Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, ,

Pensioenmemo 2020

Specificaties
Paperback, 524 blz. | Nederlands
Wolters Kluwer | 1e druk, 2020
ISBN13: 9789013157734
Wolters Kluwer 1e druk, 2020 9789013157734
Onderdeel van serie Pensioenmemo
Vandaag voor 23:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

Met deze uitgave hebt u de actuele regelgeving rondom pensioen, lijfrente en levensverzekeringen bij de hand. Het bevat een praktijkgericht overzicht van de civiel-, fiscaal- en publiekrechtelijke steunpilaren van de hedendaagse oudedagsvoorzieningen.

De Nederlander wordt gemiddeld steeds ouder. De wet- en regelgeving rondom oudedags- en nabestaandenvoorzieningen deinen mee met deze sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen. Als professional op fiscaal of juridisch gebied is het voor u essentieel om deze wetswijzigingen in het oog te houden.

Pensioenmemo 2020 biedt u een totaalbeeld van de actuele stand van zaken rondom pensioen, lijfrente en levensverzekeringen. Het geeft u een handzaam overzicht van de wettelijke fiscale bepalingen op het gebied van pensioen, lijfrenten, kapitaalverzekeringen, de gouden handdruk en de levensloopregeling.

Pensioen, lijfrente, levensverzekering
De uitgave behandelt een breed scala aan civiel-, fiscaal- en publiekrechtelijke aspecten in het kader van pensioenen. Het schetst daarnaast de juridische grenzen zoals aangegeven in diverse regelgeving, waaronder de Pensioenwet, de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 en de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Pensioenwetgeving
Alle regelingen worden vanuit drie invalshoeken bekeken: die van de zelfstandige ondernemer, de werknemer en privévoorzieningen.

De inhoud en structuur is toegespitst op de informatiebehoefte uit de praktijk. De uitgave is populair en veelgebruikt door pensioenspecialisten, pensioenadviseurs, advocaten, rechters, notarissen, bedrijfsjuristen, fiscalisten, juristen en beleidsmakers werkzaam bij pensioenfondsen en verzekeraars.

Specificaties

ISBN13:9789013157734
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:524
Druk:1
Verschijningsdatum:24-3-2020
Hoofdrubriek:Pensioenrecht

Over Gerry Dietvorst

Prof.dr. G.J.B. Dietvorst is werkzaam bij Achmea en hoogleraar toekomstvoorzieningen aan de Universiteit van Tilburg.

Andere boeken door Gerry Dietvorst

Over Wouter Kalkman

Dr. W.M.A. Kalkman is werkzaam bij ING en bijzonder hoogleraar Verzekeringsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.

Andere boeken door Wouter Kalkman

Over Pieter de Lange

Pieter de Lange is emiritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij adviseur bij het pensioenadviesbureau Schols & De Lange.

Andere boeken door Pieter de Lange

Inhoudsopgave

Inleidende opmerkingen / 21
Lijst van afkortingen / 23

1. Overheidsvoorzieningen / 27
1.1. Inleiding / 27
1.2. De AOW / 27
1.2.1. Kring van verzekerden (art. 6 en 6a AOW) / 27
1.2.1.1. Verhoging van de ingangsleeftijd / 28
1.2.1.2. Wettelijke regeling van de verdere verhoging van de ingangsleeftijd (art. 7a AOW) / 29
1.2.2. Hoogte van de uitkering (art. 9 AOW) / 29
1.2.2.1. Voorstel mogelijkheid om AOW uit te stellen / 30
1.2.3. Inkomensafhankelijkheid van de toeslag (art. 10 en 11 AOW) / 30
1.2.4. Kortingen op de uitkering (art. 13 AOW) / 31
1.2.5. Premies (art. 37 AOW) / 31
1.2.6. Uitvoering (art. 14 e.v. AOW) / 32
1.3. De Anw / 32
1.3.1. De Anw / 32
1.3.2. Kring van verzekerden (art. 13 Anw) / 37
1.3.3. Hoogte van de uitkering (art. 17, 22 en 26 Anw) / 37
1.3.4. Premies (art. 41 Anw) / 37
1.3.5. Uitvoering (art. 33 e.v. Anw) / 37
1.4. Loondoorbetalingsplicht in het Burgerlijk Wetboek (BW) / 37
1.4.1. Hoogte / 38
1.4.2. Duur / 38
1.4.3. Andere passende arbeid / 38
1.5. Ziektewet (ZW) / 39
1.5.1. Personenkring / 39
1.5.2. Uitkeringsvoorwaarden / 39
1.5.3. Hoogte en duur / 39
1.5.4. Premie / 40
1.5.5. Uitvoering / 40
1.6. De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) / 40
1.6.1. Inleiding / 40
1.6.2. De WIA in context / 40
1.6.3. De uitgangspunten van het stelsel / 41
1.6.4. Hoe ziet het stelsel eruit? / 41
1.6.5. Wet Bezava / 42
1.6.6. Premie / 42
1.7. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) / 43
1.7.1. Personenkring / 43
1.7.2. Uitkeringsvoorwaarden / 43
1.7.3. Hoogte / 44
1.7.4. Duur / 45
1.7.5. Overgangsrecht / 45
1.7.6. Uitvoering / 45
1.8. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) / 46
1.8.1. Personenkring / 46
1.8.2. Uitkeringsvoorwaarden / 46
1.8.3. Hoogte / 46
1.8.4. Uitvoering / 47
1.9. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Participatiewet / 47
1.9.1. Mogelijkheden van de Wet Wajong / 47
1.9.2. Oude Wajong / 47
1.9.3. De Participatiewet / 48

2. De zelfstandig ondernemer en zijn pensioen / 49
2.1. Inkomstenbelasting / 49
2.1.1. Speciale regelingen zelfstandig ondernemer / 49
2.1.2. Aanspraken uit beroepspensioenregeling / 49
2.1.3. De oudedagsreserve / 50
2.1.4. De stakingsvrijstelling en de stakingslijfrente / 54
2.1.5. Emigrerende ondernemers die een stakingslijfrente en/of een oudedagsreservelijfrente bedingen / 58
2.2. Successiewet / 59
2.2.1. Vrijstellingen / 59
2.2.2. Latente belastingclaim oudedagsreserve / 60
2.2.3. Waardebepaling periodieke uitkeringen / 60
2.2.4. Opgaveplicht (art. 75 SW) / 61

3. De werknemer en zijn pensioen / 63
3.1. Hoofdvormen van pensioenregelingen / 63
3.1.1. Vaste pensioenbedragen / 63
3.1.2. Beschikbarepremieregeling / 63
3.1.3. Opbouwregeling / 64
3.1.4. Eindloonregeling / 64
3.1.5. Aanvullende opmerkingen / 64
3.1.6. Inbouw AOW / 65
3.1.7. Gelijke behandeling van mannen en vrouwen in pensioenregelingen / 66
3.2. De fiscale definitie van pensioen (art. 18-18h Wet LB 1964) / 70
3.2.0. Beperking fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies (Witteveenkader) en aanpassing aan nieuwe pensioenrichtleeftijd / 70
3.2.1. Positie van de pensioenregeling in de Wet op de loonbelasting 1964 / 71
3.2.2. Wetgeving met ingang van 1 januari 2015 / 71
3.2.2.1. Voorgeschiedenis / 71
3.2.2.2. Overgangsrecht voor bestaande prepensioen- en VUT-regelingen / 72
3.2.3. Algemene opzet van de wetgeving / 73
3.2.4. Het begrip pensioenregeling (art. 18 Wet LB 1964) / 73
3.2.4.1. Aanvullend beleid in relatie tot de begrippen pensioen en (de omvang van de) pensioenregeling / 76
3.2.5. Uitwerking van het ouderdomspensioen (art. 18a Wet LB 1964) / 77
3.2.5.1. Opbouw van het ouderdomspensioen / 77
3.2.5.2. Beschikbare premie / 77
3.2.5.3. Aanpassing beschikbarepremiestaffels met ingang van 1 januari 2019 / 78
3.2.6. Ingangsdatum van het ouderdomspensioen / 86
3.2.6.1. Uitstel en vervroeging van de pensioendatum / 86
3.2.7. Uitwerking van het nabestaandenpensioen (art. 18b Wet LB 1964) / 86
3.2.7.1. Opbouw van het nabestaandenpensioen / 86
3.2.7.2. Aanvullen van ontbrekende dienstjaren / 87
3.2.7.3. Ingang van het nabestaandenpensioen / 89
3.2.7.4. Inbouw AOW-uitkering / 89
3.2.7.5. Maximering van het nabestaandenpensioen / 89
3.2.8. Uitwerking van het wezenpensioen (art. 18c Wet LB 1964) / 89
3.2.8.1. Opbouw van het wezenpensioen / 89
3.2.8.2. Ingangsdatum wezenpensioen / 89
3.2.8.3. Maximering van het wezenpensioen / 90
3.2.9. Wel toegelaten overschrijding van de grenzen (art. 18d Wet LB 1964) / 90
3.2.9.1. Aanvullend beleid in besluiten / 90
3.2.10. Uitwerking deelnemingsjarenpensioen ter vervanging van het overbruggingspensioen (art. 18e Wet LB 1964) / 90
3.2.10.1. Het deelnemingsjarenpensioen / 90
3.2.10.2. Overbruggingspensioen (art. 18e Wet LB 1964 oud) / 91
3.2.10.3. Omzetting bij uitstel / 93
3.2.11. Uitwerking nabestaandenoverbruggingspensioen (art. 18f Wet LB 1964) / 93
3.2.12. Uitwerking diensttijd en pensioengevend loon (art. 18g Wet LB 1964) / 93
3.2.12.1. Diensttijd / 93
3.2.12.2. Aanvullende beleid / 95
3.2.12.3. Pensioengevend loon / 97
3.2.12.4. Maximaal pensioengevend loon (art. 18ga Wet LB 1964) / 98
3.2.13. Vervroegde uittreding (art. 18i Wet LB 1964 (oud)) / 99
3.2.14. Gevolg nihil of ongebruikelijk laag loon voor de pensioenregeling (art. 19 Wet LB 1964) / 99
3.2.15. Uitvoerders van pensioenregelingen (art. 19a Wet LB 1964) / 99
3.2.16. Sancties (art. 19b Wet LB 1964) / 100
3.2.17. Rechtsbescherming en glijclausule (art. 19c Wet LB 1964) / 102
3.2.18. Aanwijzingsbevoegdheid (art. 19d Wet LB 1964) / 102
3.2.19. Aanvullende regeling (art. 19f Wet LB 1964) / 102
3.2.20. Eindheffing VUT-regelingen na 1 januari 2006 (art. 32ba Wet LB 1964) / 102
3.3. Bijzondere pensioenregelingen / 103
3.3.1. Het nettopensioen / 103
3.3.2. Pensioenregeling directeur-grootaandeelhouder / 104
3.3.2.1. De bijzondere positie van de directeur-grootaandeelhouder in de pensioenwetgeving / 104
3.3.2.2. Specifiek overgangsrecht dga / 105
3.3.3. Uitwerking pensioen voor de dga / 105
3.3.3.1. Het dga-criterium / 105
3.3.3.2. Scheiding / 106
3.3.3.3. Faillissement / 106
3.4. Fiscale behandeling dga-pensioen in de loonbelasting / 106
3.4.1. Kapitaalverzekering met pensioenclausule (kapitaalovereenkomst) / 107
3.4.2. Glijclausule/Rechtsbescherming / 107
3.4.3. Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen. Afbouw van de mogelijkheid van eigen beheer voor de dga / 108
3.4.3.1. Prijsgeven van het pensioen in eigen beheer / 108
3.5. Overgangssituatie fiscale behandeling dga-pensioen in de winstsfeer / 109
3.6. Pensioen in de inkomstenbelasting (art. 3.81 Wet IB 2001) / 110
3.7. Pensioen in de Successiewet (art. 32 lid 1, 5e en lid 2 SW) / 110
3.7.1. Pensioen- en lijfrentevrijstelling voor het successierecht / 112
3.8. Pensioen in de winstsfeer (inkomsten- en vennootschapsbelasting) / 112
3.8.1. Pensioentoezegging aan werknemers en de financiering / 112
3.8.2. Fiscale aspecten van de financieringslast van een pensioentoezegging / 113
3.8.3. Fiscale gevolgen van backservice / 113
3.8.4. Comingbackservice (art. 3.27 en 3.28 Wet IB 2001) / 114
3.8.4.1. Algemeen / 114
3.8.4.2. Uitzondering voor pensioenregeling / 114
3.8.4.3. Voorwaarden voor aftrek comingbackservicebetalingen / 114
3.8.5. Pensioenverplichtingen in eigen beheer / 115
3.8.5.1. Algemeen / 115
3.8.6. Pensioenvoorziening voor niet-toegezegd pensioen / 115
3.8.7. Besluit over VUT-financiering / 116
3.8.7.1. VUT-regelingen / 116
3.9. De pensioenuitkering en de sociale zekerheid / 116
3.9.1. Pensionering voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd / 116
3.9.2. Pensionering op of na het bereiken van de AOWgerechtigde leeftijd / 118
3.10. Ontslaguitkering en stamrecht / 119
3.10.1. Vaststelling van een ontslaguitkering / 119
3.10.1.1. Wijzigingen met ingang van 1 juli 2015 / 120
3.10.2. Schadeloosstelling en WW/IOAW-uitkering / 121
3.10.3. Fiscale behandeling / 122

4. Privévoorzieningen / 123
4.1. Inleiding / 123
4.2. Begrip levensverzekering / 123
4.3. Kapitaalverzekeringen / 124
4.3.1. De systematiek in hoofdlijnen / 124
4.3.2. Het regime zoals dat gold op 31 december 2000 / 126
4.3.2.1. Hoofdregel en vrijstellingen / 127
4.3.3. KEW/SEW/BEW / 128
4.3.3.1. Hoofdregel / 128
4.3.3.2. Helpdeskvragen SEW/BEW / 134
4.3.3.3. Belastingheffing over de (fictieve) kapitaaluitkering / 137
4.3.3.4. Wat is vrijgesteld? / 138
4.3.3.5. Uitkering bij overlijden (art. 3.118 Wet IB 2001) / 138
4.3.3.6. Drie plafonds vrijstelling / 141
4.3.3.7. Aftrekbare rente na eerder gebruik vrijstelling (art. 3.122 Wet IB 2001) / 141
4.3.3.8. Omzetting gewone kapitaalverzekering in KEW (art. 3.116 lid 8 Wet IB 2001) / 141
4.3.3.9. Verhuisregeling / 142
4.3.3.10. Verzamelbesluit KEW 15 mei 2017, nr. 2017-81049 / 143
4.3.4. Overige verzekeringen: begrafenispolissen, kapitaaluitkering bij invaliditeit en andere kapitaalverzekeringen (art. 5.10 Wet IB 2001) / 184
4.3.4.1. Hoofdregel / 184
4.3.4.2. Vrijstellingen (art. 5.10 Wet IB 2001) / 184
4.3.5. Op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekeringen / 186
4.3.5.1. Systematiek / 186
4.3.5.2. Geen uitzicht op belastingvrije uitkering (art. AN lid 1 en 2 Invoeringswet Wet IB 2001) / 187
4.3.5.3. Kapitaalverzekeringen vóór 1 januari 1992 tot stand gekomen en die wel uitzicht geven op een belastingvrije uitkering / 187
4.3.5.4. Kapitaalverzekeringen tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001 tot stand gekomen en die wel uitzicht geven op een belastingvrije uitkering / 190
4.3.5.5. Kwalificatie(verzoek) KEW / 192
4.3.6. De kapitaalverzekering bij de eigen bv (art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001 en art. AM lid 3 Invoeringswet Wet IB 2001) / 194
4.4. Lijfrenten / 195
4.4.1. Inleiding / 195
4.4.2. Het lijfrenteregime / 196
4.4.2.1. De lijfrentedefinitie, de systematiek, de premieaftrek en de uitkeringen / 197
4.4.2.2. Toegelaten aanbieders (art. 3.126 en 3.126a Wet IB 2001) / 206
4.4.2.3. Helpdeskvragen LSR/LBR / 207
4.4.2.4. Tijdstip van aftrek van de premies voor lijfrente (art. 3.130 Wet IB 2001) en verzuimde premieaftrek / 211
4.4.2.5. Toegestane lijfrenten (art. 3.125 Wet IB 2001) / 217
4.4.2.6. Alimentatielijfrente / 229
4.4.2.7. De nettolijfrente / 230
4.4.2.8. Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen / 233
4.4.2.9. Revisierente (art. 30i lid 1 AWR) / 234
4.4.2.10. Aansprakelijkheid verzekeraar / 235
4.4.2.11. Verbetering pensioenregeling (art. 3.133 lid 2 Wet IB 2001) / 238
4.4.2.12. Emigratie / 239
4.4.3. Van oud naar nieuw (art. O Invoeringswet Wet IB 2001) / 241
4.4.4. Saldolijfrenten / 246
4.4.4.1. Saldolijfrenten tot stand gekomen na 1 januari 2001 / 246
4.4.4.2. Op 31 december 2001 bestaande saldolijfrenten / 246
4.4.4.3. Saldolijfrenten tot stand gekomen ná 14 september 1999 / 246
4.4.4.4. Saldolijfrenten tot stand gekomen vóór 14 september 1999 / 247
4.4.4.5. Emigratie / 247
4.5. Diverse onderwerpen lijfrenten en kapitaalverzekeringen / 248
4.5.1. Praktijkvragen kapitaal- en lijfrenteverzekeringen / 248
4.5.2. Collectieve compensatieregelingen voor beleggingsverzekeringen / 249
4.6. Successiewet / 259
4.6.1. Kapitaaluitkeringen ten gevolge van overlijden / 259
4.6.1.1. Premiesplitsing / 260
4.6.2. Lijfrente-uitkeringen ten gevolge van overlijden / 280
4.6.3. Stakingslijfrente bedongen na het overlijden van de erflater / 282
4.6.4. Lijfrente-uitkeringen bij leven aan derde / 282
4.6.5. Aftrek wegens belastinglatentie (art. 20 SW) / 282
4.6.6. Aftrek opgeofferd bedrag lijfrente / 283
4.6.7. Opgaveplicht (art. 75 SW 1956 en Uitvoeringsregeling Schenk- en erfbelasting) / 284
4.7. De levensloopregeling / 285
4.7.1. Regeling afgeschaft, wel overgangsrecht / 285
4.7.2. Kernpunten levensloopregeling / 286
4.7.3. Schriftelijke vastlegging / 292
4.8. Sociale zekerheid / 293
4.8.1. AOW/Anw/AKW/AWBZ / 293
4.8.2. WW/ZW/WAO / 294
4.8.3. TW/IOAW/IOAZ / 294
4.8.4. Zorgverzekeringswet / 294

5. Civiel- en publiekrechtelijke aspecten van pensioenvoorzieningen voor werknemers en vrije beroepsbeoefenaren / 295
5.1. Algemene opmerkingen / 295
5.1.1. Het pensioenstelsel in 3 pijlers / 295
5.1.2. Uitgangspunten in dit hoofdstuk / 296
5.1.3. Transparantie, toezicht en toegang als beleidsmatige uitgangspunten / 298
5.1.3.1. Transparantie / 298
5.1.3.2. Toezicht / 298
5.1.3.3. Toegang / 299
5.2. Belangrijkste uitgangspunten in de Pensioenwet / 300
5.3. De pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer / 305
5.3.1. Informatie aan werknemer en aanbod pensioenovereenkomst / 305
5.3.2. Pensioenovereenkomst bij overgang van onderneming / 306
5.3.3. Verplichtingen tot het doen van een aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst in het kader van gelijke behandeling / 306
5.3.4. Pensioenkeuring / 311
5.3.5. Karakter van de pensioenovereenkomst / 315
5.3.6. Vaststelling uitkering, kapitaal of premie en pensioenknip / 316
5.3.7. Betalingsvoorbehoud / 318
5.3.8. Verlening van toeslagen / 319
5.3.9. Nadere eisen ouderdomspensioen / 319
5.3.10. Nadere eisen Partnerpensioen / 320
5.3.11. Evenredige verwerving pensioenaanspraken / 320
5.3.12. Behoud aanspraken bij verlaging pensioengevend salaris / 321
5.3.13. Behoud aanspraken bij beëindiging deelneming / 321
5.3.14. Wijziging pensioenovereenkomst / 322
5.3.15. Gevolgen van wijziging van een pensioenovereenkomst / 323
5.4. De Pensioen 1-2-3 / 323
5.5. De uitvoeringsovereenkomst tussen pensioenuitvoerder en werkgever / 325
5.5.1. Algemene opmerkingen / 325
5.5.2. Het uitvoeringsreglement van bedrijfstakpensioenfondsen / 327
5.5.3. Adviesrecht verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan / 328
5.5.4. Hoorrecht vereniging van gepensioneerden bij uitvoering door verzekeraar / 329
5.5.5. Verantwoordelijkheidstoets toezichthouder / 330
5.5.6. Inhoud uitvoeringsovereenkomst / 331
5.6. Verantwoordelijkheid van de pensioenuitvoerder / 333
5.7. Betaling van de premie aan de pensioenuitvoerder / 334
5.7.1. Afdracht premie door werkgever aan pensioenuitvoerder / 334
5.7.2. Eisen inzake premiebetaling / 334
5.7.3. Premiebetaling bij beëindiging deelneming / 335
5.7.4. Melding door pensioenfonds inzake premieachterstand en te kort minimaal vereist eigen vermogen / 336
5.7.5. Melding door verzekeraar of premiepensioeninstelling bij premieachterstand en gevolgen van premieachterstand / 336
5.8. Taken van de pensioenuitvoerder / 337
5.8.1. Algemene taak / 337
5.8.2. Waarborging goed bestuur / 337
5.8.3. Uitbesteding / 337
5.8.4. Informatieverstrekking door de pensioenuitvoerder / 338
5.8.5. Schriftelijke en elektronische informatieverstrekking / 348
5.8.6. Pensioenregister / 349
5.8.7. Zorgplicht pensioenuitvoerder bij premieovereenkomsten met en zonder beleggingsvrijheid en variabele uitkeringen / 352
5.8.8. Uitvoeren vrijwillige voortzetting / 353
5.9. Behoud van aanspraken / 354
5.9.1. Behoud aanspraak op pensioen bij beëindiging deelneming / 354
5.9.2. Behoud aanspraak in geval van scheiding / 356
5.10. Het verlenen van toeslagen / 357
5.10.1. Gelijke behandeling van gepensioneerden / 357
5.10.2. Gelijke behandeling van Partnerpensioen van gepensioneerden / 357
5.10.3. Gelijke behandeling van aanspraak op nog niet ingegaan ouderdomspensioen / 358
5.10.4. Gelijke behandeling van aanspraak op nog niet ingegaan Partnerpensioen / 358
5.10.5. Verbod van onderscheid tussen verschillende typen partners / 358
5.11. Geen verjaring ten gunste van pensioenuitvoerder / 358
5.12. Beschikken over pensioen / 358
5.12.1. Keuzerecht hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen / 358
5.12.2. Keuzerecht uitruil ouderdomspensioen in Partnerpensioen / 360
5.12.3. Keuzemogelijkheden andere vormen van uitruil / 361
5.12.4. Variatie hoogte pensioenuitkering en variabele uitkering / 362
5.12.4.1. Variatie hoogte pensioenuitkering / 362
5.12.4.2. Variabele uitkering / 363
5.12.4.3. Keuzerecht variabele of vaste uitkering / 364
5.12.4.4. Uitvoering variabele uitkering / 364
5.12.5. Verbod van vervreemding en mogelijkheid van volmacht / 365
5.12.6. Afkoop / 365
5.12.6.1. Afkoop klein ouderdomspensioen / 366
5.12.6.2. Afkoop klein Partnerpensioen of wezenpensioen bij ingang / 367
5.12.6.3. Afkoop klein bijzonder Partnerpensioen bij scheiding / 368
5.12.6.4. Afkoop van fiscaal bovenmatig pensioen / 369
5.13. Waardeoverdracht / 370
5.13.1. Begrip en reikwijdte waardeoverdracht / 370
5.13.2. Vormen van waardeoverdracht / 370
5.13.2.1. Recht op waardeoverdracht klein ouderdomspensioen (art. 70a PW). / 370
5.13.2.2. Plicht tot waardeoverdracht op verzoek gewezen deelnemer bij wisseling van werkgever of toetreding tot een beroepspensioenregeling (art. 71-74 PW) / 371
5.13.2.3. Bevoegdheid tot waardeoverdracht op verzoek gewezen deelnemer bij wisseling werkgever of toetreding tot een beroepspensioenregeling (art. 75 PW) / 373
5.13.2.4. Plicht tot waardeoverdracht op verzoek deelnemer bij andere pensioenovereenkomst met dezelfde werkgever (art. 76 PW) / 373
5.13.2.5. Bevoegdheid tot waardeoverdracht op verzoek deelnemer bij andere pensioenovereenkomst met zelfde werkgever (art. 78 PW) / 373
5.13.2.6. Bevoegdheid waardeoverdracht op verzoek van gewezen deelnemer bij andere pensioenregeling gewezen werkgever (art. 78a PW) / 374
5.13.2.7. Waardeoverdracht door pensioenfondsen bij bereiken pensioendatum op grond van de pensioenovereenkomst (art. 80 PW) / 374
5.13.2.8. Verplichting tot waardeoverdracht voor verzekeraars bij bereiken pensioendatum op grond van de pensioenovereenkomst (art. 81 PW) / 376
5.13.2.9. Verplichting tot waardeoverdracht voor een premiepensioeninstelling op datum omzetting in pensioenuitkering dan wel bereiken pensioendatum (art. 81a PW) / 376
5.13.2.10. Bevoegdheid tot waardeoverdracht voor tussentijdse omzetting in pensioenuitkering (art. 81b PW) / 377
5.13.2.11. Overdracht pensioenkapitaal op pensioendatum (art. 82 PW) / 377
5.13.2.12. Bevoegdheid tot collectieve waardeoverdracht (art. 83 PW) / 378
5.13.2.13. Verplichting tot collectieve waardeoverdracht bij liquidatie van de pensioenuitvoerder (art. 84 PW) / 378
5.13.2.14. Plicht tot waardeoverdracht aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland op verzoek gewezen deelnemer (art. 85 PW) / 379
5.13.2.15. Plicht tot waardeoverdracht aan een lidstaat van de Europese Gemeenschappen of aangewezen instelling (art. 86 PW) / 379
5.13.2.16. Bevoegdheid tot waardeoverdracht aan een andere instelling (art. 87 PW) / 379
5.13.2.17. Bevoegdheid tot waardeoverdracht aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland op verzoek gewezen deelnemer bij wisseling werkgever of toetreding tot een beroepspensioenregeling (art. 88 PW) / 379
5.13.2.18. Bevoegdheid tot waardeoverdracht aan een pensioeninstelling of verzekeraar uit een andere lidstaat bij bereiken pensioendatum op grond van de pensioenovereenkomst (art. 89 PW) / 380
5.13.2.19. Collectieve waardeoverdracht naar pensioeninstelling uit een andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland (art. 90 PW) / 380
5.13.2.20. Collectieve waardeoverdracht van een pensioenfonds of premiepensioeninstelling naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat (art. 90a PW). / 380
5.13.3. Verplichting tot medewerking aan inbreng van waarde (art. 91 PW) / 381
5.13.4. Bevoegdheid tot medewerking aan inbreng van waarde (art. 92 PW) / 381
5.13.5. Medewerking aan collectieve waardeoverdracht van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar een pensioenfonds of een premiepensioeninstelling (art. 92a PW) / 382
5.13.6. Reken- en procedureregels waardeoverdracht / 382
5.14. Bepalingen met betrekking tot de oprichting van pensioenfondsen / 386
5.14.1. Melding oprichting van een pensioenfonds / 386
5.14.2. Toezending wijziging officiële stukken / 387
5.14.3. Voorschriften ter zake van de statuten van een pensioenfonds / 387
5.15. Bepalingen met betrekking tot het bestuur van pensioenfondsen / 389
5.15.1. Samenstelling van het bestuur / 389
5.16. Verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan / 395
5.16.1. Het verantwoordingsorgaan / 395
5.16.2. Taken verantwoordingsorgaan / 397
5.16.3. Het belanghebbendenorgaan / 398
5.16.4. Taken belanghebbendenorgaan / 399
5.16.5. Informatie omtrent advies / 400
5.16.6. Informatie aan het verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan / 400
5.16.7. Voorzieningen verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan / 400
5.16.8. Verbod leeftijdsgrens / 401
5.17. Bescherming leden bestuur, verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan / 401
5.17.1. Zorgplicht werkgever / 401
5.17.2. Ontslagbescherming / 401
5.18. Taakafbakening pensioenfondsen en verzekeraars / 402
5.18.1. Verbod van nevenactiviteiten / 402
5.18.2. Uitvoering vrijwillige pensioenregeling en nettopensioen door pensioenfonds / 402
5.18.3. Eisen uitkeringsovereenkomsten / 403
5.18.4. Eisen kapitaalovereenkomsten / 404
5.18.5. Eisen premieovereenkomsten / 405
5.18.6. Vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds / 406
5.18.7. Beëindiging verbondenheid met groep / 407
5.18.8. Uitvoeren van verschillende pensioenregelingen en rangregeling / 407
5.18.9. Inkoop van pensioenopbouw / 408
5.18.10. Aanstelling van een pensioenbewaarder. / 408
5.19. Financieel toetsingskader pensioenfondsen / 409
5.19.1. Algemene opmerkingen / 409
5.19.2. Vaststelling van de technische voorzieningen / 409
5.19.3. Financiering ouderdomspensioen / 410
5.19.4. Hoogte kostendekkende premie / 411
5.19.5. Terugstorting of korting premie / 411
5.19.6. Vermelding premie in jaarrekening en bestuursverslag / 411
5.19.7. Minimaal vereist eigen vermogen / 412
5.19.8. Vereist eigen vermogen / 412
5.19.9. Dekking door waarden / 413
5.19.10. Korting pensioenaanspraken en pensioenrechten door een pensioenfonds / 413
5.19.11. Eisen ten aanzien van beleggingen van pensioenfondsen / 414
5.19.12. Aangaan leningen en garantstelling door een pensioenfonds / 415
5.19.13. Financiering van voorwaardelijke toeslagen door een pensioenfonds / 415
5.19.14. Herstelplan in verband met ontbreken vereist eigen vermogen / 416
5.19.15. Actualisatie herstelplan in verband met ontbreken minimaal vereist eigen vermogen / 417
5.19.16. Verzekerde pensioenfondsen en het kredietrisico van de verzekeraar / 418
5.19.17. Ontheffing door de toezichthouder / 419
5.19.18. Langere termijnen bij uitzonderlijke situatie / 420
5.19.19. Beheerste en integere bedrijfsvoering / 420
5.19.20. Sleutelfuncties / 420
5.19.21. Actuariële en bedrijfstechnische nota / 421
5.19.22. Jaarrekening, bestuursverslag en staten / 423
5.19.23. Onafhankelijkheid van de actuaris en voorkoming van belangenverstrengeling (art. 148 PW) / 424
5.19.24. Verbod kapitaalcontracten (art. 148a PW) / 424
5.19.25. Toezichthouder verplicht tot overdracht, verzekering of onderbrenging / 425
5.19.26. Overdracht, verzekering of onderbrenging bij eindigen pensioenregeling / 425
5.20. De premiepensioeninstelling (PPI) / 425
5.20.1. Wat is een premiepensioeninstelling (PPI) / 425
5.20.2. Welke pensioenregelingen mag een PPI in Nederland uitvoeren? / 426
5.20.3. Wat is de toegevoegde waarde van de PPI vergeleken met verzekeraars en pensioenfondsen? / 427
5.20.4. Wie houdt toezicht op de PPI? / 428
5.20.5. Aan welke eisen moet een PPI voldoen om werkzaam te kunnen zijn? / 429
5.20.6. Welke rechtsvorm is voor een PPI toegestaan? / 429
5.20.7. Mag een PPI een nevenbedrijf uitoefenen? / 430
5.20.8. Verhouding tussen PPI, werkgever en deelnemer / 430
5.20.9. Bescherming van de pensioendeelnemer: prudentiële eisen en vermogensscheiding / 432
5.20.10. Beheer en de bewaring van een pensioenvermogen / 433
5.20.11. Het veilig stellen van vorderingen van pensioendeelnemers en pensioengerechtigden / 434
5.20.11.1. De rangregeling / 434
5.20.11.2. De pensioenbewaarder / 435
5.20.12. Fiscale aspecten van de PPI / 435
5.20.12.1. Fiscaal relevante kenmerken van de PPI / 435
5.20.12.2. De PPI en de fiscale winstsfeer / 436
5.20.12.3. Fiscale behandeling van de bijdragen van de deelnemer en werkgever in een PPI / 437
5.20.12.4. De PPI als toegestane pensioenverzekeraar / 437
5.20.12.5. De PPI en btw / 438
5.21. Toezicht door AFM en DNB / 438
5.21.1. De vormen van toezicht / 438
5.21.1.1. Prudentieel toezicht / 438
5.21.1.2. Materieel toezicht / 438
5.21.1.3. Gedragstoezicht / 439
5.21.1.4. Integriteitstoezicht / 439
5.21.2. De contouren van de samenwerking tussen de AFM en DNB / 439
5.21.3. Geen beoordeling in individuele gevallen / 441
5.21.4. Kwaliteitseisen aan handelen toezichthouder / 441
5.21.5. Handhaving / 441
5.21.5.1. Algemene opmerkingen / 441
5.21.5.2. Kosteloze informatieverstrekking / 442
5.21.5.3. Inlichtingenbevoegdheid toezichthouder / 442
5.21.5.4. Bewaarplicht gegevens ten behoeve van toezichthouder / 442
5.21.5.5. Informatie- en meldingsverplichting accountant en actuaris / 443
5.21.5.6. Aanwijzing / 443
5.21.5.7. Benoeming stille curator / 444
5.21.5.8. Bewindvoerder over een pensioenfonds / 445
5.21.5.9. Onbevoegd verklaring accountant of actuaris / 445
5.21.5.10. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete / 446
5.21.5.11. Openbaarmaking door de toezichthouder / 449
5.21.6. Vergunningverlening en toezicht grensoverschrijdende activiteiten van pensioenfondsen met zetel in Nederland / 451
5.21.6.1. Zonder vergunning en kennisgeving aan toezichthouder geen grensoverschrijdende activiteit / 451
5.21.6.2. Vergunningverlening / 451
5.21.6.3. Kennisgeving voornemen grensoverschrijdende activiteit / 452
5.21.6.4. Verbod uitvoering grensoverschrijdende activiteit / 453
5.21.7. Toezicht grensoverschrijdende activiteiten pensioeninstellingen uit andere lidstaten / 454
5.21.7.1. Voorwaarden uitvoering Nederlandse pensioenregeling / 454
5.21.7.2. Informatie over toepasselijke sociale en arbeidswetgeving / 454
5.21.7.3. Niet-naleving toepasselijke regelgeving en handhaving / 455
5.22. Gerechtelijke procedures / 455
5.22.1. Burgerrechtelijke geschillen in het algemeen / 455
5.22.1.1. Behandeling door kantonrechter / 455
5.22.1.2. Internationale verhoudingen / 456
5.22.1.3. Beroep verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan bij ondernemingskamer / 456
5.22.1.4. Enquêterecht / 457
5.22.2. Bestuursrechtelijke geschillen / 457
5.22.3. Alternatieve geschillenbeslechting / 458
5.22.3.1. Klachten bij de Ombudsman Pensioenen / 458
5.22.3.2. Klachten bij de Ombudsman en de Geschillencommissie financiële dienstverlening (KIFID) / 459
5.23. Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 / 459
5.23.1. Algemene opmerkingen / 459
5.23.2. De verplichtstelling / 460
5.23.3. Gevolgen van de verplichtstelling / 461
5.23.4. Naleven van statuten en reglementen / 461
5.23.5. Gebruik namen, handelsmerken of beeldmerken / 462
5.23.6. Gegevensverstrekking / 462
5.23.7. Informatie aan deelnemers / 464
5.23.8. Bijdrage (doorsneepremie) / 464
5.23.9. Wijziging van de statuten of reglementen / 465
5.23.10. Wijziging van de verplichtstelling / 467
5.23.11. Intrekking van de verplichtstelling / 467
5.23.12. Representativiteitstoets / 468
5.23.13. Vrijstelling / 469
5.23.14. Gemoedsbezwaren / 474
5.23.15. Ontheffing / 477
5.23.16. Publicatie in de Staatscourant / 477
5.23.17. Sectoraal toezicht door DNB / 478
5.23.18. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete / 478
5.23.18.1. Last onder dwangsom / 478
5.23.19. Dwangbevel / 480
5.23.20. Hoofdelijke aansprakelijkheid / 482
5.23.21. Rechtsgang ter zake van deelneming in en uitkering uit een bedrijfstakpensioenfonds / 484
5.24. Overgang van een onderneming en pensioenverplichtingen / 485
5.24.1. Overgang van pensioenverplichtingen en individuele arbeidsovereenkomst / 485
5.24.2. Overgang van pensioenverplichtingen en collectieve arbeidsovereenkomsten / 485
5.24.3. Rechtsbescherming van toepassing op alle pensioenovereenkomsten / 486
5.24.4. Geen terugwerkende kracht bij overgang van pensioenverplichtingen / 486
5.24.5. Waardeoverdracht en overgang van pensioenverplichtingen / 487
5.24.6. Hoofdelijke aansprakelijkheid van vervreemder / 487
5.24.7. Verschillende praktijksituaties / 487
5.25. Wet verplichte beroepspensioenregeling / 490
5.25.1. Algemene opmerkingen / 490
5.25.2. Verplichtstelling, marktwerking en mededinging / 492
5.25.3. De beroepspensioenvereniging / 493
5.25.4. Eén pensioenuitvoerder voor de verplicht gestelde beroepspensioenregeling / 495
5.25.5. De verplichtstelling / 496
5.25.6. Inhoudelijke eisen voor verplicht gestelde beroepspensioenregelingen / 497
5.25.6.1. Algemene opmerking / 497
5.25.7. Informatie- en gegevensverstrekking / 499

Trefwoordenregister / 509

Net verschenen

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Pensioenmemo 2020