en tussenkomst (samen ook: interventie) / 231
8.6.1 Voeging en tussenkomst moeten door de rechter worden toegestaan / 232
8.6.2 Beperkte toelating van voeging en tussenkomst / 232

HOOFDSTUK 9
Het vonnis / 235
9.1 Gezag van gewijsde / 235
9.1.1 De binding aan het vonnis in het algemeen. Objectieve en subjectieve omvang van het gezag van gewijsde / 235
9.1.2 Verklaringen voor de binding aan het vonnis / 238
9.1.3 Gezag van gewijsde en het gesloten stelsel van rechtsmiddelen / 239
9.1.4 Gezag van gewijsde en kracht van gewijsde / 240
9.1.5 Nietigheid van het vonnis / 241
9.2 De onderscheiden vonnissen / 241
9.2.1 Condemnatore, constitutieve en declaratore vonnissen / 241
9.2.2 Eindvonnissen en tussenvonnissen / 244
9.2.3 Deelvonnissen / 245
9.2.4 Het bemiddelend vonnis / 246
9.2.5 Rolbeschikkingen / 247
9.3 Elementen van het vonnis / 247
9.3.1 De inhoud van het vonnis / 247
9.3.2 Toe- of afwijzing van de vordering; niet-ontvankelijkheid / 248
9.3.3 De uitvoerbaar bij voorraad verklaring / 249
9.4 De kostenveroordeling / 251
9.4.1 Welke kosten? / 252
9.4.2 Compensatie van proceskosten/nodeloze kosten / 255
9.4.3 De rechtsgrond van de veroordeling in de proceskosten / 255
9.4.4 Kostenveroordeling derde / 256
9.5 De uitspraak en de vastlegging van het vonnis / 257
9.5.1 Afschriften voor partijen / 258
9.5.2 Afschriften voor derden / 258
9.6 Verbetering van het vonnis / 258
9.7 Aanvullend vonnis / 260
9.8 Aansprakelijkheid voor het gebruik van een aantastbare titel / 260
9.9 Aansprakelijkheid van de Staat voor een onzorgvuldig vonnis / 261

HOOFDSTUK 10
De rechtsmiddelen / 263
10.1 Algemeen / 263
10.1.1 Gesloten stelsel van rechtsmiddelen / 263
10.1.2 Verbeteringen of aanvullingen / 265
10.1.3 Partijperikelen / 266
10.1.4 Rechtsmiddelenregister / 269
10.2 Verzet / 269
10.2.1 Verstek, zuivering verstek, verzet of hoger beroep / 270
10.2.2 Verzet; termijn / 273
10.2.3 Het instellen van het verzet / 275
10.2.4 Het verloop van de verzetprocedure / 275
10.2.5 Verzet na niet tijdig betalen griffierecht / 275
10.3 Hoger beroep / 276
10.3.1 De behandeling in twee instanties / 276
10.3.2 Eindvonnissen niet vatbaar voor hoger beroep / 278
10.3.3 Bijzondere rechtsmiddelenverboden / 279
10.3.4 Hoger beroep van tussenvonnissen / 281
10.3.5 Hoger beroep van deelvonnissen / 284
10.3.6 De appeltermijn / 285
10.3.7 Omvang hoger beroep / 285
10.3.8 Rechtspleging in hoger beroep / 290
10.3.9 Na vernietiging in hoger beroep / 297
10.4 Cassatie / 297
10.4.1 Beroep in cassatie; functie / 297
10.4.2 Wanneer in cassatie / 300
10.4.3 Rechtspleging in cassatie / 303
10.4.4 Na cassatie / 306
10.5 Verzet door derden / 307
10.5.1 Beperkte toelating van derdenverzet / 308
10.5.2 Gevolg van toewijzing van derdenverzet / 308
10.6 Herroeping / 308
10.6.1 Functie van herroeping / 308
10.6.2 Gronden en verdere gang van zaken / 309

HOOFDSTUK 11
De procedure bij de kantonrechter / 311
11.1 Algemeen / 311
11.2 Afwijkingen ten opzichte van de (gewone)rechtbankprocedure bij de afdeling civiel recht / 311
11.3 Bijzondere procedures bij de kantonrechter / 314
11.3.1 Kort geding / 314
11.3.2 Pachtgedingen / 314

HOOFDSTUK 12
Het kort geding / 315
12.1 De functie van het kort geding / 315
12.2 De toegenomen betekenis van het kort geding / 317
12.3 De vereisten voor het kort geding / 318
12.3.1 De zaak moet geschikt zijn om in kort geding te worden beslist / 318
12.3.2 Spoedeisend belang / 319
12.3.3 Voorziening bij voorraad / 319
12.3.4 Onherstelbare gevolgen / 320
12.4 De beoordeling door de kortgedingrechter / 321
12.4.1 De belangenafweging / 321
12.4.2 Geldvordering / 322
12.5 De bevoegdheid van de kortgedingrechter / 323
12.6 Het kort geding door en tegen de overheid / 324
12.7 Afwijkingen van de gewone procesvormen / 325
12.8 Rechtsmiddelen tegen het vonnis in kort geding / 332
12.9 De bodemprocedure / 333
12.10 Een andersluidende beslissing in het bodemgeschil / 334

HOOFDSTUK 13
De verzoekschriftprocedure / 337
13.1 Oneigenlijke rechtspraak / 337
13.2 Vermogensrechtelijke geschilbeslechting in de
verzoekschriftprocedure / 338
13.3 De algemene regeling van de verzoekschriftprocedure / 339
13.3.1 Gesloten systeem / 339
13.3.2 Rechtsmacht / 340
13.3.3 Absolute bevoegdheid en interne bevoegdheid rechtbank / 342
13.3.4 Relatieve bevoegdheid / 343
13.3.5 Het verzoekschrift / 343
13.3.6 De wisselbepaling / 344
13.3.7 De verdere gang van zaken / 344
13.3.8 De beschikking / 348
13.3.9 De rechtsmiddelen / 349
13.3.10 Hoger beroep / 350
13.3.11 Het beroep in cassatie / 351
13.3.12 Herroeping / 352
13.4 Ontbinding van arbeidsovereenkomsten / 352
13.5 Echtscheiding en andere scheidingsgedingen / 353
13.5.1 De echtscheidingsprocedure / 354
13.5.2 Echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek / 357
13.5.3 Inschrijving van de echtscheidingsbeschikking / 358
13.6 Enkele andere verzoekschriftprocedures op het terrein van het personen- en familierecht / 358
13.7 Deelgeschil inzake letsel- en overlijdensschade / 359

HOOFDSTUK 14
Arbitrage, bindend advies en mediation / 361
14.1 Arbitrage / 361
14.1.1 Wettelijke regeling / 361
14.1.2 Voordelen en bezwaren van arbitrage / 363
14.1.3 Institutionele arbitrage en ad-hoc arbitrage / 364
14.1.4 Wat kan aan arbitrage worden onderworpen? / 365
14.1.5 Twee soorten arbitrageovereenkomsten / 367
14.1.6 Het karakter van de overeenkomst tot arbitrage / 367
14.1.7 De vastlegging en het bewijs van de overeenkomst tot arbitrage / 367
14.1.8 De overeenkomst tot arbitrage en de gewone rechter / 368
14.1.9 De benoeming van arbiters / 369
14.1.10 Bevoorrechte positie bij de benoeming / 370
14.1.11 Wraking van arbiters / 370
14.1.12 Het arbitraal geding / 371
14.1.13 Door arbiters bij hun beslissing in acht te nemen regels / 377
14.1.14 Het vonnis van arbiters / 380
14.1.15 Verbetering en aanvulling arbitraal vonnis / 381
14.1.16 De deponering van het vonnis ter griffie / 382
14.1.17 Het verlof tot tenuitvoerlegging / 382
14.1.18 Het arbitraal hoger beroep / 383
14.1.19 De vernietiging door de gewone rechter / 385
14.1.20 De vordering tot vernietiging / 387
14.1.21 De beslissing op de eis tot vernietiging / 388
14.1.22 Herroeping / 389
14.1.23 Slotbepalingen / 390
14.1.24 Arbitrage buiten Nederland / 391
14.2 Bindend advies / 392
14.2.1 De geoorloofdheid van de clausule van bindend advies en van bindende partijbeslissing / 393
14.2.2 De overeenkomst tot onderwerping van een geschil aan bindend advies / 395
14.2.3 Rechterlijke toetsing / 396
14.2.4 Onderscheid tussen bindend advies en arbitrage / 397
14.2.5 Wat verdient de voorkeur, arbitrage of bindend advies? / 398
14.3 Mediation / 398

HOOFDSTUK 15
Nederlandse procedures van Europese herkomst / 403
15.1 De Europese executoriale titel (EET) / 404
15.2 Het Europese betalingsbevel (EBB) / 406
15.3 De Europese procedure voor geringe geldvorderingen (EGV) / 411
15.4 Europees bankbeslag / 414

HOOFDSTUK 16
Hoofdzaken van de executie, het beslag en de zijdelingse dwangmiddelen / 417
16.1 Inleiding / 417
16.1.1 Geven / 417
16.1.2 Doen / 418
16.1.3 Nalaten / 418
16.1.4 Dwangsom / 419
16.1.5 De deurwaarder / 419
16.2 De executie / 420
16.2.1 Herleiding en reële executie / 420
16.2.2 De executie van de verplichting tot geven, doen en nalaten / 422
16.2.3 Bijzondere gevallen van reële executie / 425
16.2.4 Schorsing executie door rechtsmiddel / 426
16.2.5 Executiegeschillen / 426
16.2.6 Executie en faillissement beslagschuldenaar / 427
16.3 Beslag / 427
16.3.1 Vatbaar voor beslag / 428
16.3.2 De omvang van het beslag / 430
16.3.3 Het blokkeringeffect / 432
16.3.4 Beslag geen zakelijk recht/geen voorrang / 434
16.3.5 Wat is belangrijker: uitwinning of blokkering? / 435
16.3.6 Misbruik van beslag / 435
16.3.7 Regeling niet bij de tijd / 435
16.4 Uitwinning door faillissement / 436
16.4.1 Overwegingen ten gunste van faillissementsaanvraag / 437
16.4.2 Overwegingen ten gunste van beslaglegging / 438
16.5 Parate executie / 439
16.6 Indirecte dwangmiddelen dwangsom en lijfsdwang / 440
16.6.1 Dwangsom / 440
16.6.2 Het vorderen van de dwangsom / 441
16.6.3 Dwangsom en algemeen verbod / 442
16.6.4 Veroordelingen waaraan geen dwangsom kan worden verbonden / 442
16.6.5 De incasso van de dwangsom en het verweer daartegen / 443
16.6.6 Dwangsom niet of niet langer verbeurd / 445
16.6.7 Dwangsom en schadevergoeding / 446
16.6.8 Lijfsdwang / 446

HOOFDSTUK 17
Executoriaal beslag / 447
17.1 Wettelijke regeling / 447
17.2 Executoriale titel / 447
17.3 Executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn / 451
17.3.1 De functie van het beslag op roerende zaken / 451
17.3.2 De gang van zaken / 451
17.3.3 De toegang tot de in beslag te nemen zaken / 452
17.3.4 Van beslag vrijgestelde zaken / 453
17.3.5 Geen verhaal op zaken van derden / 453
17.3.6 Beslag op in pand gegeven zaak / 455
17.3.7 Fiscaal bodembeslag / 455
17.3.8 Zaken van derden als verhaalsobject / 456
17.3.9 Beperkt blokkeringseffect; bewaring / 456
17.3.10 Tenietgaan of beschadiging van de beslagen zaak / 457
17.3.11 Medebeslag en de verdeling van de executieopbrengst / 458
17.3.12 Beslag tot afgifte van roerende zaken / 458
17.3.13 Samenloop van verhaalsbeslag en afgiftebeslag; pluraliteit van afgiftebeslagen / 459
17.4 Beslag op aandelen op naam in naamloze en besloten vennootschappen / 460
17.5 Executoriaal derdenbeslag / 461
17.5.1 Functie van het derdenbeslag / 461
17.5.2 De gang van zaken / 462
17.5.3 Inhoud beslagexploot / 463
17.5.4 Beslag voor en op toekomstige vorderingen / 463
17.5.5 Niet vatbaar voor derdenbeslag / 465
17.5.6 Blokkeringseffect bij derdenbeslag / 466
17.5.7 Medebeslag / 468
17.5.8 De verklaring van de derde-beslagene / 469
17.5.9 De verklaringsprocedure / 469
17.5.10 De positie van de bij het beslag betrokken partijen / 470
17.5.11 Beslag op levensverzekering / 474
17.5.12 Vereenvoudigde vormen van verhaal onder derden / 474
17.5.13 Derdenbeslag op zaken / 477
17.5.14 Beslag op effecten gedeponeerd bij een bank / 478
17.5.15 Internationale verwikkelingen bij derdenbeslag / 479
17.5.16 Derdenbeslag en faillissement / 480
17.6 Executoriaal beslag onder de schuldeiser (eigenbeslag) / 481
17.7 Executoriaal beslag op onroerende zaken / 482
17.7.1 Functie van beslag op onroerende zaken / 482
17.7.2 De gang van zaken / 483
17.7.3 Medebeslag / 484
17.7.4 Het blokkeringseffect van beslag op onroerende zaken / 484
17.7.5 Opvordering door derden / 487
17.7.6 Uitwinning door de hypotheekhouder / 487
17.7.7 De ontruiming van de zaak waarop beslag werd gelegd / 488
17.8 Executoriaal beslag op schepen / 489
17.9 Opheffing / 489

HOOFDSTUK 18
Conservatoor beslag / 491
18.1 Wettelijke regeling / 491
18.2 Het verlof van de voorzieningenrechter / 492
18.3 De afzonderlijke beslagen / 495
18.3.1 Conservatoor verhaalsbeslag op roerende zaken/bewaring / 495
18.3.2 Conservatoor beslag onder derden / 495
18.3.3 Conservatoor beslag onder de schuldeiser zelf / 496
18.3.4 Conservatoor beslag op onroerende zaken / 496
18.3.5 Vreemdelingenbeslag (saisie foraine) / 497
18.3.6 Conservatoor beslag tot afgifte of levering / 498
18.3.7 De Vormerkung / 500
18.3.8 Bewijsbeslag / 502
18.4 De opheffing van het beslag / 504
18.5 De eis in de hoofdzaak / 507
18.6 Schadevergoedingsplicht beslaglegger / 508
18.7 Maritaal beslag en verdelingsbeslag / 509
18.7.1 Karakter en functie van maritaal beslag / 509
18.7.2 De gang van zaken / 510
18.7.3 Maritaal beslag en rechten van crediteuren / 510
18.7.4 Het verdelingsbeslag / 510

Artikelenregister / 513
Jurisprudentieregister / 549
Trefwoordenregister / 587

Net verschenen

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Compendium Burgerlijk procesrecht