trefwoord
Wet BIG: het juridische fundament van de gezondheidszorg
De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, kortweg Wet BIG, vormt sinds 1997 de ruggengraat van de kwaliteitsborging in de Nederlandse gezondheidszorg. Deze wet regelt welke zorgverleners zich arts, verpleegkundige of fysiotherapeut mogen noemen, welke handelingen zijn voorbehouden aan bepaalde beroepsgroepen en hoe toezicht wordt gehouden op de beroepsuitoefening. Voor patiënten betekent de Wet BIG bescherming: zij kunnen erop vertrouwen dat geregistreerde zorgverleners aan bepaalde opleidingseisen voldoen en onder tuchtrechtelijk toezicht staan.
De wet kent drie pijlers: titelbescherming (alleen geregistreerden mogen bepaalde beroepstitels voeren), voorbehouden handelingen (bepaalde risicovolle handelingen mogen alleen door daartoe bevoegde professionals worden uitgevoerd) en het tuchtrecht (een systeem om onzorgvuldig handelen te bestraffen). Deze drieslag moet waarborgen dat patiënten veilige en kwalitatief goede zorg ontvangen.
Boek bekijken
Spotlight: Aart Hendriks
Tuchtrecht en professionele verantwoordelijkheid
Het tuchtrecht is wellicht het meest zichtbare onderdeel van de Wet BIG. Wanneer een zorgverlener tekortschiet in zijn zorgplicht, kan een tuchtcollege maatregelen opleggen die variëren van een waarschuwing tot definitieve doorhaling uit het BIG-register. Deze tuchtrechtspraak is openbaar, waardoor niet alleen individuele zorgverleners maar het hele veld kan leren van gemaakte fouten.
Boek bekijken
Tussen bescherming en beperking
De Wet BIG kent ook een spanning. Enerzijds beschermt de wet patiënten tegen onbevoegde zorgverleners, anderzijds kan zij innovatie in de weg staan. Nieuwe beroepsgroepen moeten een langdurig traject doorlopen voordat zij erkend worden, en voorbehouden handelingen mogen niet zomaar worden gedelegeerd. Deze starheid botst soms met de realiteit van personeelstekorten en nieuwe zorgvormen.
Boek bekijken
De strafrechtelijke dimensie
Naast het tuchtrecht kent de Wet BIG ook een strafrechtelijke kant. Het onbevoegd uitoefenen van voorbehouden handelingen – denken aan het verrichten van heelkundige ingrepen of het voorschrijven van medicijnen zonder daartoe bevoegd te zijn – is strafbaar gesteld. Deze strafbaarstelling moet patiënten beschermen tegen kwakzalverij en gevaarlijke ondeskundige behandelingen.
Boek bekijken
Tuchtrechtelijke toetsing en strafrechtelijke rechtsvervolging in de gezondheidszorg Tuchtrechtelijke procedures hebben niet alleen een bestraffende functie, maar dienen vooral om de kwaliteit van de zorg te bewaken en professionals te laten leren van fouten.
Tuchtrechtspraak in de praktijk
De tuchtcolleges behandelen jaarlijks honderden klachten tegen BIG-geregistreerde zorgverleners. De jurisprudentie die hieruit voortkomt, vormt een levend geheel van normen en verwachtingen. Wat geldt als professioneel handelen? Wanneer is een behandelfout tuchtrechtelijk verwijtbaar? Deze vragen worden niet abstract beantwoord, maar aan de hand van concrete casuïstiek.
Boek bekijken
Toekomstperspectief
De Wet BIG is inmiddels meer dan 25 jaar oud en laat de sporen van die leeftijd zien. Er wordt gediscussieerd over herziening: moet de wet niet flexibeler worden om sneller nieuwe beroepsgroepen te kunnen erkennen? Hoe verhouden de huidige voorbehouden handelingen zich tot technologische ontwikkelingen zoals e-health en AI in de zorg? En is het tuchtrecht nog wel passend in een tijd waarin van zorgprofessionals steeds meer transparantie wordt gevraagd?
Ondanks alle discussie blijft het uitgangspunt overeind: patiënten hebben recht op zorg van gekwalificeerde professionals die zich aan professionele normen houden. De Wet BIG blijft daarvoor het centrale instrument, hoe de precieze invulling in de toekomst ook mag zijn. Voor iedereen die werkt in de zorg of zich bezighoudt met gezondheidsrecht, is grondige kennis van deze wet daarom onmisbaar.