trefwoord
Bretton Woods: het monetaire systeem dat de naoorlogse wereld vormgaf
In juli 1944 kwamen vertegenwoordigers van 44 landen bijeen in het bergstadje Bretton Woods in New Hampshire. Hun doel: het creëren van een nieuw internationaal monetair systeem dat de chaotische jaren dertig en de catastrofe van de Tweede Wereldoorlog achter zich zou laten. Het resultaat was een systeem waarbij de dollar aan goud gekoppeld werd en andere valuta's aan de dollar. Dit zogenaamde Bretton Woods-systeem zou tot 1971 de wereldeconomie bepalen en heeft nog steeds zijn sporen nagelaten in de huidige internationale financiële orde.
De conferentie leidde tot de oprichting van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, instituten die vandaag de dag nog steeds een centrale rol spelen. Maar hoe werkte dit systeem precies? Waarom stortte het uiteindelijk in? En wat zijn de lessen voor vandaag?
Spotlight: Harry van Dalen
Boek bekijken
De visie van Keynes: een nieuwe wereldorde
John Maynard Keynes was de Britse hoofdonderhandelaar in Bretton Woods. Hij droomde van een internationaal clearingsysteem met een nieuwe wereldmunt, de 'bancor'. Dit ambitieuze plan zou landen met handelstekorten en -overschotten automatisch in evenwicht brengen. Maar de Amerikanen, vertegenwoordigd door Harry Dexter White, hadden andere plannen. Zij wilden de dollar als centrale reservemunt vestigen.
Uiteindelijk wonnen de Amerikanen. Het Bretton Woods-systeem werd gebaseerd op de dollar, die inwisselbaar was tegen goud voor 35 dollar per ounce. Andere valuta's hadden vaste wisselkoersen ten opzichte van de dollar. Dit systeem combineerde de stabiliteit van de goudstandaard met de flexibiliteit van beheerste wisselkoersaanpassingen.
Het systeem in de praktijk: stabiliteit en spanning
Gedurende de jaren vijftig en zestig bracht Bretton Woods inderdaad de beoogde stabiliteit. De wereldeconomie groeide spectaculair, internationale handel floreerde en Europa herbouwde zich in rap tempo. De vaste wisselkoersen maakten handelsverkeer voorspelbaar en verminderden het risico op de valutacrises die de jaren dertig hadden gekenmerkt.
Maar onder de oppervlakte groeiden de spanningen. Amerika's rol als garantor van het systeem vereiste een constant overschot aan goud. Naarmate de economieën van Europa en Japan zich herstelden, nam de wereldwijde vraag naar dollars toe. De VS moesten steeds meer dollars in omloop brengen, maar hun goudvoorraad groeide niet mee. Dit paradoxale 'dilemma van Triffin' maakte het systeem inherent onstabiel.
Boek bekijken
SPOTLIGHT: Edin Mujagic
1971: het keerpunt
Op 15 augustus 1971 kondigde president Richard Nixon in een televisietoespraak aan dat de VS de koppeling tussen de dollar en goud tijdelijk opschortten. Die 'tijdelijke' opschorting zou permanent blijken. Met deze zogenaamde Nixon-shock kwam abrupt een einde aan het Bretton Woods-systeem.
De oorzaken waren veelvoudig: de kosten van de Vietnamoorlog, toenemende inflatie in de VS, en de groeiende goudvoorraad van andere landen ten koste van Amerika. Toen Frankrijk en andere landen daadwerkelijk begonnen hun dollars in te wisselen voor goud, moest Nixon handelen. De keizer van het monetaire systeem bleek naakt.
Boek bekijken
Het einde van Bretton Woods markeerde de overgang van een systeem van discipline naar een systeem van discretie, met alle gevolgen van dien voor inflatie en wisselkoersvolatiliteit. Uit: Keerpunt 1971
De nalatenschap: tussen monetaire hegemonie en instabiliteit
Na 1971 kwam er een nieuw systeem van zwevende wisselkoersen. Dit bracht zowel voor- als nadelen. Landen kregen meer autonomie in hun monetaire beleid, maar de wisselkoersvolatiliteit nam toe. De dollar bleef echter de dominante reservemunt, een positie die Amerika een 'exorbitant privilege' verschafte.
Deze nieuwe orde maakte ook de weg vrij voor financialisering. Zonder de discipline van de goudstandaard konden centrale banken vrijer geld creëren. Dit leidde tot periodes van hoge inflatie in de jaren zeventig, maar ook tot de enorme kredietexpansie die uiteindelijk in de financiële crisis van 2008 zou uitmonden.
Boek bekijken
De kleine Keynes Het échte compromis in Bretton Woods was niet tussen Keynes en White, maar tussen internationale stabiliteit en nationale soevereiniteit. Deze spanning blijft fundamenteel voor elk monetair systeem.
Bretton Woods en de euro: historische echo's
De geschiedenis van Bretton Woods werpt ook licht op hedendaagse monetaire vraagstukken. De eurozone kampt met vergelijkbare spanningen als het Bretton Woods-systeem: een gemeenschappelijke munt zonder gemeenschappelijke fiscale unie. Waar Bretton Woods kon terugvallen op Amerikaanse hegemonie, mist de euro een vergelijkbaar centrum van macht.
Tegelijkertijd blijven veel landen zoeken naar alternatieven voor het dollarcentrisme dat na Bretton Woods ontstond. China's pogingen om de yuan te internationaliseren en experimenten met digitale munten door centrale banken tonen dat de zoektocht naar een optimaal internationaal monetair systeem nog lang niet voorbij is.
Boek bekijken
Lessen voor vandaag
Wat kunnen we vandaag nog leren van Bretton Woods? Ten eerste dat ieder monetair systeem een balans moet vinden tussen stabiliteit en flexibiliteit. Bretton Woods bood te weinig flexibiliteit voor een dynamische wereldeconomie. Het huidige systeem van zwevende koersen biedt wellicht te veel, getuige de herhaalde financiële crises.
Ten tweede toont de geschiedenis van Bretton Woods dat monetaire architectuur onlosmakelijk verbonden is met geopolitieke machtsverhoudingen. Het systeem spiegelde de Amerikaanse dominantie na 1945. Zijn ineenstorting viel samen met het begin van het einde van die dominantie. In een multipolaire wereld is de vraag naar een nieuw Bretton Woods misschien wel relevanter dan ooit.
Tot slot leert Bretton Woods ons dat internationale samenwerking mogelijk is, zelfs in tijden van grote politieke spanningen. De bereidheid van 44 naties om samen te werken aan een gezamenlijk monetair raamwerk was een opmerkelijke prestatie. Of we in onze tijd tot vergelijkbare samenwerking in staat zijn, zal de toekomst moeten uitwijzen.