Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
,

Nederlands Nationaliteitsrecht

Specificaties
Paperback, 304 blz. | Nederlands
Wolters Kluwer | 5e druk, 2021
ISBN13: 9789013161311
Rubricering
Hoofdrubriek : Juridisch
Juridisch : Staatsrecht
Wolters Kluwer 5e druk, 2021 9789013161311
Onderdeel van serie Monografieën Privaatrecht
Op voorraad | Op werkdagen voor 21:00 uur besteld, volgende dag in huis

Samenvatting

Deze inleiding tot het Nederlandse nationaliteitsrecht geldt als de enige monografie over dit rechtsgebied. Naast een kennismaking met het geldende Nederlandse nationaliteitsrecht, vind je een uitvoerige beschrijving van de hierbij relevante internationale verdragen.

De Nederlandse nationaliteit is voor de betrokkenen van essentieel belang. Niet voor niets houdt dit onderwerp de gemoederen sterk bezig. Welke wetgeving en verdragen spelen op dit vlak een rol? De monografie Nederlands nationaliteitsrecht is een van de weinige uitgaven die de lezer wegwijs maakt binnen het geldende Nederlandse nationaliteitsrecht. De titel wordt gebruikt door een breed lezerspubliek van professionals die in aanraking komen met het Nederlandse nationaliteitsrecht, waaronder advocaten, rechterlijke macht, ambtenaren burgerzaken en Nederlandse consulaire ambtenaren.

Naast een overzicht van het geldende Nederlandse nationaliteitsrecht, vind je een uitvoerige beschrijving van de bij het Nederlandse nationaliteitsrecht relevante internationale verdragen. Daarnaast wordt stilgestaan bij het aan het Nederlanderschap gekoppelde Europese burgerschap en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor het Nederlandse nationaliteitsrecht. Ook opgenomen de Rijkswet op het Nederlanderschap en het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap. Op vele plaatsen wordt verwezen naar de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap, die de opvattingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid weergeeft.

Wetgeving en jurisprudentie nationaliteitsrecht Uiteraard vind je in deze editie de meest recente wetswijzigingen en jurisprudentie op het gebied van het Nederlandse nationaliteitsrecht verwerkt. Zo wordt uitvoerig stilgestaan bij de gevolgen van rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie voor het Nederlandse nationaliteitsrecht, in het bijzonder de uitspraak van het Hof in de zaak Tjebbe

Specificaties

ISBN13:9789013161311
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:304
Druk:5
Verschijningsdatum:16-3-2021
Hoofdrubriek:Staatsrecht
ISSN:

Over Gerard-René de Groot

Gerard-René de Groot is hoogleraar Rechtsvergelijking en Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht, Universiteit van Aruba en Universiteit Hasselt. Tevens is hij lid van de Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit. Ook werkte hij als expert-adviseur van het comité nationaliteitsrecht van de Raad van Europa en als expert-adviseur voor de bestrijding van staatloosheid van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR).

Andere boeken door Gerard-René de Groot

Over Matjaz Tratnik

Matjaz Tratnik studeerde te Ljubljana en Maastricht. Hij is werkzaam geweest aan de Rijksuniversiteit Limburg en aan de Universiteit van Aruba. Thans is hij hoogleraar privaatrecht en rechtsvergelijking aan de juridische faculteit van de Universiteit Maribor (Slovenië).

Andere boeken door Matjaz Tratnik

Inhoudsopgave

Voorwoord / V
Lijst van afkortingen / XVII

HOOFDSTUK I
Algemene beschouwingen / 1
1.1 Begrip en functie van de nationaliteit / 1
1.2 De nationaliteit en mensenrechten / 5
1.3 Psychologische dimensie van de nationaliteit / 7
1.4 De nationale autonomie in het nationaliteitsrecht / 8
1.5 Beperkingen van de nationale autonomie / 10
1.5.1 Algemeen / 10
1.5.2 Beperking van de autonomie door internationale verdragen / 12
1.5.2.1 Algemeen / 12
1.5.2.2 Het Haags Nationaliteitsverdrag van 1930 en bijbehorende protocollen / 13
1.5.2.3 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens 1950 / 15
1.5.2.4 Het verdrag betreffende de rechtspositie van vluchtelingen 1951 / 15
1.5.2.5 Het verdrag betreffende de status van staatlozen uit 1954 / 15
1.5.2.6 Het Verdrag van New York inzake de nationaliteit van de gehuwde vrouw uit
1957 / 16
1.5.2.7 Het Verdrag van New York tot beperking der staatloosheid van 1961 / 17
1.5.2.8 Protocollen behorend bij de Weense Verdragen inzake diplomatiek, respectievelijk consulair verkeer van 1961 en 1963 / 19
1.5.2.9 Het Verdrag van Straatsburg betreffende beperking van gevallen van meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van meervoudige nationaliteit van 1963 en protocollen / 20
1.5.2.10 De overeenkomst van Parijs inzake het uitwisselen van gegevens met betrekking
tot het verkrijgen van nationaliteit van 1964 / 23
1.5.2.11 Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie van 1965 / 23
1.5.2.12 Internationaal verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten van 1966 / 23
1.5.2.13 Europese conventie over de adoptie van kinderen van 1967 / 24
1.5.2.14 De Overeenkomst van Bern inzake beperking van het aantal gevallen van staatloosheid van 1973 / 25
1.5.2.15 Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwenvan 1979 / 25
1.5.2.16 Verdrag inzake de rechten van het kind van 1989 / 26
1.5.2.17 Europees Verdrag inzake nationaliteit van 1997 / 27
1.5.2.18 De Overeenkomst van Lissabon betreffende de afgifte van een nationaliteitscertificaat van 1999 / 29
1.5.2.19 Verdrag over de vermijding van staatloosheid in geval van statensuccessie / 29
1.5.2.20 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van 2006 / 30
1.5.3 Beperkingen van de nationale autonomie door het internationale recht inzake mensenrechten / 30
1.5.4 Beperkingen van de autonomie door ongeschreven volkenrecht / 31
1.5.5 Beperkingen van de autonomie door regionaal (Europees) volkenrechtelijk gewoonterecht / 36
1.6 Staatloosheid / 36
1.7 Dubbele en meervoudige nationaliteit / 37
1.8 Quasi-nationaliteit van rechtspersonen en schepen / 40
1.9 Burgerschap van de Europese Unie / 41
1.9.1 De ontwikkelingen tot het Verdrag van Maastricht / 41
1.9.2 Burgerschap van de Unie en de nationaliteit van de lidstaten / 42
1.9.3 Beperkingen van de nationale autonomie in het recht van de Europese Unie / 45
1.9.3.1 Algemeen / 45
1.9.3.2 Onvoorwaardelijke erkenning van de nationaliteit van een (andere) lidstaat / 46
1.9.3.3 Het evenredigheidsbeginsel / 47
1.9.3.4 Het beginsel van loyale samenwerking (art. 4(3) VEU) / 50
1.9.3.5 Andere gevallen van schending van het Europese recht / 52
1.10 Plaats van het nationaliteitsrecht / 53
1.10.1 Inleiding / 53
1.10.2 Publiekrecht / 54
1.10.3 Strafrecht / 55
1.10.4 Privaatrecht / 55
1.10.5 Internationaal privaatrecht / 56
1.10.6 Volkenrecht / 57
1.10.6.1 Algemeen / 57
1.10.6.2 Diplomatieke bescherming / 57
1.10.7 Enkele conclusies / 60
1.11 Voorvragen in het nationaliteitsrecht / 61
1.11.1 Inleiding / 61
1.11.2 Privaatrechtelijke voorvragen / 62
1.11.3 Publiekrechtelijke voorvragen / 63
1.11.4 Voorvragen betreffende buitenlands nationaliteitsrecht / 63

HOOFDSTUK II
De geschiedenis van het Nederlandse nationaliteitsrecht / 67
2.1 Actualiteit van historische beschouwingen in het nationaliteitsrecht / 67
2.2 Het nationaliteitsrecht voor 1838 / 68
2.3 Het Burgerlijk Wetboek van 1838 / 69
2.4 De Wet van 1850 / 70
2.5 Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 1892 / 72
2.5.1 Verkrijging van het Nederlanderschap door geboorte (art. 1 en 2) / 72
2.5.2 Verkrijging door naturalisatie (art. 3, 4, 5 lid 2 en art. 6) / 72
2.5.3 Nationaliteit van de gehuwde vrouw (art. 5 en art. 7 onder 2) / 73
2.5.4 Verlies van het Nederlanderschap (art. 7) / 73
2.5.5 Het ingezetenschap (art. 13-16) / 73
2.6 De belangrijkste wijzigingen van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap / 73
2.6.1 De wijziging van 16 augustus 1910 (Wet van 15 juli 1910, Stb. 216) / 74
2.6.2 De wijziging van 1 juli 1937 (Wet van 21 december 1936, Stb. 209) / 74
2.6.3 De wijziging van 1 september 1948 (Wet van 10 juli 1947, Stb. H 232) / 74
2.6.4 De wijziging van 27 mei 1953 (Rijkswet van 15 mei 1953, Stb. 233) / 74
2.6.5 De wijziging van 1 oktober 1962 (Rijkswet van 12 juli 1962, Stb. 249) / 75
2.6.6 De wijziging van 1 maart 1964 (Rijkswet van 14 november 1963, Stb. 467) / 75
2.7 Bijzondere regelingen in verband met de Tweede Wereldoorlog / 75
2.7.1 KB van 22 mei 1943 (Stb. D 16) / 75
2.7.2 KB van 4 oktober 1944 (Stb. E 127) / 76
2.7.3 KB van 17 november 1945 (Stb. F 278) / 76
2.8 Regelingen ten aanzien van de overzeese gebieden / 77
2.8.1 Algemeen / 77
2.8.2 Soevereiniteitsoverdracht Indonesië / 78
2.8.3 Soevereiniteitsoverdracht Suriname / 79
2.8.4 De status aparte van Aruba / 80
2.8.5 De opheffing van de Nederlandse Antillen / 80
2.9 De herziening van het nationaliteitsrecht in 1985 / 80
2.10 Wijzigingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap na 1985 / 81

HOOFDSTUK III
Uitgangspunten van het geldende Nederlandse nationaliteitsrecht / 87
3.1 Algemeen / 87
3.2 Eenheid van de nationaliteit in het Koninkrijk / 87
3.3 Ius sanguinis a matre et a patre / 87
3.4 ‘Système dualiste’ / 88
3.5 Bestrijding van de staatloosheid / 88
3.6 Aarzeling over meervoudige nationaliteit / 88

HOOFDSTUK IV
De begripsbepalingen en algemene beginselen in de Rw Ned / 91
4.1 Onze Minister / 91
4.2 Meerderjarige / 91
4.3 Moeder / 91
4.4 Vader / 92
4.5 Vreemdeling / 93
4.6 Staatloze / 93
4.7 Toelating / 94
4.8 Hoofdverblijf / 94
4.9 Geregistreerd partnerschap / 95
4.10 Algemene beginselen / 95

HOOFDSTUK V
Verkrijging van het Nederlanderschap / 97
5.1 Algemeen / 97
5.2 Verkrijging van rechtswege (art. 3, 4 en 5) / 98
5.2.1 Verkrijging door de geboorte (art. 3) / 98
5.2.1.1 Geboorte als kind van een Nederlandse ouder (art. 3 lid 1) / 98
5.2.1.1.1 Algemeen / 98
5.2.1.1.2 Postume afstamming van Nederlander / 100
5.2.1.1.3 Kinderen geboren uit een polygaam huwelijk van een Nederlandse man / 100
5.2.1.2 Vondelingen (art. 3 lid 2) / 103
5.2.1.3 Derdegeneratieregel (art. 3 lid 3) / 104
5.2.1.4 De bewijsrechtelijke functie van art. 3 lid 3 / 106
5.2.2 Verkrijging op later tijdstip (art. 4 en 5) / 106
5.2.2.1 Verkrijging door gerechtelijke vaststelling van ouderschap (art. 4 lid 1) / 106
5.2.2.2 Verkrijging door erkenning van een kind jonger dan zeven jaren (art. 4 lid 2) / 107
5.2.2.3 Verkrijging door erkenning van een kind in het buitenland / 108
5.2.2.4 Verkrijging door wettiging (art. 4 lid 3) / 112
5.2.2.5 Verkrijging door erkenning van een kind van zeven jaar of ouder (art. 4 lid 1) / 113
5.2.2.6 Verkrijging door adoptie (art. 5) / 114
5.3 Verkrijging door optie (art. 6) / 119
5.3.1 Algemeen / 119
5.3.2 In Nederland geboren vreemdelingen (art. 6 lid 1 onder a) / 120
5.3.3 Staatlozen (art. 6 lid onder b) / 121
5.3.4 Door een Nederlander erkende en gewettigde kinderen (art. 6 lid 1 onder c) / 124
5.3.5 Kinderen onder gezamenlijk gezag van ten minste één Nederlander (art. 6 lid 1 onder d) / 125
5.3.6 In Nederland opgegroeide vreemdelingen (art. 6 lid 1 onder e) / 125
5.3.7 Oud-Nederlanders en oud-Nederlandse-onderdanen-niet-Nederlanders (art. 6 lid 1 onder f) / 125
5.3.8 Echtgenoten en geregistreerde partners van Nederlanders (art. 6 lid 1 onder g) / 126
5.3.9 Vijfenzestigplussers (art. 6 lid 1 onder h) / 127
5.3.10 Kinderen en kleinkinderen van Nederlandse moeders (art. 6 lid 1 onder i-o) / 127
5.3.11 Minderjarige kinderen van optanten (art. 6 lid 8) / 128
5.3.12 De procedure / 128
5.4 Verkrijging door naturalisatie (art. 7-13) / 129
5.4.1 Algemeen / 129
5.4.2 De procedure / 130
5.4.3 De vereisten voor naturalisatie (art. 8 en 9) / 131
5.4.3.1 Meerderjarigheid (art. 8 lid 1 onder a) / 132
5.4.3.2 Geen bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd (art. 8 lid 1 onder b) / 132
5.4.3.3 Vijfjarige toelating en hoofdverblijf in het Koninkrijk (art. 8 lid 1 onder c) / 133
5.4.3.4 De inburgering / 139
5.4.3.5 Geen ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde, de goede zeden, of de veiligheid van het Koninkrijk (art. 9 lid 1 onder a) / 141
5.4.3.6 Afstand van de oorspronkelijke nationaliteit (art. 9 lid 1 onder b) / 144
5.4.4 De uitzonderingsnaturalisatie (art. 10) / 146
5.4.5 Medenaturalisatie van minderjarige kinderen van de verzoeker (art. 11) / 147
5.4.6 Naturalisatie: een recht of een gunst? / 150

HOOFDSTUK VI
Verlies van het Nederlanderschap / 153
6.1 Algemeen / 153
6.1.1 Intrekking van het Nederlanderschap wegens bedrog (art. 14 lid 1) / 154
6.1.2 Verlies van het Nederlanderschap wegens identiteitsfraude / 155
6.1.3 Intrekking van het Nederlanderschap wegens onaanvaardbare activiteiten / 159
6.1.3.1 Intrekking wegens veroordeling voor bepaalde misdrijven / 159
6.1.3.2 Intrekking van het Nederlanderschap wegens vreemde krijgsdienst / 160
6.1.3.3 Intrekking van het Nederlanderschap wegens aansluiting bij een terroristische organisatie / 160
6.2 Het verlies voor een meerderjarige (art. 14 lid 1-4, art. 15 en art. 15A) / 161
6.2.1 Algemeen / 161
6.2.2 Vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit (art. 15 lid 1 onder a) / 162
6.2.2.1 Algemeen / 162
6.2.2.2 Vrijwillige verkrijging / 163
6.2.2.3 Een andere nationaliteit / 165
6.2.2.4 Altijd evenredigheidstoets noodzakelijk / 166
6.2.3 Afstand van het Nederlanderschap (art. 15 lid 1 onder b) / 167
6.2.4 Langdurig verblijf buiten het Koninkrijk (art. 15 lid 1 onder c) / 167
6.2.5 Intrekking van het naturalisatiebesluit (art. 15 lid 1 onder d) / 170
6.2.6 Intrekken Nederlanderschap wegens niet nakomen afstandseis bij verwerven door optie (art. 15 lid 1 onder e) / 171
6.2.7 Vrijwillige verkrijging van de nationaliteit van een lidstaat van het Verdrag van Straatsburg en van de Surinaamse nationaliteit ingevolge de Toescheidingsovereenkomst (art. 15A onder a en b) / 171
6.3 Het verlies voor een minderjarige (art. 14 en art. 16) / 172
6.3.1 Algemeen / 172
6.3.2 Het vervallen van de familierechtelijke betrekking (art. 14 lid 6) / 173
6.3.3 Erkenning, wettiging of adoptie door een vreemdeling, alsmede gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een vreemdeling (art. 16 lid 1 onder a) / 175
6.3.4 Afstandsverklaring (art. 16 lid 1 onder b) / 175
6.3.5 Ouder verliest het Nederlanderschap op grond van art. 15 (art. 16 lid 1 onder c en d) / 176
6.3.6 Zelfstandige verkrijging van de nationaliteit van de moeder of vader (art. 16 lid 1 onder e) / 177
6.3.7 Vrijwillige verkrijging van de nationaliteit van een lidstaat van het Verdrag van Straatsburg (art. 16A) / 177
6.3.8 Beperkingen van het verlies (art. 16 lid 2) / 177
6.3.9 Art. 16 is Europeesrechtelijk uiterst problematisch / 178

HOOFDSTUK VII
De overgangsregelingen / 181
7.1 De overgangsregelingen van 1985 / 181
7.1.1 Art. 26 / 181
7.1.2 Art. 27 / 181
7.1.3 Art. 28 (oud) / 182
7.1.4 Art. 29 / 183
7.2 De overgangsregelingen van 2003 / 183
7.3 De overgangsregelingen van 2009 / 184

HOOFDSTUK VIII
Het formele nationaliteitsrecht / 185
8.1 Inleiding / 185
8.2 De procedure betreffende opties, verklaringen van afstand en naturalisaties / 185
8.2.1 Opties en verklaringen van afstand / 185
8.2.2 De naturalisatieprocedure / 186
8.2.3 De registers / 187
8.3 Vaststelling van het Nederlanderschap en rechtsbescherming / 187
8.3.1 Art. 17-19 / 187
8.3.2 Art. 20 / 187
8.3.3 Rechtsbescherming / 188
8.4 Bewijsrecht in nationaliteitsrechtelijke aangelegenheden / 188
8.5 Ten slotte: knopen doorhakken, gewijzigde opvattingen en vergissingen / 189

BIJLAGE I
Overzicht van de verwervings- en verliesgronden van de Nederlandse nationaliteit sedert 1838 / 193
BIJLAGE II
Overzicht van voor Nederland geldende volkenrechtelijke verplichtingen op het gebied van het nationaliteitsrecht / 217
BIJLAGE III
Rijkswet op het Nederlanderschap / 223
BIJLAGE IV
Overgangsbepalingen van de Rijkswet van 21 december 2000, Stb. 618, zoals gewijzigd door de Rijkswet van 18 april 2002, Stb. 222 en Rijkswet van 6 juli 2004, Stb. 335 / 245
BIJLAGE V
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap / 247
Jurisprudentieregister (chronologisch) / 277
Trefwoordenregister / 281

Net verschenen

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Nederlands Nationaliteitsrecht