Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, , , e.a.

BTW-fraude

Specificaties
Paperback, 303 blz. | Nederlands
Wolters Kluwer | 1e druk, 2020
ISBN13: 9789013159189
Rubricering
Hoofdrubriek : Juridisch
Juridisch : Fiscaal recht
Wolters Kluwer 1e druk, 2020 9789013159189
Onderdeel van serie Fed Fiscale Brochures
Op voorraad | Vandaag voor 23:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

De wetgeving en rechtspraak rondom btw-fraude zijn volop in beweging. Deze uitgave zet alle zaken op een rij waar een belastingplichtige mee te maken kan krijgen indien sprake is van een vermoeden van btw-fraude, startend vanaf een controle door de Belastingdienst tot opsporing door het Openbaar Ministerie. De inhoud is bijgewerkt tot begin mei 2020.

De bestrijding van btw-fraude neemt zowel op Europees als nationaal niveau nieuwe vormen aan. De maatregelen richten zich niet enkel op de ‘klassieke’ btw-carrouselfraude, maar ook op andere vormen van btw-fraude met bijvoorbeeld suppletieaangiften. Per 2020 zijn de ‘quick fixes’ in werking getreden om zo de eerste stappen te kunnen zetten om het btw-gat in Europa te dichten. Tegelijkertijd staan ook de ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie EU en de nationale rechterlijke instanties niet stil.

De uitgave Btw-fraude helpt u bij te blijven in deze razendsnelle ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak. U beschikt met deze titel over een totaaloverzicht van de rechtspraak omtrent de controle en opsporing bij vermeende fraude bij de aftrek van voorbelasting, teruggave van btw en de toepassing van het nultarief. De inhoud is bijgewerkt tot begin mei 2020.

De uitgave vormt in de eerste plaats een bron van informatie voor btw-ondernemers, bedrijfsfiscalisten en -juristen die worden geconfronteerd met een onderzoek door de Belastingdienst of Openbaar Ministerie op het gebied van btw-fraude. In bredere zin komt de uitgave eveneens van pas voor adviseurs en accountants die met vraagstukken aangaande btw-fraude te maken krijgen, maar ook voor medewerkers van de Belastingdienst en voor advocaten die cliënten bijstaan in btw-fraude boete- en strafzaken.

Btw-fraude rechtspraak
In deze uitgave komen alle facetten aan bod waar ondernemers mee te maken kunnen krijgen als zij (direct of indirect) betrokken raken bij btw-fraude. Geen andere uitgave biedt een dergelijk compleet overzicht van de nationale rechtspraak en de Europese rechtspraak ten aanzien van btw-fraude. Een groot aantal actuele onderwerpen passeert hierbij de revue, waaronder:
- De Europese en nationale regelgeving ten aanzien van het claimen van een btw-recht
- De Europese en nationale rechtspraak voor het weigeren van een btw-recht en het beboeten en bestraffen van het ten onrechte claimen van een btw-recht
- Het Kittel-criterium en het Italmoda-arrest
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- De Wwft-verplichtingen
- Het verdedigingsbeginsel

Bovendien geven de auteurs volop praktische handvatten wanneer men wordt geconfronteerd met een onderzoek naar btw-fraude.

Specificaties

ISBN13:9789013159189
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:303
Druk:1
Verschijningsdatum:1-10-2020
Hoofdrubriek:Fiscaal recht

Over Anke Feenstra

Anke Feenstra is sinds 2003 als fiscaal advocaat verbonden aan Hertoghs advocaten-belastingkundigen in Breda en Rotterdam. Zij is tevens vaste auteur van de rubriek fiscaal strafrecht in Delikt en Delinkwent.

Andere boeken door Anke Feenstra

Inhoudsopgave

Voorwoord / V
Lijst met afkortingen / XV
Inleiding / XVII

HOOFDSTUK 1 De btw in vogelvlucht / 1
1.1 Wat is btw-fraude? / 1
1.1.1 Btw-carrouselfraude / 2
1.2 Btw-fraude versus misbruik van recht / 6
1.2.1 De definiëring van btw-fraude op Europees niveau / 7
1.2.2 Misbruik van recht / 8
1.2.2.1 Scholen- en ziekenhuisconstructies / 10
1.3 Het karakter en het systeem van de btw / 11
1.4 Uitgangspunten en beginselen van de btw-heffing / 14
1.4.1 Algemeen / 14
1.4.2 Gelijkheidsbeginsel en verbod van discriminatie / 14
1.4.3 Fiscale neutraliteit / 15
1.4.4 Evenredigheidsbeginsel / 20
1.4.5 Rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel / 21
1.4.5.1 Rechtszekerheidsbeginsel / 22
1.4.5.2 Vertrouwensbeginsel / 23
1.5 De invloed van de EU (de richtlijnen en verordeningen) / 25
1.5.1 Het uitvaardigen van richtlijnen en verordeningen / 25
1.5.2 Btw-richtlijn 2006/112/EG / 27
1.5.3 Btw-verordeningen / 28
1.6 Europese maatregelen / 28

HOOFDSTUK 2 Voorwaarden voor het claimen van een btw-recht / 31
2.1 De voorwaarden voor de btw-rechten / 31
2.2 Voorwaarden toepassing van het btw-nultarief (vrijstelling) / 32
2.2.1 Intracommunautaire leveringen / 33
2.2.1.1 De bewijslast / 33
2.2.1.2 Wat geldt als voldoende bewijs? / 34
2.2.1.3 De status van de belastingplichtige en het btw-nummer / 38
2.2.1.4 Het vervoer naar het buitenland / 40
2.2.2 Export / 41
2.2.3 De inhoud van ‘Mededeling 38’ / 44
2.2.3.1 Intracommunautaire leveringen / 44
2.2.3.2 Afhaaltransacties / 46
2.2.4 Afhaaltransacties / 47
2.2.4.1 Bewijslast / 47
2.2.4.2 Wie kwalificeert als vaste afnemer? / 48
2.2.4.3 Wat geldt als voldoende bewijs? / 49
2.2.4.3.1 Bewijs bij vaste afnemers / 49
2.2.4.3.2 Bewijs als geen sprake is van vaste afnemers / 50
2.3 Voorwaarden aftrek van voorbelasting / 51
2.3.1 Materiële voorwaarden / 52
2.3.1.1 Algemene kosten / 53
2.3.2 Formele voorwaarden / 53
2.3.3 Fraude en misbruik van recht / 54
2.4 Voorwaarden claimen teruggave btw / 55

HOOFDSTUK 3 Boete- en strafbepalingen / 61
3.1 Van belastingbesparing naar belastingfraude / 61
3.2 Strafvervolging van belastingfraude / 62
3.3 Bestuurlijke boeten / 63
3.3.1 Wie is beboetbaar? / 64
3.3.2 Boetebepalingen / 64
3.3.2.1 Verzuimboeten / 65
3.3.2.2 Vergrijpboeten / 66
3.3.3 Specifieke boetebepalingen in relatie tot de omzetbelasting / 68
3.3.3.1 Boete bij het niet (tijdig) doen van aangifte bij aangiftebelastingen (art. 67b AWR) / 68
3.3.3.2 Boete bij het niet (tijdig) voldoen of afdragen bij aangiftebelastingen (art. 67c AWR) / 69
3.3.3.3 Boete bij het niet voldoen aan in de genoemde wettelijke bepalingen neergelegde verplichtingen (art. 67ca AWR) / 70
3.3.3.4 Boete indien door opzet of grove schuld te weinig belasting wordt betaald bij aangiftebelastingen (art. 67f AWR) / 70
3.3.3.5 Boete voor het niet, niet tijdig of niet volledig doen van een suppletiemelding (art. 10a AWR) / 71
3.4 Strafbare feiten in de AWR / 71
3.4.1 Art. 72 AWR: misdrijf of overtreding? / 72
3.4.2 Overtredingen / 72
3.4.2.1 Art. 68, lid 1, AWR / 72
3.4.2.1.1 De schending van de inlichtingenplicht (art. 68, lid 1, onderdeel a, AWR) / 73
3.4.2.1.2 De strafbare frustratie van de inzageplicht (art. 68, lid 1, onderdeel b, AWR) / 74
3.4.2.1.3 Inzage verlenen in (ver)vals(t)e gegevensdragers (art. 68, lid 1, onderdeel c, AWR) / 75
3.4.2.1.4 De strafbare frustratie van de administratieplicht (art. 68, lid 1, onderdeel d, AWR) / 76
3.4.2.1.5 De strafbare frustratie van de bewaarplicht (art. 68, lid 1, onderdeel e, AWR) / 76
3.4.2.1.6 Niet verlenen van medewerking bij controle van administratie (art. 68, lid 1, onderdeel f, AWR) / 77
3.4.2.1.7 Het verstrekken van een onjuiste of onvolledige factuur of nota (art. 68, lid 1, onderdeel g, AWR) / 77
3.4.2.1.8 Het niet terstond ter inzage aanbieden van een identiteitsbewijs (art. 68, lid 2, AWR) / 78
3.4.2.1.9 Art. 68, lid 3, AWR / 78
3.4.3 Art. 69 en 69a AWR (misdrijven) / 78
3.4.3.1 Algemeen art. 69 AWR / 78
3.4.3.2 Strekkingsvereiste / 78
3.4.3.3 Art. 69 lid 1 AWR / 80
3.4.3.4 Art. 69, lid 2, AWR / 81
3.4.3.4.1 Wanneer geldt de aangifte als bij de belastingwet voorzien? / 81
3.4.3.4.2 Wanneer is de aangifte onjuist of onvolledig? / 84
3.4.3.4.3 Is de onjuiste of onvolledige aangifte één geheel? / 85
3.4.3.4.4 Art. 225 Sr en art. 69, lid 4, AWR / 86
3.4.3.5 Art. 69, lid 3, AWR / 86
3.4.3.6 Art. 69, lid 5, AWR / 86
3.4.3.7 Art. 69, lid 6, AWR / 86
3.4.4 Algemeen art. 69a AWR / 87
3.4.4.1 Art. 69a, lid 1, AWR / 87
3.4.4.2 Art. 69a, lid 2, AWR / 88
3.4.4.3 Art. 69a, lid 3, AWR / 89
3.4.5 Verwijtbaarheid / 89
3.4.5.1 Wanneer is er sprake van (voorwaardelijk) opzet ex art. 69 AWR? / 89
3.4.5.2 Boos opzet versus pleitbaar standpunt / 90
3.5 Toerekening gedragingen aan rechtspersoon of feitelijk leidinggever / 92
3.5.1 Toerekening aan de rechtspersoon / 92
3.5.2 Toerekening aan de feitelijk leidinggever / 93
3.6 Onschuldpresumptie / 94
3.7 Belastingfraude en witwassen / 96
3.7.1 Samenloop belastingfraude en witwassen / 96
3.7.2 Vermenging / 99
3.7.3 Invoering van het ‘eenvoudig witwassen’ / 99
3.8 Witwassen, belastingfraude en ontneming / 100

HOOFDSTUK 4 Weigering van rechten door betrokkenheid bij btw-fraude / 103
4.1 Het ontstaan van ‘wist of had moeten weten’ / 103
4.1.1 De arresten Kittel en Recolta / 104
4.1.2 De arresten Italmoda en Turbu / 106
4.2 Invulling van ‘wist of had moeten weten’ / 108
4.2.1 Een oplettend koopman, te goeder trouw en wist of had moeten weten / 108
4.2.2 Een koppeling tussen te goeder trouw handelen en wist of had moeten weten? / 109
4.2.3 De kennis van de marktdeelnemer / 110
4.3 De toepassing in de nationale jurisprudentie in de tussenliggende periode (Kittel – Italmoda) / 112
4.4 De nationale procedures ná het arrest van het Hof van Justitie Italmoda en Turbu / 112
4.4.1 Italmoda en Turbu: de eerste cassatieprocedure / 112
4.4.2 Italmoda: verwijzingshof Den Haag / 113
4.4.3 Italmoda: de tweede cassatieprocedure / 113
4.4.4 Turbu: verwijzingshof Arnhem-Leeuwarden / 114
4.4.5 Turbu: de tweede cassatieprocedure / 114
4.5 ‘Wist of had moeten weten’: rechtspraak van het Hof van Justitie / 115
4.6 ‘Wist of had moeten weten’: de nationale jurisprudentie / 116
4.7 ‘Wist of had moeten weten’: over de grens naar Engeland en België / 122
4.7.1 Engeland / 122
4.7.2 België / 124
4.8 ‘Wist of had moeten weten’: beoordeling per transactie? / 125
4.9 Weigering van btw-rechten: ‘en’ of ‘of’ / 127
4.10 ‘Wist of had moeten weten’: verhouding met de nationale begrippen ‘opzet’ en ‘schuld’ / 127
4.11 Lessen voor de praktijk / 129

HOOFDSTUK 5
Capita selecta van aan btw-fraude gerelateerde onderwerpen / 131
5.1 De kwalificatie van het weigeren van btw-rechten als punitieve sanctie / 132
5.1.1 Rechtsbescherming bij punitieve sancties: art. 6 en 7 EVRM / 132
5.1.2 Punitieve sancties: de begrippen ‘criminal charge’, ‘criminal offence’ en ‘penalty’ / 133
5.1.2.1 Art. 6 EVRM: ‘criminal charge’ / 133
5.1.2.2 Art. 7 EVRM: ‘criminal offence’ / 136
5.1.2.3 Art. 7 EVRM: ‘penalty’ / 136
5.1.3 Is het Italmoda-arrest van het HvJ Straatsburgproof? / 138
5.1.3.1 Italmoda: de feiten / 139
5.1.3.2 De verhouding tussen het EHRM en Hof van Justitie / 139
5.1.3.3 Eerste, tweede en derde criterium in de Italmoda-case: maatregel als gevolg van veroordeling, kwalificatie naar nationaal recht en procedures ten aanzien van de oplegging en tenuitvoerlegging / 140
5.1.3.4 Vierde criterium in de Italmoda-case: aard en doel van de maatregel / 141
5.1.3.5 Vijfde criterium in de Italmoda-case: de ernst van de maatregel / 142
5.1.4 Conclusie / 143
5.2 De verplichtingen uit de Wwft / 144
5.2.1 De Wwft, wat moet je ermee? / 145
5.2.2 Wat is witwassen? / 146
5.2.3 Een Europese oorsprong / 147
5.2.4 De reikwijdte van de Wwft / 150
5.2.5 De voornaamste verplichtingen uit de Wwft / 151
5.2.5.1 Risicomanagement: beleid ter voorkoming van witwassen en terrorisme / 152
5.2.5.2 Verrichten van cliëntenonderzoek / 153
5.2.5.2.1 Identificatie en verificatie / 154
5.2.5.2.2 Vastleggen en bewaren / 156
5.2.5.2.3 Doel en aard van de relatie / 156
5.2.5.2.4 Voortdurende controle / 157
5.2.5.2.5 Vereenvoudigd en verscherpt cliëntenonderzoek / 157
5.2.5.2.6 Cliëntenonderzoek en de AVG / 158
5.2.6 Melden van ongebruikelijke transacties / 159
5.2.6.1 Het begrip ‘transactie’ / 159
5.2.6.2 Ongebruikelijke transacties / 160
5.2.6.3 Welke gegevens en op welke wijze moet worden gemeld? / 162
5.2.7 Geheimhouding en aansprakelijkstelling / 162
5.2.8 Sanctionering: boetes en strafvervolging / 163
5.2.8.1 Bestuurlijke sancties / 164
5.2.8.2 Strafrechtelijke sancties / 165
5.2.9 Conclusie / 167
5.3 De suppletieverplichting uit art. 10a AWR / 167
5.3.1 Art. 10a AWR: de suppletieverplichting in de omzetbelasting / 168
5.3.2 De achtergrond van de suppletieverplichting in de omzetbelasting / 168
5.3.3 Art. 10a AWR in fiscalibus / 169
5.3.3.1 Het indienen van de suppletie omzetbelasting / 169
5.3.3.2 Cumulatie van boetes / 171
5.3.4 Art. 10a AWR in het strafrecht / 173
5.3.4.1 Strafverminderende omstandigheden / 174
5.3.5 Beboeting of bestraffing voor de jaren vóór 1 januari 2012? / 175
5.3.5.1 Geen beboeting of bestraffing van aangiften van vóór 1 januari 2012 / 176
5.3.5.2 Het moment van intreden van de suppletieverplichting / 177
5.3.6 Strafrechtelijke sanctionering van art. 10a AWR jo. art. 15 Uitvoeringsbesluit OB 1968 in strijd met het legaliteitsbeginsel? / 178
5.3.6.1 Het verbod van terugwerkende kracht (deel i) / 179
5.3.6.2 Het lex certa-beginsel (deel ii) / 179
5.3.6.3 Verbod van een (te) extensieve interpretatie (deel iii) / 180
5.3.6.4 Strafbare feiten bepaald in het recht (art. 7 EVRM) dan wel een basis in de formele wetgeving (art. 1 Sr) (deel iv) / 180
5.3.6.5 De toepassing op art. 10a AWR / 181
5.3.6.6 De opvatting in de rechtspraak over de legaliteit van de strafvervolging op grond van art. 10a AWR / 182
5.3.7 Toerekening gedragingen van art. 10a AWR aan rechtspersoon of feitelijk leidinggever / 183
5.3.8 Diverse vormen van samenloop / 185
5.3.9 Conclusie / 187
5.4 Controle door de Belastingdienst en de constatering van (btw-)fraude / 188
5.4.1 Het Handboek Controle van de Belastingdienst / 189
5.4.2 Sfeerovergang: van controlesfeer naar boete/strafsfeer / 191
5.4.2.1 Wanneer is sprake van een ‘criminal charge’? / 191
5.4.2.2 Controle- versus opsporingsbevoegdheden / 193
5.4.2.3 Het onderscheid wilsafhankelijk versus wilsonafhankelijk materiaal / 196
5.4.2.4 Het una-viabeginsel / 198
5.4.3 De afspraken tussen Belastingdienst en Openbaar Ministerie voor strafvervolging van fiscale delicten / 201
5.4.3.1 De AAFD-Richtlijnen / 202
5.4.3.2 Het AAFD-Protocol / 203
5.4.3.3 Het AAFD-Protocol en een ‘thematische aanpak’ / 203
5.4.4 Hoe komt de Belastingdienst btw-fraude op het spoor? / 205
5.4.5 De informatie-uitwisseling tussen de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie / 207
5.4.6 Strafvervolging of beboeting bij het ontbreken van nadeel voor de schatkist? / 210
5.4.7 Listing / 213
5.4.8 De fraude-indicatoren / 213
5.4.9 De aanpak van zakelijke dienstverleners / 214
5.4.10 Lessen voor de praktijk / 217
5.5 Bestuurdersaansprakelijkheid / 218
5.5.1 Hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder / 218
5.5.2 Melding betalingsonmacht / 219
5.5.3 Wanneer is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur? / 222
5.5.4 Toetsingsmoment kennelijk onbehoorlijk bestuur / 222
5.5.5 De toepassing van het verdedigingsbeginsel / 223
5.5.6 Selectieve betaling van schuldeisers / 224
5.5.7 De melding betalingsonmacht, kennelijk onbehoorlijk bestuur en btw-fraude / 225
5.5.7.1 Btw-fraude / 225
5.5.7.2 Hoofdelijke aansprakelijkheid bij btw-carrouselfraude / 226
5.5.8 Conclusie / 229
5.6 Het verdedigingsbeginsel / 229
5.6.1 De oorsprong en de ontwikkeling van het verdedigingsbeginsel / 230
5.6.1.1 De oorsprong van het verdedigingsbeginsel / 230
5.6.1.2 De verdere ontwikkeling: het ‘andere afloop’-criterium / 230
5.6.1.3 Het verdedigingsbeginsel samengevat / 232
5.6.2 Het toepassingsgebied van het verdedigingsbeginsel / 233
5.6.3 Toepassing in de nationale rechtspraak / 235
5.6.4 De gevolgen: vernietiging van het bezwarende besluit? / 238
5.6.5 Conclusie / 239

Bijlagen / 241
Literatuurlijst / 245
Jurisprudentieregister / 261
Trefwoordenregister / 281

Net verschenen

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        BTW-fraude