Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
, , , e.a.

Wegwijs in het Internationaal en Europees Belastingrecht

Specificaties
Paperback, 786 blz. | Nederlands
Sdu uitgevers | 8e druk, 2015
ISBN13: 9789012395922
Rubricering
Hoofdrubriek : Juridisch
Juridisch : Fiscaal recht
Sdu uitgevers 8e druk, 2015 9789012395922
Onderdeel van serie Wegwijsserie compleet
Dit product is niet meer leverbaar
87,10

Samenvatting

'Wegwijs in het Internationaal en Europees Belastingrecht' geeft inzicht in:

- internationale en Europeesrechtelijke regels ter voorkoming van dubbele belasting, zowel op het
gebied van inkomen en vermogen als van successie- en schenking;
- internationale en Europeesrechtelijke regels ter voorkoming van ongewenst gebruik;
- Europeesrechtelijke harmonisatiemaatregelen;
- internationale en Europeesrechtelijke maatregelen ter bescherming van de rechten van
belastingplichtigen in de vorm van non-discriminatiebepalingen en onderling overleg- en
arbitragemaatregelen;
- internationale en Europeesrechtelijke wederzijdse bijstandverleningsbepalingen;
- internationale en Europeesrechtelijke maatregelen ter voorkoming van schadelijke
belastingconcurrentie;
- de invloed van het internationaal publiekrecht op de uitleg van belastingverdragen.

Specificaties

ISBN13:9789012395922
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:786
Uitgever:Sdu uitgevers
Druk:8
Verschijningsdatum:30-7-2015
Hoofdrubriek:Fiscaal recht

Over R. Betten

Dhr. R. Betten is belastingadviseur en redacteur van het International Transfer Pricing Journal.

Andere boeken door R. Betten

Inhoudsopgave

Voorwoord / v

Lijst van gebruikte afkortingen / xxi

Deel I Internationaal Belastingrecht

1 Het vakgebied internationaal belastingrecht: een nadere toelichting op doel en inhoud / 1

1.1 Regels ter voorkoming van dubbele belasting / 1
1.1.1 Dubbele belasting / 1
1.1.2 Oplossing voor dubbele belasting en belastingontgaan en -ontduiking / 3
1.1.3 Voorkoming van juridisch dubbele belasting door eenzijdige regelingen en belastingverdragen / 3
1.1.4 Voorkoming van door samenloop van heffingsbeginselen veroorzaakte juridisch dubbele belasting / 5
1.1.4.1 Samenloop van heffingsbeginselen / 5
1.1.4.2 Voorkoming van dubbele belasting door eenzijdige regelingen / 6
1.1.4.3 Voorkoming van dubbele belasting door belastingverdragen / 7
1.1.5 Voorkoming van economisch dubbele belasting / 9
1.2 Regels ter voorkoming van blinde vlekken en belastingontgaan / 9
1.3 Non-discriminatiebepalingen / 11
1.4 Regels met betrekking tot wederzijdse bijstand bij inlichtingen en invordering / 13
1.5 De invloed van internationaal publiekrecht op het internationaal belastingrecht / 13

2 Instrumenten ter voorkoming van dubbele belasting / 15

2.1 Het Besluit voorkoming dubbele belasting / 15
2.1.1 Historische ontwikkeling / 15
2.1.2 Functie / 16
2.1.2.1 De voorkomingsfunctie / 16
2.1.2.2 De normatieve functie / 17
2.1.3 Inhoud / 20
2.1.3.1 De subjectieve reikwijdte van het besluit (de persoonlijke werkingssfeer) / 20
2.1.3.2 De belastingen waarop het besluit van toepassing is (de zakelijke werkingssfeer) / 23
2.1.3.3 De objectieve werking / 24
2.2 Belastingverdragen / 27
2.2.1 Historische ontwikkeling / 27
2.2.2 Functie / 33
2.2.2.1 Meer functies voor belastingverdragen? / 38
2.2.2.2 De internationale belastingpolitiek van Nederland / 41
2.2.3 Wijze van totstandkoming / 45
2.2.4 Inhoud / 48
2.2.4.1 De titel / 49
2.2.4.2 De preambule / 50
2.2.4.3 De subjectieve reikwijdte van het verdrag (de persoonlijke werkingssfeer) / 50
2.2.4.4 De belastingen waarop de overeenkomst van toepassing is (de zakelijke werkingssfeer) / 54
2.2.4.5 De definities / 57
2.2.4.6 De uitleg van belastingverdragen / 57
2.2.4.7 Compartimentering bij verdragen / 66
2.2.4.8 De objectieve werking / 67
2.2.4.9 De territoriale werking / 71
2.2.4.10 Inwerkingtreding en beëindiging / 72
2.2.4.11 Het Protocol / 73
2.2.4.12 Gezamenlijke uitleg in briefwisseling of Memorandum of Understanding / 73
2.2.4.13 Toelichtende nota / 73
2.3 De Belastingregeling voor het Koninkrijk en de Belastingregeling voor Nederland / 74
2.3.1 De staatkundige positie van de overzeese Koninkrijksdelen / 74
2.3.2 Historie en status van de Belastingregeling voor het Koninkrijk / 76
2.3.3 Functies / 76
2.3.4 Inhoud / 77
2.3.5 Toelichting / 78
2.3.6 De Belastingregeling Nederland – Curaçao / 79
2.3.7 De Belastingregeling voor het land Nederland / 79
2.4 Kostenaftrek / 80
2.4.1 Kostenaftrek mogelijk als geen regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is / 80
2.4.2 Op verzoek / 80
2.4.3 Schriftelijk verzoek / 82

3 Belastingen naar het inkomen en vermogen: voorkomingsmethoden / 83

3.1 Inleiding / 83
3.2 De vrijstellingsmethode / 86
3.2.1 Inleiding / 86
3.2.2 Belastingvrijstelling / 87
3.2.3 Objectvrijstelling / 88
3.2.4 Toepassing van de vrijstellingsmethode uit het BvdB 2001 (Inkomstenbelasting) / 89
3.2.4.1 Onderworpenheid / 90
3.2.4.2 Geheven of betaald / 91
3.2.4.3 Onderworpenheid en tax holidays / 92
3.2.4.4 Bewijslast onderworpenheid / 92
3.2.4.5 Objectieve of subjectieve onderworpenheid / 93
3.2.4.6 ‘Voor zover’ / 94
3.2.4.7 Belasting naar het inkomen / 95
3.2.4.8 Vanwege die Mogendheid geheven / 96
3.2.5 Vrijstelling is vermindering / 97
3.2.5.1 De voorkomingsbreuk / 98
3.2.5.2 De teller (bruto of netto) / 99
3.2.5.3 De teller (gezamenlijk of per land) / 100
3.2.5.4 De noemer / 101
3.2.5.5 Bijzonder tarief / 103
3.2.5.6 Doorschuifregeling / 103
3.2.5.7 Negatief buitenlands inkomen, inhaalregeling / 106
3.2.5.8 Wisselwerking tussen doorschuif- en inhaalregeling / 107
3.2.5.9 Voorkoming en verliesverrekening / 108
3.2.6 Toepassing van de objectvrijstelling in de Wet VPB 1969 (Vennootschapsbelasting) / 111
3.2.6.1 Achtergrond van de objectvrijstelling / 111
3.2.6.2 Werking van de objectvrijstelling / 115
3.2.6.3 Inkomenscategorieën waarvoor de objectvrijstelling geldt / 117
3.2.6.4 Buitenlandse ondernemingswinst uit een verdragsland / 117
3.2.6.5 Buitenlandse ondernemingswinst uit een niet-verdragsland / 118
3.2.6.6 Laagbelaste beleggingsonderneming / 119
3.2.6.7 Stakingsverliezen / 123
3.2.7 Toepassing van de vrijstellingsmethode voor andere belastingen / 126
3.2.8 Door Nederland gesloten belastingverdragen / 126
3.3 De verrekenmethode / 127
3.3.1 Basisgedachte van verrekening / 127
3.3.2 Soorten verrekening / 127
3.3.2.1 Volledige verrekening / 127
3.3.2.2 Beperkte verrekening / 128
3.3.2.3 Tax sparing credit / 129
3.3.2.4 Matching credit / 130
3.3.2.5 Indirecte verrekening / 130
3.3.3 Toepassing van de verrekenmethode uit het Bvdb 2001 / 132
3.3.3.1 Belasting naar het inkomen / 133
3.3.3.2 Verrekening in box 2 / 133
3.3.3.3 Verrekening in box 3 / 134
3.3.3.4 Eerste limiet / 135
3.3.3.5 Tweede limiet / 136
3.3.3.6 Samenloop van vrijstelling en verrekening in Nederland / 139
3.3.3.7 Onverrekende belasting / 140
3.3.3.8 Verrekening onder het BvdB 2001 – gezamenlijk of per land / 141
3.3.4 Vergelijking verrekening en vrijstelling; overbrenging van grondslag of belasting / 142
3.3.5 Verdragen / 144
3.3.5.1 De teller / 145
3.3.5.2 De noemer / 146
3.3.5.3 Formule na 1980 / 146
3.3.5.4 Onverrekende belasting / 147
3.3.5.5 Verrekening per verdragsland of gezamenlijk / 147
3.4 Kostenaftrek / 148
3.4.1 Geen regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing / 149
3.4.2 Keuze voor kostenaftrek in plaats van verrekening / 152
3.4.3 Geen keuze bij vrijstelling / 153

4 Belastingen naar het inkomen en vermogen: het subject / 155

4.1 Woonplaats en nationaliteit / 155
4.2 Afbakening belastingsubject naar Nederlands nationaal recht / 156
4.2.1 Nederlandse maatstaven doorslaggevend / 156
4.2.2 Criteria naar nationaal recht / 156
4.2.3 Uitzondering op criteria naar nationaal recht / 159
4.2.4 Naar de omstandigheden / 160
4.2.4.1 Inleiding / 160
4.2.4.2 Natuurlijke personen / 160
4.2.4.3 Lichamen / 165
4.2.5 Verklaringen van de Belastingdienst / 171
4.2.5.1 Woonplaatsverklaringen / 171
4.2.5.2 Vaste-inrichtingverklaringen / 174
4.2.6 Open versus gesloten norm / 174
4.2.7 Personenvennootschappen / 175
4.2.7.1 Nationaal recht / 175
4.2.7.2 Verdragsrecht / 179
4.2.8 Specifieke groepen werknemers / 185
4.2.9 Keuzerecht / kwalificerende buitenlandse belastingplicht / 186
4.3 Unilaterale regeling / 187
4.3.1 Art. 4 AWR doorslaggevend / 187
4.3.2 Woon- en vestigingsplaatsficties uit IB en VPB ook van toepassing / 188
4.4 Verdragen / 188
4.4.1 Natuurlijke personen: van nationaliteit naar woonplaats / 188
4.4.2 Lichamen / 191
4.4.2.1 Algemeen / 191
4.4.2.2 ‘Place of effective management’ / 191
4.4.2.3 Heffingssubject blijft in stand, heffingsobject verdwijnt / 193
4.4.2.4 Eindafrekening / 195
4.4.2.5 Dividendbetalingen / 200
4.5 Door Nederland gesloten bilaterale verdragen / 203
4.5.1 Verdragsbeleid / 203
4.5.2 Afwijkingen van het OESO-Modelverdrag / 204
4.5.3 Collectieve verzoeken om teruggaaf bronbelasting / 209
4.6 Jurisprudentie / 209
4.7 Bijzondere regelingen voor functionarissen van internationale organisaties / 219
4.7.1 Verschillend luidende regelingen met verschillende doelstelling / 219
4.7.2 Absolute of relatieve vrijstelling? / 222
4.7.3 Jurisprudentie / 223
4.7.4 Besluit / 225
4.7.5 Woonplaatsfictie EU-ambtenaren / 225

5 Belastingen naar het inkomen en vermogen: het object / 227

5.1 Belastingen naar het inkomen / 227
5.1.1 Nationale wet / 227
5.1.1.1 Binnenlandse belastingplicht / 227
5.1.1.2 Buitenlandse belastingplicht / 227
5.1.2 Unilaterale regeling / 228
5.1.3 Verdragen / 228
5.2 Winst uit onderneming: de vaste inrichting / 229
5.2.1 Inleiding / 229
5.2.2 Afbakening heffingsobject naar nationaal recht / 231
5.2.2.1 Geen algemene wettelijke definitie, wel ficties / 231
5.2.2.2 Invulling open norm in jurisprudentie / 235
5.2.3 Unilaterale regeling / 236
5.2.3.1 Algemene wettelijke definitie en fictiebepalingen / 236
5.2.3.2 Nadere invulling in jurisprudentie / 237
5.2.4 Verdragen / 238
5.2.4.1 Historische ontwikkeling / 238
5.2.4.2 Algemene definitie / 240
5.2.4.3 Niet-limitatieve opsomming van voorbeelden / 242
5.2.4.4 Fictiebepaling inzake uitvoering van werken / 244
5.2.4.5 Fictieve niet-vaste inrichtingen / 245
5.2.4.6 Verbonden lichamen als vaste inrichting? / 247
5.2.5 Door Nederland gesloten bilaterale verdragen / 247
5.2.5.1 Verdragsbeleid / 247
5.2.5.2 Afwijkingen in door Nederland gesloten verdragen / 249
5.2.6 Jurisprudentie / 253
5.2.6.1 Nationale wet / 253
5.2.6.2 Unilaterale regeling / 254
5.2.6.3 Verdragen / 255
5.2.6.4 BRK / 258
5.3 Winst uit onderneming: de vaste vertegenwoordiger / 259
5.4 Winst uit onderneming: het vaste middelpunt / 265
5.5 De omvang van de vaste-inrichtingswinst / 267
5.5.1 Terminologie / 267
5.5.2 Oorzaken van verschillen tussen v.i.-winst en aftrekwinst / 268
5.5.2.1 Verschillen in het algemene winstconcept / 268
5.5.3 Oorzaken van verschillen tussen bijdragewinst en v.i.-winst/aftrekwinst / 272
5.5.3.1 Verschil in elementen / 272
5.5.3.2 Verschil in timing / 273
5.5.3.3 Koersverschillen / 273
5.5.4 Welke benadering van de ondernemingssplitsingstheorie moet worden toegepast? / 275
5.5.4.1 Nationale wet / 275
5.5.4.2 Unilaterale regeling / 275
5.5.4.3 Verdragen / 276
5.5.4.4 Art. 7, lid 3, 4 en 5, OESO-Modelverdrag 1963-2008 vervallen / 292
5.5.4.5 Art. 7, lid 3, OESO-Modelverdrag 2010: correlatieve aanpassing / 292
5.5.5 Door Nederland gesloten bilaterale verdragen / 293
5.5.5.1 Verdragsbeleid / 293
5.5.5.2 Afwijkingen van het OESO-Modelverdrag / 297
5.5.6 Jurisprudentie / 300
5.5.6.1 Nationale wet / 300
5.5.6.2 Unilaterale regeling / 304
5.5.6.3 Verdragen / 307
5.5.6.4 Het besluit van 16 september 2002, nr. IFZ2002/ 715M; toerekening van winst aan in Duitsland gelegen vaste inrichtingen van Nederlandse bloemenhandelaren (het lijntjesrijdersbesluit) / 316
5.5.7 Vergelijking tussen de OESO-visie en de Nederlandse visie / 317
5.6 Onroerende zaken / 319
5.6.1 Nationale wet / 319
5.6.2 BvdB 2001 / 320
5.6.3 Verdragen / 321
5.6.3.1 Het OESO-Modelverdrag / 321
5.6.3.2 Door Nederland gesloten verdragen / 325
5.7 Scheepvaart- en luchtvaartwinsten / 325
5.7.1 Verdragsbeleid / 326
5.7.2 Afwijkingen in door Nederland gesloten belastingverdragen / 327
5.8 Transfer pricing / 327
5.8.1 Inleiding / 327
5.8.2 De OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen voor de multinationale ondernemingen en voor de belastingadministraties (de Transfer Pricing Guidelines) / 332
5.8.2.1 Arm’s length pricing als uitgangspunt / 332
5.8.2.2 Het arm’s length-principe / 333
5.8.2.3 Functionele analyse als leidraad / 334
5.8.2.4 Arm’s length pricing bij marktpenetratie / 334
5.8.2.5 Methoden ter bepaling van de at arm’s length-prijs / 335
5.8.2.6 Administratieve benaderingen om transferpricinggeschillen op te lossen / 338
5.8.2.7 Correlatieve en secundaire aanpassingen / 339
5.8.2.8 Advance Pricing Agreements / 339
5.8.2.9 Documentatie / 340
5.8.2.10 Overwegingen ten aanzien van immateriële goederen / 341
5.8.2.11 Overwegingen ten aanzien van dienstverlening binnen de groep / 343
5.8.2.12 Kostenbijdrageregelingen / 343
5.8.3 Nationale wet / 344
5.8.3.1 Art. 8b Wet VPB 1969 / 344
5.8.3.2 Advance Pricing Agreements en Advance Tax Rulings / 345
5.8.3.3 Unilaterale regeling / 348
5.8.3.4 Verdragen / 348
5.9 Passieve inkomsten / 350
5.9.1 Woonstaatheffing en bronstaatheffing / 350
5.9.2 Dividend / 351
5.9.2.1 Inleiding / 351
5.9.2.2 Nationale wet / 353
5.9.2.3 Unilaterale regeling / 354
5.9.2.4 Verdragen / 356
5.9.3 Interest / 363
5.9.3.1 Inleiding / 363
5.9.3.2 Nationale wet / 364
5.9.3.3 Unilaterale regeling / 364
5.9.3.4 Verdragen / 364
5.9.3.5 Doorwerking van fictie in nationale wet naar verdrag? / 368
5.9.4 Royalty’s / 369
5.9.4.1 Inleiding / 369
5.9.4.2 Nationale wet / 369
5.9.4.3 Unilaterale regeling / 369
5.9.4.4 Verdragen / 370
5.10 Vervreemdingswinsten / 372
5.10.1 Inleiding / 372
5.10.2 Verdragen / 373
5.10.2.1 Inleiding / 373
5.10.2.2 Onroerende zaken / 374
5.10.2.3 Vaste inrichting / 374
5.10.2.4 Scheep- en luchtvaartvervreemdingswinsten / 375
5.10.2.5 Voordelen verkregen door de vervreemding van aandelen in een onroerendgoedvennootschap / 375
5.10.2.6 Overige vermogensbestanddelen / 376
5.10.2.7 Aanmerkelijkbelangwinsttoerekeningsbepaling in door Nederland gesloten belastingverdragen / 376
5.10.3 BvdB 2001 / 378
5.11 Inkomsten uit arbeid / 379
5.11.1 Inleiding / 379
5.11.2 Tegenwoordige particuliere dienstbetrekking / 379
5.11.2.1 Eenzijdige regeling / 379
5.11.2.2 Verdragen / 383
5.11.3 Overheidsdienstbetrekking / 393
5.11.3.1 Inleiding / 393
5.11.3.2 Eenzijdige regeling / 394
5.11.3.3 Verdragen / 394
5.11.4 Vroegere arbeid / 396
5.11.4.1 Inleiding / 396
5.11.4.2 Particuliere pensioenen / 397
5.11.4.3 Verdragen / 397
5.11.4.4 Periodiek of niet-periodiek / 398
5.11.4.5 Overheidspensioen / 399
5.11.5 Bijzondere categorieën / 400
5.11.5.1 Directeuren en commissarissen / 400
5.11.5.2 Artiesten en sporters / 403
5.11.5.3 Functionarissen van internationale organisaties / 408
5.11.5.4 Hoogleraren / 409
5.11.5.5 Studenten / 410
5.12 Overige inkomsten / 411
5.12.1 Inleiding / 411
5.12.2 Verdragen / 412

6 Successie- en schenkingsrechten / 415

6.1 Inleiding / 415
6.1.1 Voorkoming van dubbele belasting / 417
6.1.2 OESO-Modelverdrag / 418
6.2 Methoden van voorkoming van dubbele belasting / 420
6.2.1 De verrekenmethode / 420
6.2.1.1 Eenzijdige regeling / 420
6.2.1.2 Verdragen / 426
6.2.1.3 Aanvullende verrekening bij fictieve woonplaats / 427
6.2.1.4 De aftrekmethode / 428
6.3 Het subject / 428
6.3.1 De tienjarenregeling / 429
6.3.2 Het subject in verdragen; de woonplaats / 429
6.4 Het object / 432
6.4.1 Onroerende zaken / 432
6.4.2 Vermogen behorend tot een vaste inrichting / 433
6.4.3 Overige vermogensbestanddelen / 434
6.4.4 Schulden / 435
6.5 Recente ontwikkelingen / 436
6.6 Slotopmerking / 437

7 Voorkoming van gebruik en misbruik van belastingverdragen en het Besluit voorkoming dubbele belasting / 439

7.1 Inleiding / 439
7.1.1 Globalisering en nieuwe ondernemingsstructuren / 439
7.1.2 De omslag – ‘Tax the rich and feed the poor’ / 441
7.1.3 Enige voorbeelden van fiscale structuren / 445
7.1.4 Tax planning of misbruik? / 448
7.1.5 BEPS: Tegen onaanvaardbare tax planning / 450
7.1.5.1 BEPS: een G20-initiatief / 450
7.1.5.2 Wat doet de OESO, en wanneer? / 450
7.1.5.3 Aanbevelingen hybride mismatches (Actie 2) en oneigenlijk gebruik belastingverdragen (Actie 6) / 452
7.1.6 BEPS – een voorlopige evaluatie / 454
7.2 Gebruik en misbruik van belastingverdragen / 456
7.3 In het OESO-Commentaar aanbevolen antiontgaansbepalingen / 458
7.3.1 Lookthrough-bepalingen / 459
7.3.2 Subject-to-tax-bepalingen / 459
7.3.3 Channelapproach-bepalingen / 460
7.3.4 Uitsluiting van verdragsvoordelenbepalingen / 460
7.3.5 Uitsluiting van bijzondere fiscale regimes / 460
7.3.6 Maatregelen die voorkomen dat de bronstaat verdragsvoordelen toekent in geval van constructies: main purpose test / 461
7.3.7 Maatregelen bedoeld om invoering van bijzondere regimes na het sluiten van het verdrag te voorkomen / 461
7.3.8 Maatregelen die voorkomen dat de bronstaat verdragsvoordelen toekent indien de woonstaat een remittancebased-bepaling toepast / 461
7.4 Door Nederland gebruikte methoden / 462
7.4.1 Nederlands verdragsbeleid / 462
7.4.2 Belastingverdragen / 463
7.4.2.1 Uitsluiting van verdragsvoordelen door subject to tax-clausules / 464
7.4.2.2 Limitation on benefits / 465
7.4.2.3 Uitsluiting van bijzondere regimes / 466
7.4.2.4 Main purpose test / 466
7.4.2.5 Remittancebased-bepalingen / 467
7.4.2.6 Uitsluiting van verdragsvoordelen in geval van niet-zakelijke omstandigheden / 468
7.4.2.7 Uiteindelijkgerechtigdebepalingen / 469
7.4.2.8 Toepassing van de verrekeningsmethode / 470
7.4.2.9 Antidoorstroommaatregelen / 471
7.4.2.10 Gebruikmaken van intensieve gegevensuitwisseling / 471
7.4.2.11 Het hanteren van gesloten normen / 471
7.4.2.12 Antimisbruikmaatregelen in de nationale wet / 472
7.4.2.13 Opnemen van specifieke allocatiebepalingen in belastingverdragen / 473
7.4.2.14 Toepassen van substance over form, fraus legis/fraus tractatus enz. / 474

8 Het vakgebied Europees belastingrecht: een nadere toelichting op doel en inhoud / 477

8.1 De ‘eigen middelen’ van de Europese Unie / 477
8.2 Unificatie, harmonisatie, coördinatie en non-discriminatie / 479
8.2.1 Hard law / 479
8.2.2 Soft law / 481
8.2.3 Voorstellen / 481
8.3 Harmonisatie van indirecte belastingen / 484
8.4 Harmonisatie van directe belastingen / 485
8.5 Non-discriminatie naar nationaliteit en de vier vrijheden / 487
8.6 Schadelijke belastingconcurrentie / 488
8.7 Arbitrage / 490
8.8 Regels met betrekking tot wederzijdse bijstand bij inlichtingen en invordering / 490

Deel II Europees Belastingrecht

9 Samenloop tussen internationaal en Europees belastingrecht / 495

9.1 Inleiding / 495
9.2 Specifieke bepalingen in het VEU en het VwEU inzake belastingverdragen / 496
9.3 Specifieke bepalingen in bilaterale belastingverdragen inzake het VEU en het VwEU / 498
9.4 EU-regelgeving ter aanvulling op bilaterale belastingverdragen / 500
9.5 Definities en concepten uit belastingverdragen als voorbeeld voor EU-recht / 500
9.6 EU-recht als voorbeeld voor internationaal belastingrecht / 501
9.7 Vergelijkbare maatregelen / 501
9.8 Gemeenschappelijke regelingen / 502
9.9 Op weg naar een Europees belastingverdrag? / 503

10 Harmonisatiebepalingen op het gebied van de directe belastingen / 507

10.1 De Moeder-dochterrichtlijn / 507
10.1.1 Doelstelling / 507
10.1.2 Middelen / 508
10.1.3 Definities / 509
10.1.4 Antimisbruikbepalingen / 513
10.1.5 Verhouding van de richtlijn tot de Nederlandse methoden ter voorkoming van dubbele belasting in de nationale heffingswet en regelingen ter voorkoming van dubbele belasting / 513
10.2 De Fusierichtlijn / 514
10.2.1 Doelstelling / 514
10.2.2 Middelen / 514
10.2.3 Definities / 515
10.2.4 Antimisbruikbepalingen / 515
10.2.5 Driehoekssituaties / 516
10.3 De Rente-royaltyrichtlijn / 516
10.4 De Spaartegoedenrichtlijn / 519
10.5 Het Joint Transfer Pricing Forum / 521
10.6 Belastingheffing op pensioenen / 521
10.7 Good governance op fiscaal gebied / 523

Deel III Internationaal en Europees Belastingrecht

11 Non-discriminatie en meestbegunstiging / 527
11.1 Inleiding / 527
11.1.1 Non-discriminatie / 527
11.1.2 Meestbegunstiging / 528
11.2 Art. 24 OESO-Modelverdrag / 529
11.2.1 Non-discriminatie naar nationaliteit / 529
11.2.2 Statenlozen / 530
11.2.3 Non-discriminatie van vaste inrichtingen / 530
11.2.4 Non-discriminatie ingeval de crediteur inwoner is van de andere verdragsstaat / 532
11.2.5 Non-discriminatie naar inwonerschap van kapitaalgerechtigden in een onderneming / 532
11.2.6 Toepassing non-discriminatiebepaling op belastingen van elke soort en benaming / 533
11.3 Door Nederland gesloten belastingverdragen / 533
11.3.1 Verdragsbeleid / 533
11.3.2 Afwijkingen in door Nederland gesloten belastingverdragen / 534
11.4 Meestbegunstigingsclausules in bilaterale belastingverdragen / 537
11.5 Art. 26 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten / 539
11.6 Art. 14 jo. art. 1 Protocol Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens / 540
11.7 Non-discriminatiebepalingen in het VwEU / 543
11.8 Jurisprudentie / 555

12 Schadelijke en eerlijke belastingconcurrentie / 563

12.1 Europese maatregelen / 563
12.1.1 De Code of Conduct Groep / 563
12.1.2 De EU-criteria voor schadelijke belastingconcurrentie / 564
12.1.3 Ter illustratie: het onderzoek van het Primarolo-Comité / 564
12.1.4 Uitbreiding van onderzoek naar schadelijke belastingmaatregelen naar afhankelijke en geassocieerde landen / 567
12.1.5 Platform for Tax Good Governance: van schadelijke naar eerlijke belastingconcurrentie / 567
12.1.6 Naar een gemeenschappelijke definitie van het begrip tax haven / 567
12.1.7 Ook derde landen / 568
12.2 OESO-maatregelen / 568
12.2.1 Het OECD Forum on Harmful Tax Practices / 568
12.2.2 Ook derde landen / 568
12.3 OESO-definitie van schadelijke belastingconcurrentie / 569
12.4 Van voorkomen schadelijke belastingconcurrentie naar bewerkstelligen van eerlijke belastingconcurrentie en een fair share / 570
12.5 Slotopmerking / 570

13 Onderling overleg en arbitrage / 571

13.1 Inleiding / 571
13.2 OESO-Modelverdrag / 572
13.2.1 Inleiding / 572
13.2.2 Geschiedenis onderling overleg en arbitrageprocedure in het OESO-Modelverdrag / 573
13.2.3 Soorten onderling overleg / 575
13.2.3.1 Onderling overleg in een specifiek geval / 575
13.2.3.2 Interpretatieve mutual agreement / 578
13.2.3.3 Legislatieve mutual agreement / 580
13.2.4 Werking van de onderlingoverlegprocedure / 582
13.2.4.1 Algemeen / 582
13.2.4.2 Manual on Effective Mutual Agreement (MEMAP) / 582
13.2.4.3 Statistieken OESO-lidstaten inzake aantal onderlingoverlegprocedures / 583
13.2.5 Arbitrage / 583
13.2.5.1 Arbitragebepaling / 584
13.2.5.2 Procedurele regels / 585
13.2.5.3 Opname arbitragebepalingen in belastingverdragen / 585
13.3 VN-Modelverdrag / 587
13.3.1 Geschiedenis onderling overleg en arbitrageprocedure in VN-Modelverdrag / 587
13.3.2 Werking van de onderlingoverlegprocedure en arbitrageprocedure en de relatie met OESO-Modelverdrag / 588
13.4 EU-Arbitrageverdrag / 589
13.4.1 Geschiedenis EU-Arbitrageverdrag / 589
13.4.2 Algemeen overzicht EU-Arbitrageverdrag / 591
13.4.3 Toepassingsgebied / 592
13.4.4 Looptijd / 592
13.4.5 Toetreding nieuwe lidstaten / 593
13.4.6 Procedurele werking / 594
13.4.6.1 Verzoek tot opstarten procedures / 594
13.4.6.2 Onderlingoverlegprocedure / 595
13.4.6.3 Arbitrageprocedure / 597
13.4.6.4 Implementatie / 600
13.4.7 Verbeteringen van het EU-Arbitrageverdrag: gedragscode / 601
13.4.8 Relatie met het internationaal recht, het OESO-Modelverdrag en belastingverdragen / 603
13.4.9 Overige werkzaamheden EU JTPF / 604
13.5 Nederlandse verdragspraktijk / 604
13.5.1 Nederlands verdragsbeleid / 604
13.5.1.1 Onderlingoverlegprocedure / 604
13.5.1.2 Arbitragebepaling / 605
13.5.2 Nederlands uitvoeringsbeleid inzake onderling overleg en arbitrage / 606
13.5.2.1 Algemeen / 606
13.5.2.2 Tijdstip voor indiening van het verzoek / 607
13.5.2.3 Vormvoorschriften voor het verzoek / 608
13.5.2.4 Soorten onderling overleg / 608
13.5.2.5 Beoordeling van het verzoek / 609
13.5.2.6 Het verloop van de onderlingoverlegprocedure / 610
13.5.2.7 De tweejaarsperiode van het onderling overleg / 611
13.5.2.8 Rol belastingplichtige gedurende de onderlingoverlegprocedure / 611
13.5.2.9 Uitkomst onderlingoverlegprocedure / 611
13.5.2.10 Uitstel van betaling en heffing van renten/boetes / 612
13.5.3 Door Nederland gesloten verdragen met een arbitragebepaling / 613
13.5.3.1 Inleiding / 613
13.5.3.2 Soorten arbitragebepalingen / 613
13.5.3.3 Inwerkingtreding arbitragebepalingen / 616
13.5.3.4 Procedurele regels / 617
13.5.3.5 Uitwisseling van inlichtingen / 618

14 Internationale bijstandsverlening / 621

14.1 Inleiding / 622
14.2 Nationale informatieverplichtingen / 623
14.3 Inlichtingenuitwisseling: art. 26 OESO-Modelverdrag / 624
14.3.1 Groot inlichtingenverkeer / 624
14.3.2 Geen inperking door art. 1 en 2 OESO-Modelverdrag / 624
14.3.3 Voorzienbaar relevante informatie / 624
14.3.4 Gebruik voor andere doeleinden / 625
14.3.5 Methoden van uitwisseling / 625
14.3.6 Geheimhoudingsplicht / 626
14.3.7 Weigeringsgronden / 627
14.3.8 Gebrek aan eigenbelang en bankgeheim niet toegestaan als weigeringsgrond / 627
14.3.9 Rangorde / 627
14.3.10 Tijdslimiet / 628
14.3.11 OESO-handleiding inzake de implementatie van gegevensuitwisselingsbepalingen voor fiscale doeleinden / 628
14.3.12 Good governance: de OESO-standaard voor transparantie en gegevensuitwisselingsbepalingen / 628
14.4 Bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand bij heffing / 631
14.4.1 Verdragsbeleid / 631
14.4.2 Door Nederland gesloten belastingverdragen / 631
14.5 EU-regelingen inzake informatie-uitwisseling door belastingautoriteiten / 635
14.5.1 Inleiding / 635
14.5.2 Reikwijdte van EU-Bijstandsrichtlijn / 637
14.5.3 Vormen van bijstandsverlening / 637
14.5.3.1 Reikwijdte en voorwaarden verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen / 637
14.5.3.2 Reikwijdte en voorwaarden verplichte spontane uitwisseling van inlichtingen / 638
14.5.4 Begrenzing van de uitwisseling van inlichtingen / 639
14.5.5 Geheimhoudingsplicht / 639
14.5.6 Rangorde / 640
14.5.7 Andere vormen van administratieve samenwerking dan inlichtingenuitwisseling / 640
14.5.8 Implementatie van de Richtlijn / 641
14.5.9 Voorstel tot uitbreiding bereik van Richtlijn 2011/16/EU / 641
14.6 Het WABB-verdrag en informatie-uitwisseling / 641
14.6.1 Inleiding / 641
14.6.2 Reikwijdte van het WABB-verdrag / 642
14.6.3 Vormen van bijstandsverlening / 643
14.6.4 Grenzen aan de verplichting tot het verlenen van bijstand / 643
14.6.5 Geheimhouding / 644
14.6.6 Voorbehouden / 645
14.6.7 Rangorde / 645
14.7 Het OESO-Inlichtingenuitwisselingsmodelverdrag / 645
14.7.1 Inleiding / 645
14.7.2 Reikwijdte / 646
14.7.3 Definities / 646
14.7.4 Vormen van bijstandsverlening / 647
14.7.5 Grenzen aan bijstandsverlening / 647
14.7.6 Geheimhouding / 647
14.8 Initiatieven van Zwitserland en de Verenigde Staten: Rubik-overeenkomsten, FATCA en IGA’s / 648
14.9 Wederzijdse bijstand bij invordering: art. 27 OESO-Modelverdrag / 648
14.9.1 Inleiding / 648
14.9.2 Reikwijdte / 649
14.9.3 Grenzen / 649
14.10 EG/EU-Richtlijnen inzake wederzijdse bijstand bij invordering / 649
14.10.1 Inleiding / 649
14.10.2 Reikwijdte / 650
14.10.3 Vormen van bijstandsverlening / 651
14.10.4 Grenzen / 651
14.11 Het WABB-verdrag en wederzijdse bijstand bij invordering / 652
14.12 Wederzijdse bijstand bij invordering in door Nederland gesloten belastingverdragen / 652
14.12.1 Verdragsbeleid / 652
14.12.2 Afwijkingen van het OESO-Modelverdrag / 653

Annex 1 Jurisprudentie EU-verkeersvrijheden / 655

Annex 2 Begrippenlijst veelgebruikte termen in het kader van de Kamerdiscussie over mogelijk oneigenlijk gebruik van Nederlandse belastingverdragen.
Bijlage bij de brief van de staatssecretaris van Financiën (IFZ/2012/85) / 699

Literatuurlijst / 703

Jurisprudentie- en resolutieregister / 719

Trefwoordenregister / 737

Net verschenen

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Wegwijs in het Internationaal en Europees Belastingrecht