Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, ,

De Wet inkomstenbelasting 2001, Editie 2015

Met hoofdzaken loonbelasting

Specificaties
Paperback, 722 blz. | Nederlands
Sdu juridisch | 1e druk, 2015
ISBN13: 9789012395960
Rubricering
Hoofdrubriek : Juridisch
Juridisch : Fiscaal recht
Sdu juridisch 1e druk, 2015 9789012395960
Onderdeel van serie Fiscale geschriften
Niet leverbaar.
96,23

Samenvatting

Dit boek bestrijkt niet alleen de gehele inkomstenbelasting,
en de internationale context daarvan, maar behandelt
tevens het loonbegrip uit de loonbelasting en alles
wat daarmee op hoofdlijnen samenhangt.
In bijna alle onderdelen van het boek wordt de stof breed
en meestal diepgaand besproken, waardoor het boek
behalve als studieboek ook waardevol is voor diegenen
die in de praktijk met de belastingheffing over het inkomen
te maken hebben. De bekende begrippen zoals verliescompensatie,
partnerschap, (winst uit) onderneming,
dienstbetrekking, loon, nevenwerkzaamheid, periodieke
uitkering, aanmerkelijk belang en vaste inrichting worden
aan de hand van de vaak omvangrijke en deels al wat
oudere rechtspraak voor de lezer neergezet. De actualiteit
van bijvoorbeeld het afgezonderd particulier vermogen,
het fiscale pensioenrecht, de 30%-regeling voor
extraterritoriale werknemers in de loonbelasting, de
fameuze terbeschikkingstellingsregeling, de vele facetten
van de eigen woning, evenals de uitgaven voor lijfrenten
en specifieke zorgkosten komen tot leven via onder meer
de vele besluiten van de staatssecretaris van Financiën.
Een uitputtende behandeling van de inkomstenbelasting
in een handboek is ondenkbaar. Wel is ernaar gestreefd
de lezer het materiaal aan te dragen waarin verdere
details te vinden zijn.
Niet alleen zijn honderden van de belangrijkste arresten
van de Hoge Raad en ettelijke tientallen besluiten opgenomen,
maar ook wordt de lezer steeds ruim geïnformeerd
over de literatuur. Verder zijn op diverse plaatsen
historische en/of rechtsvergelijkende notities opgenomen.
Ten slotte is niet verzuimd de stof herhaaldelijk met
voorbeelden te verhelderen.

Specificaties

ISBN13:9789012395960
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:722
Uitgever:Sdu juridisch
Druk:1
Verschijningsdatum:21-8-2015
Hoofdrubriek:Fiscaal recht

Over René Niessen

Dr.Mr. René Niessen is advocaat-generaal bij de Hoge Raad in Den Haag en oud-hoogleraar Belastingrecht aan de Universiteit Maastricht. Hij publiceerde tal van boeken en artikelen over zeer uiteenlopende onderdelen van het belastingrecht. Tevens is hij redacteur van de Fiscale Encyclopedie NDFR. Met ingang van 1 december 2008is hij hoogleraar Formeel belastingrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Andere boeken door René Niessen

Over Anouk Bollen-Vandenboorn

Dr. A.H.H. Bollen-Vandenboorn is universitair docent bij de capaciteitsgroep Belastingrecht van de Universiteit Maastricht.

Andere boeken door Anouk Bollen-Vandenboorn

Inhoudsopgave

Voorwoord bij Editie 2015 / 17

Afkortingenlijst / 19

1 Inleiding (Niessen) / 23

1.1 De totstandkoming van de Wet / 23
1.2 Hoofdstuk 2 – 4: Systeem van de belasting / 25
1.3 Hoofdstuk 5 – 10: Inkomen in box I / 26
1.4 Hoofdstuk 11: Persoonsgebonden aftrek / 26
1.5 Hoofdstuk 12: Inkomen in box II / 27
1.6 Hoofdstuk 13: Inkomen in box III / 27
1.7 Hoofdstuk 14: Internationale aspecten / 27

2 Historie en grondslagen (Niessen) / 29

2.1 Draagkrachtbeginsel / 29
2.2 Ontwikkeling van de inkomstenbelasting / 29
2.3 Nederland / 31
2.4 Van gesplitste naar synthetische inkomstenbelasting / 32
2.5 Loon- en dividendbelasting / 32
2.6 Relatie met de vennootschapsbelasting / 33
2.7 Het inkomensbegrip en het genieten van inkomen / 34
2.8 Het probleem van de vermogenswinsten / 37
2.9 Persoonlijke omstandigheden / 38
2.10 Het progressieve tarief / 39
2.11 Voornaamste wijzigingen in 2001 / 41
2.12 Toekomst / 42

3 Het boxensysteem (Niessen) / 47

3.1 Noodzaak tot revisie bij het fin de siècle / 47
3.2 Inrichting van de wet / 48
3.3 Inkomsten en aftrekposten in drie boxen / 50
3.4 Verzamelinkomen / 52
3.5 Verliescompensatie / 53
3.6 Gewone en conserverende aanslag / 58
3.7 Wettelijke rangorde van inkomsten / 59
3.8 Vermogensbestanddelen / 61
3.9 Anti-arbitragebepaling / 64
3.10 Box-switching / 66
3.11 Analytisch stelsel? / 67

4 Subject, tarief en heffingskorting (Vrolijks) / 69

4.1 Inleiding / 69
4.2 Binnen- en buitenlandse belastingplichtigen / 69
4.2.1 Wereldinkomen / 69
4.2.2 Nederlands inkomen / 70
4.2.3 Wonen in Nederland / 70
4.2.4 Woonplaatsficties / 71
4.3 Tweeverdienerswetgeving / 72
4.3.1 Samenwoning en draagkracht / 72
4.3.2 Tweeverdieners en samenwoners; Oort-wetgeving / 73
4.3.3 Fiscale drempel om te gaan werken / 74
4.3.4 Ongehuwd samenwonenden en geregistreerde partners / 74
4.4 Partner en gezin vanaf 2001 / 74
4.4.1 Emancipatie fiscaalrechtelijk voltooid / 74
4.4.2 Inkomenstoerekening bij partners / 75
4.4.3 Partners / 78
4.4.4 Minderjarige kinderen / 88
4.5 Tarief / 90
4.5.1 Belasting- en premieheffing / 90
4.5.2 Voorheffingen / 94
4.5.3 Bijzondere tarieven verdwenen / 95
4.5.4 Middeling / 96
4.6 Heffingskorting / 97
4.6.1 Belastingvrije som / 97
4.6.2 Een nominale korting op het belastingbedrag / 98
4.6.3 Gecombineerde heffingskorting / 99
4.6.4 Standaardheffingskorting / 99
4.6.5 Korting voor bijzondere beleggingen / 104
4.6.6 Negatieve belasting? / 104

5 Winst uit onderneming (Van Lint) / 107

5.1 Inleiding / 107
5.1.1 Inrichting van de wet / 107
5.1.2 Belastbare winst uit onderneming / 107
5.1.3 Betekenis van het ondernemerschap / 108
5.1.4 Winst die toevalt aan medegerechtigden / 110
5.1.5 Voordelen genoten door bepaalde crediteuren / 110
5.1.6 Plan van behandeling / 110
5.2 Onderneming / 111
5.3 Ondernemer / 117
5.3.1 Volledig erkende ondernemers / 117
5.3.2 Beperkt erkende ondernemers en urencriterium / 121
5.4 Ondernemingsvermogen en winst / 122
5.4.1 Een eigen fiscale kwalificatie / 122
5.4.2 Etikettering / 123
5.4.3 Inbreng / 128
5.4.4 Totale winst / 128
5.4.5 Verliezen uit de aanloopfase / 129
5.5 Opbrengsten, kosten en onttrekkingen / 130
5.5.1 Winst en verlies / 130
5.5.2 Onttrekkingen / 131
5.5.3 Gemengde kosten / 132
5.5.4 Van aftrek uitgesloten algemene kosten / 133
5.5.5 In aftrek beperkte algemene kosten / 136
5.5.6 Van aftrek uitgesloten kosten van de ondernemer zelf / 137
5.5.7 In aftrek beperkte kosten van de ondernemer zelf / 138
5.5.8 Privégebruik woning / 139
5.5.9 Autokostenforfait / 140
5.6 Goed koopmansgebruik / 142
5.6.1 Jaarwinst / 142
5.6.2 Oorspong en ontwikkeling / 143
5.6.3 Het moment waarop baten worden verkregen en lasten worden genomen / 144
5.6.4 Eenvoud / 145
5.6.5 Voorzichtigheid / 147
5.6.6 Toerekening van opbrengsten en kosten / 148
5.6.7 Bestendige gedragslijn / 148
5.6.8 Aanvullende bepalingen / 149
5.6.9 Zeescheepvaart / 150
5.6.10 Fiscale en commerciële winstbepaling / 151
5.6.11 Toekomst / 152
5.7 Waardering van activa / 153
5.7.1 Waardering en resultaat / 153
5.7.2 Te activeren uitgaven / 154
5.7.3 Bedrijfsmiddelen / 154
5.7.4 Afschrijving op bedrijfsmiddelen / 156
5.7.5 Vervangingswaardeleer / 165
5.7.6 Lagere bedrijfswaarde / 165
5.7.7 Geactiveerde kosten / 167
5.7.8 Voorraad / 168
5.7.9 IJzerenvoorraadstelsel / 170
5.7.10 Zelfvervaardigde voorraden; productiekosten / 172
5.7.11 Onderhanden werk / 174
5.7.12 Realisatiemoment / 175
5.7.13 Vorderingen / 179
5.7.14 Vreemde valuta/samenhangende waardering / 180
5.8 Willekeurige afschrijving / 182
5.8.1 Strekking / 182
5.8.2 Welke investeringen kwalificeren? / 183
5.8.3 Overige wettelijke bepalingen / 184
5.9 Reserves en voorzieningen / 185
5.9.1 Passiefzijde van de fiscale balans / 185
5.9.2 Fiscale reserves / 186
5.9.3 Herinvesteringsreserve / 186
5.9.4 Egalisatiereserve / 195
5.9.5 Terugkeerreserve / 196
5.9.6 Pensioen en VUT / 198
5.9.7 Schulden / 199
5.9.8 Voorzieningen / 200
5.9.9 Baksteenarrest en andere jurisprudentie / 201
5.9.10 Voorzieningen wegens milieukosten / 203
5.9.11 Transitorische passiva / 204
5.10 Oudedagsreserve / 205
5.10.1 Achtergrond en voorwaarden / 205
5.10.2 Urencriterium / 206
5.10.3 Dotatie / 206
5.10.4 Afname / 207
5.10.5 Onderdeel van de winstbepaling / 208
5.11 Vrijstellingen / 209
5.11.1 Bosbouwvrijstelling / 209
5.11.2 Landbouwvrijstelling / 210
5.11.3 Vrijstelling van kwijtscheldingswinst / 213
5.11.4 Pensioen en andere aanspraken / 215
5.12 Investeringsaftrek / 216
5.12.1 Recht op investeringsaftrek / 216
5.12.2 Drie soorten investeringsaftrek / 217
5.12.3 Uitgesloten investeringen / 219
5.12.4 Uitgesloten verplichtingen / 220
5.12.5 Desinvesteringsbijtelling / 221
5.13 Aanvullende aftrek speur- en ontwikkelingswerk / 221
5.14 Staking en eindafrekening / 224
5.14.1 Afrekenen met de fiscus / 224
5.14.2 Stakingsmomenten / 224
5.14.3 Belastingheffing bij staking / 225
5.14.4 Vermijding van stakingswinst / 229
5.15 Doorschuiving / 229
5.15.1 Strekking / 229
5.15.2 Overdracht van de claim / 230
5.15.3 Geruisloze overgang / 230
5.15.4 Geruisloze omzetting / 235
5.15.5 Fusie en splitsing / 248
5.16 Ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling / 250
5.16.1 Definitie / 250
5.16.2 Zelfstandigenaftrek / 251
5.16.3 Speur- en ontwikkelingswerk / 252
5.16.4 Meewerkaftrek / 253
5.16.5 Stakingsaftrek / 254
5.16.6 MKB-winstvrijstelling / 254
5.17 Medegerechtigden en verstrekkers van hybride leningen / 255
5.17.1 Gevaar voor lekkende boxen / 255
5.17.2 Medegerechtigden / 256
5.17.3 Crediteuren / 257
5.17.4 Regime voor pseudo-ondernemers / 257
5.17.5 Verliesbeperking / 258
5.18 Balanscontinuïteit en foutenleer / 259
5.18.1 Continuïteitsprincipe / 259
5.18.2 Navordering of vrijwillige betaling / 260
5.18.3 Afweging tussen jaar- en totaalwinstprincipe / 261
5.18.4 Redelijke tegemoetkoming / 262
5.18.5 Toepassingsgebieden / 264
5.18.6 Besluit / 268

6 Loon uit dienstbetrekking (Werger) / 269

6.1 Inleiding / 269
6.2 Dienstbetrekking / 271
6.3 Uitbreidingen / 282
6.3.1 Fictieve dienstbetrekkingen / 282
6.3.2 Dienstbetrekking op verzoek / 283
6.3.3 Periodieke uitkeringen / 283
6.4 Loon / 284
6.4.1 Loon uit tegenwoordige en uit vroegere dienstbetrekking / 284
6.4.2 Fictief loon voor ‘dga’ / 291
6.4.3 Doorbetaald loon / 296
6.4.4 Loon ontvangen van derden / 297
6.4.5 Loon in natura / 300
6.4.6 Aanspraken / 305
6.4.7 Omkeerregel / 307
6.4.8 Excessieve vertrekpremie / 309
6.4.9 Crisisheffing 2013 en 2014 / 312
6.5 Pensioen en vut / 315
6.5.1 De pensioenregeling / 315
6.5.2 Opbouw / 318
6.5.3 Toegelaten verzekeraars / 321
6.5.4 Heffingsmomenten / 323
6.5.5 Emigratie, waardeoverdracht en conserverende aanslag / 324
6.5.6 Strijd met verdragsrecht? / 326
6.5.7 Directeur-(groot)aandeelhouder / 328
6.5.8 Regeling voor vervroegde uittreding / 329
6.6 Spaar- en verlofregelingen / 331
6.6.1 Verlofsparen / 331
6.6.2 Levensloopregeling / 332
6.6.3 Spaarloon (tot en met 2011) / 333
6.7 Kosten en kostenvergoedingen / 333
6.7.1 Geen aftrek voor arbeidskosten / 334
6.7.2 Strijd met verdragsrecht? / 335
6.7.3 Vrije vergoedingen (keuzeregeling 2011 – 2014) / 337
6.7.4 Bijzondere bepalingen / 338
6.7.5 Vergoedingen aan extraterritoriale werknemers / 339
6.7.6 Werkkostenregeling / 343
6.8 Werknemersaftrek (reisaftrek) / 349
6.8.1 Algemeen / 349
6.8.2 Reisaftrek / 349
6.9 Voor- of eindheffing? / 351
6.9.1 Verrekening van loon- met inkomstenbelasting / 351
6.9.2 Vermindering van loonbelasting / 351
6.9.3 Bepaling van de voorlopige teruggaaf / 352
6.9.4 De loonbelasting als eindheffing / 352
6.9.5 Aanslag inkomstenbelasting / 354
6.10 Afdrachtverminderingen / 355
6.10.1 Inleiding / 355
6.10.2 Afdrachtvermindering zeevaart / 356
6.10.3 S&O-afdrachtvermindering / 356
6.11 Artiesten en beroepssporters / 357

7 Resultaat uit overige werkzaamheden (Dijkstra) / 361

7.1 Inleiding / 361
7.2 Overige werkzaamheden / 362
7.2.1 Definitie / 362
7.2.2 Voordeel beogen – voordeel verwachten / 366
7.2.3 Belaste capital gains / 368
7.2.4 Auteursrecht en octrooi / 373
7.3 Terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen / 374
7.3.1 Vermijding van oneigenlijk gebruik / 374
7.3.2 Ter beschikking stellen van vermogen belast in box I / 376
7.3.3 Rendabel maken door ter beschikking te stellen / 377
7.3.4 Welke gevallen van terbeschikkingstelling? / 380
7.3.5 Uitbreiding van het begrip ter beschikking stellen / 389
7.3.6 De ter beschikking gestelde werkkamer / 398
7.4 Ondernemingsregime / 400
7.4.1 Resultaatbepaling / 400
7.4.2 Gevolgen voor het belastbaar resultaat; landbouwvrijstelling / 404
7.4.3 Het werkzaamheidsvermogen / 405
7.5 Lucratieve belangen / 407
7.6 Kostgangers en onderverhuur / 409
7.7 Overgangsrecht / 410
7.7.1 Hoofdregel: waarde in het economische verkeer / 410
7.7.2 Uitzonderingen / 410
7.7.3 Genotsrechten / 411
7.7.4 Aanmerkelijk belang / 411
7.7.5 Kapitaal- en lijfrenteverzekeringen / 412

8 Periodieke uitkeringen (Bollen) / 413

8.1 Inleiding / 413
8.1.1 Het begrip periodieke uitkeringen en verstrekkingen / 414
8.1.2 Regelingen betreffende stamrechten / 417
8.1.3 Soorten p.u.’s in afdeling 3.5 / 418
8.2 Publiekrechtelijke uitkeringen / 419
8.2.1 Algemeen / 419
8.2.2 Specifieke uitbreidingen / 419
8.3 Vrijgestelde uitkeringen / 420
8.4 Familierechtelijke uitkeringen / 425
8.4.1 Alimentatie / 425
8.4.2 Vervanging, pensioenverevening en pensioenverrekening / 428
8.4.3 Verrekening van lijfrenterechten / 433
8.5 Overige aangewezen periodieke uitkeringen / 434
8.6 Inkomensvoorzieningen / 436
8.6.1 Inkomsten uit gefacilieerde voorzieningen / 436
8.6.2 Buitenlandse voorzieningen / 438
8.6.3 Bedrijfs- en beroepspensioenen / 439
8.6.4 Nettolijfrente / 440
8.7 Afkoop, omzetting en vervreemding / 440
8.7.1 Afkoop / 441
8.7.2 Omzetting / 441
8.7.3 Vervreemding / 441
8.7.4 Inkomensvoorzieningen / 442
8.8 Aftrekbare kosten / 442

9 Eigen woning, hypotheek en levensverzekering (Kastelein en Sour) / 445

9.1 Inleiding / 445
9.2 Het begrip eigen woning / 447
9.2.1 Beschrijving / 447
9.2.2 Elementen van de definitie / 448
9.2.3 Fictieve eigen woning / 452
9.2.4 Gedeelde eigen woning / 457
9.3 Eigenwoningforfait / 458
9.3.1 Bijtelling / 458
9.3.2 Eigenwoningwaarde voor het eigenwoningforfait: aansluiting bij de Wet waardering onroerende zaken / 460
9.3.3 Tijdelijke verhuur en kamerverhuur / 461
9.4 Aftrekbare kosten ter zake van de eigen woning / 462
9.4.1 Aftrek van rente, kosten van geldleningen en canons / 462
9.4.2 Rente van schulden / 462
9.4.3 Kosten van geldleningen / 493
9.4.4 Periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot de eigen woning / 494
9.5 Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld / 496
9.6 Kapitaalverzekering eigen woning en eigenwoningbanksparen / 497
9.6.1 Historie levensverzekering / 497
9.6.2 Overgangsrecht KEW/SEW/BEW / 499
9.6.3 Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning / 502
9.6.4 Vrijstellingsvoorwaarden kapitaalverzekeringen / 503
9.6.5 Omvang van de vrijstelling / 504
9.6.6 Heffing bij afkoop, vervreemding en fictieve uitkeringen / 505
9.6.7 Verhuizing en emigratie / 508
9.6.8 Omzettingen / 511
9.6.9 Eigenwoningbanksparen / 512
9.7 Overgangsrecht voor onder de Wet IB 1964 afgesloten kapitaalverzekeringen / 516
9.7.1 Het regime onder de Wet IB 1964 / 516
9.7.2 Uitgangspunten van het overgangsrecht / 517
9.7.3 Eerbiedigende werking voor ‘koopsompolissen’ / 517
9.7.4 Overige polissen / 518
9.7.5 Overgang naar eigenwoningregeling / 518
9.7.6 Overeenkomsten met de eigen bv / 519
9.7.7 Overige polissen / 520
9.8 Monumentenpanden / 520
9.9 Overige relevante wijzigingen voor de woningmarkt / 522

10 Uitgaven voor lijfrenten en andere inkomensvoorzieningen (Bollen) / 527

10.1 Inleiding / 527
10.1.1 Premieaftrek en Brede herwaardering / 528
10.1.2 Oudedagsparaplu / 529
10.1.3 Van SER-advies naar wetsvoorstel / 529
10.1.4 Introductie van lijfrentebanksparen / 530
10.2 Voorwaarden voor premieaftrek / 531
10.2.1 Inkomensvoorzieningen / 531
10.2.2 Lijfrenten, periodieke uitkeringen en lijfrentebankproducten / 533
10.2.3 Vormgeving van de aanspraak / 535
10.2.4 Toegelaten verzekeraars en kredietinstellingen / 541
10.3 Omvang en tijdstip premieaftrek / 542
10.3.1 Tranchesysteem / 542
10.3.2 Basisruimte (2001 en 2002) / 542
10.3.3 Pensioentekort / 542
10.3.4 Is de ruimte toereikend? / 545
10.3.5 Inhaalregeling / 546
10.3.6 Ondernemersaftrekmogelijkheden / 547
10.3.7 Tijdstip premieaftrek / 549
10.3.8 Premierestitutie / 552
10.4 Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen / 552
10.4.1 Handelen in strijd met de voorwaarden / 552
10.4.2 Reparatie pensioentekort / 555
10.4.3 Conserverende aanslagen / 556
10.4.4 Aansprakelijkheid van de verzekeraar en revisierente / 556
10.5 Vervanging van inkomsten / 557
10.5.1 Afkoop en omzetting / 557
10.5.2 Boedelscheiding e.d. / 560
10.6 Negatieve uitgaven bij beroepspensioenen / 560
10.7 Emigratie / 561
10.8 Overgangsrecht / 562

11 Persoonlijke aftrekposten (Breedveld) / 565

11.1 Inleiding / 565
11.2 Onderhoudsverplichtingen / 565
11.2.1 Inkomensoverdracht / 565
11.2.2 Alimentatie / 566
11.2.3 Afkoop van alimentatie / 567
11.2.4 Bijstandsverhaal / 568
11.2.5 Pensioenverrekening / 568
11.2.6 Schadevergoeding / 569
11.2.7 Natuurlijke verbintenis / 569
11.2.8 Verstrekking van huisvesting / 570
11.3 Durfkapitaal (regeling t/m 2010) / 570
11.4 Levensonderhoud kinderen (regeling t/m 2014) / 570
11.5 Ziekte en invaliditeit / 571
11.5.1 Buitengewone uitgaven / 571
11.5.2 Uitgaven voor specifieke zorgkosten / 571
11.5.3 Drempel / 573
11.5.4 Weekenduitgaven gehandicapte kinderen / 573
11.6 Scholing / 574
11.6.1 Studiekosten / 574
11.6.2 Beperkingen scholingsaftrek / 575
11.6.3 Aftrekbaar bedrag / 575
11.7 Monumentenpanden / 576
11.7.1 Inleiding / 576
11.7.2 Box I / 576
11.7.3 Box III / 579
11.7.4 Financieringskosten / 580
11.8 Aftrekbare giften / 580

12 Aanmerkelijk belang (Dijkstra) / 589

12.1 Inleiding / 589
12.1.1 Klassiek stelsel / 589
12.1.2 Familie-nv’s / 589
12.1.3 De aanmerkelijkbelanghouder wordt quasi vennoot / 591
12.1.4 Aanmerkelijkbelangregime en boxensysteem / 591
12.2 Voorwaarden voor een aanmerkelijk belang / 592
12.3 Meegesleepte vermogensbestanddelen / 599
12.4 Meegetrokken personen / 599
12.5 Reguliere voordelen / 600
12.5.1 Inkomen uit aanmerkelijk belang / 600
12.5.2 Verliesverrekening / 602
12.5.3 Reguliere voordelen; enumeratieve opsomming / 603
12.5.4 Forfaitair voordeel / 607
12.5.5 Aftrekbare kosten / 610
12.6 Vervreemding / 611
12.6.1 Het begrip vervreemding; diverse ficties / 611
12.6.2 Verlies aanmerkelijkbelangstatus / 614
12.6.3 Emigratie / 615
12.7 Vervreemdingsvoordelen / 617
12.7.1 Overdrachts- en verkrijgingsprijs / 617
12.7.2 Waardecorrectie / 619
12.7.3 Step up bij ontstaan aanmerkelijk belang / 621
12.7.4 Step up bij immigratie / 621
12.8 Doorschuif- en uitstelregelingen / 622
12.8.1 Ratio / 622
12.8.2 Doorschuiving / 622
12.8.3 Uitstel van betaling bij emigratie / 627
12.8.4 Betalingsfaciliteit bij overdracht tegen schuldigerkenning / 628

13 Vermogensrendementsheffing (Breedveld) / 629

13.1 Inleiding / 629
13.1.1 Beschermd reservaat / 629
13.1.2 Keuze voor een vermogensrendementsheffing / 630
13.1.3 Plan van behandeling / 632
13.2 Voormalige heffingen / 632
13.3 De rendementsgrondslag / 633
13.3.1 Het vermogen per 1 januari / 633
13.3.2 Door het boxensysteem uitgesloten bestanddelen / 634
13.3.3 Bezittingen / 635
13.3.4 Zaken – rechten – genotsrechten / 635
13.3.5 Onroerende zaken en rechten daarop / 636
13.3.6 Roerende zaken en rechten daarop / 637
13.3.7 Rechten die niet op zaken betrekking hebben / 639
13.3.8 Overige vermogensrechten; trusts / 640
13.3.9 Voordeel verwachten / 643
13.3.10 Schulden / 644
13.3.11 Belastingvorderingen en -schulden / 645
13.3.12 Erfrechtelijke schuldverhoudingen en voorwaarden terzijde gesteld / 647
13.3.13 Karakter van de heffing / 650
13.4 Vrijstellingen / 651
13.4.1 Algemeen / 651
13.4.2 Gewone vrijstellingen / 651
13.4.3 Vrijstelling voor groene beleggingen / 654
13.4.4 Durfkapitaal (regeling t/m 2012) / 655
13.4.5 Nettolijfrente en nettopensioen / 656
13.5 Waardering / 657
13.5.1 Waarde in het economische verkeer / 657
13.5.2 Effecten / 661
13.5.3 Genotsrechten en periodieke uitkeringen; uitvoeringsregels / 662
13.6 Tarief / 663
13.6.1 Effectieve druk / 663
13.6.2 Heffingvrij vermogen / 664
13.6.3 Vergelijking met de druk in box I / 665
13.7 Arbitrage / 666
13.7.1 Drukverschillen oud en nieuw / 666
13.7.2 Taxplanning / 666
13.7.3 Versplinterde regelgeving / 667
13.8 Vruchten uit vermogen; overgangsrecht / 668
13.8.1 Vruchten onbelast / 668
13.8.2 Lopende termijnen / 669

14 Buitenlandse belastingplicht en voorkoming van dubbele belasting (Meussen) / 671

14.1 Inleiding / 671
14.2 Heffing naar Nederlands inkomen / 671
14.2.1 Beperkte belastingplicht / 671
14.2.2 Box I / 672
14.2.3 Box II / 680
14.2.4 Box III / 681
14.2.5 Persoonlijke aftrekposten en heffingvrij vermogen / 683
14.3 Optie voor binnenlanderbehandeling (tot 1 januari 2015) / 684
14.3.1 Uitgangspunt / 684
14.3.2 Voorwaarden / 686
14.3.3 Voordelen van opteren / 687
14.4 Gekwalificeerde buitenlandse belastingplicht (regeling met ingang van 1 januari 2015) / 688
14.4.1 Voorwaarden nieuwe regeling / 688
14.4.2 Hoofdlijnen nieuwe regeling / 689
14.4.3 Positie partner / 689
14.4.4 Vangnetbepaling / 689
14.5 Voorkoming van dubbele belasting voor ingezetenen / 690
14.5.1 Samenloop van beginselen / 690
14.5.2 Belastingvrijstelling / 693
14.5.3 Belastingverrekening / 698
14.6 Voorkoming van dubbele belasting voor keuzebinnenlanders (regeling tot 1 januari 2015) / 699
14.6.1 Algemeen / 699
14.6.2 Vermindering bij inkomen uit werk en woning / 700
14.6.3 Vermindering bij inkomen uit aanmerkelijk belang / 701
14.6.4 Vermindering bij voordeel uit sparen en beleggen / 701

Trefwoordenregister / 703

Net verschenen

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        De Wet inkomstenbelasting 2001, Editie 2015