Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Haatzaaien en groepsbelediging

Het lex-certabeginsel in de delictsbestanddelen en de rechterlijke toepassing van het haatzaai- en groepsbeledigingsverbod

Specificaties
Paperback, 166 blz. | Nederlands
Celsus juridische uitgeverij | 1e druk, 2016
ISBN13: 9789088631979
Rubricering
Celsus juridische uitgeverij 1e druk, 2016 9789088631979
Op voorraad | Op werkdagen voor 21:00 uur besteld, volgende dag in huis

Samenvatting

In de discussie over de vrijheid van meningsuiting staan twee verboden centraal: het verbod op groepsbelediging (artikel 137c Sr) en het haatzaaiverbod (artikel 137d Sr). Op beide delicten is de nodige kritiek: de delictsomschrijvingen in deze artikelen zou op essentiële punten onduidelijk zijn. Deze vaagheid en de rechterlijke interpretaties hiervan zouden afbreuk doen aan het lex-certabeginsel en daarmee de rechtszekerheid van de burger aantasten.

In dit boek onderzoekt mr. Daniël Leeuwestein of de verschillen in rechterlijke interpretaties van de artikelen 137c en 137d Sr strijdig zijn met het lex-certabeginsel.

Hij bespreekt het lex-certabeginsel, de eisen die dit beginsel stelt aan delictsomschrijvingen en de ruimte die een rechter heeft om delictsomschrijvingen te interpreteren. Vervolgens gaat de auteur in op het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) – de Nederlandse rechter is gehouden om de artikelen 137c en 137d Sr zoveel mogelijk te interpreteren en toe te passen conform het EVRM en de rechtspraak van het EHRM. De auteur behandelt verder de mogelijkheden die het EVRM en het EHRM bieden om het recht op vrijheid van meningsuiting te beperken.

Tot slot gaat de auteur uitgebreid in op de bestanddelen van de artikelen 137c en 137d Sr en de verschillende rechterlijke interpretaties daarvan. Aan de orde komen ook uitlatingen betreffende immigratie, integratie, geloof en het Wilders-proces.

Specificaties

ISBN13:9789088631979
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:166
Druk:1
Verschijningsdatum:28-10-2016
ISSN:

Inhoudsopgave

Lijst van gebruikte afkortingen XI

1 Inleiding 1
1.1 Achtergrond 1
1.2 Opzet 4

2 Legaliteitsbeginsel en lex certa 7
2.1 Inleiding 7
2.2 Deelnormen van het legaliteitsbeginsel naar Nederlands recht 8
2.3 Legaliteitsbeginsel vanuit Straatsburgs perspectief 11
2.4 Lex certa 13
2.4.1 Lex certa in de Nederlandse rechtspraak 13
2.4.2 Lex certa in de rechtspraak van het EHRM 15
2.4.3 Gevolg strijd met lex-certabeginsel 17
2.4.4 Rechtsvinding in verhouding met lex certa 18
2.5 Conclusie 21

3 Vrijheid van meningsuiting in artikel 10 EVRM 23
3.1 Inleiding 23
3.2 Ontstaansgeschiedenis EVRM 24
3.3 De reikwijdte en beperkingsmogelijkheden van artikel 10 en 17 EVRM 25
3.3.1 Misbruik van recht artikel 17 EVRM 25
3.3.2 Vrijheid van meningsuiting van artikel 10 EVRM 30
3.3.2.1 Artikel 10 EVRM 30
3.3.2.2 Reikwijdte van artikel 10 lid 1 EVRM 30
3.3.2.3 Formele beperkingsmogelijkheden op grond van artikel 10 lid 2 EVRM 31
3.3.2.4 Beoordelingsruimte van lidstaten bij de beperkingsclausule van artikel 10 lid 2 EVRM. 32
3.4 Grenzen aan uitlatingen over immigratie, integratie en geloof 35
3.4.1 Inleiding 35
3.4.2 Onnodig grievende uitlatingen over godsdienst 35
3.4.3 Hate speech over immigratie integratie en geloof 38
3.4.3.1 Inleiding 38
3.4.3.2 Hate speech en de beoordelingsruimte van een lidstaat 39
3.5 Conclusie 44

4 Totstandkoming en bestanddelen van de artikelen 137c en 137d Sr 47
4.1 Inleiding 47
4.2 De totstandkoming van de wetsartikelen 137c Sr en 137d Sr 47
4.2.1 De totstandkoming van artikel 137c en 137d Sr (oud) 47
4.2.2 De wijziging van artikel 137d Sr en 137c Sr (oud) onder invloed van het IVUR 50
4.2.3 Totstandkoming van artikel 137c en 137d Sr (nieuw) 50
4.2.4 Uitbreiding van de werkingssfeer van de artikelen 137c en 137d Sr 52
4.2.5 Andere verdragsrechtelijke verplichtingen 55
4.3 Delictsbestanddelen artikelen 137c en 137d Sr 56
4.3.1 Inleiding 56
4.3.2 Uitlatingen 56
4.3.3 Een groep 57
4.3.3.1 Inleiding 57
4.3.3.2 Ras 58
4.3.3.3 Godsdienst en levensovertuiging 60
4.3.3.4 Onmiskenbaar 61
4.3.4 Causaliteit 62
4.3.5 Openbaarheid 62
4.3.6 Opzet 64
4.4 Bestanddelen discriminerende groepsbelediging 137c Sr 65
4.4.1 Beledigend 65
4.4.2 Formele en materiële vorm van beledigen 66
4.4.3 Context 68
4.4.3.1 Inleiding 68
4.4.3.2 Context construeert beledigend karakter 68
4.4.3.3 Het driestappenmodel; de context doet strafbaar karakter ontvallen 70
4.5 B estanddelen aanzetten tot haatartikel 137d Sr 71
4.5.1 Aanzetten tot 71
4.5.2 Aanzetten tot haat 72
4.5.3 Aanzetten tot discriminatie 74
4.5.4 Aanzetten tot geweld 75
4.5.5 De context; construeren en wegvallen van de strafbaarheid 76
4.6 Artikel 137c en 137d Sr vanuit wetshistorisch perspectief 77
4.6.1 Inleiding 77
4.6.2 Onderscheid formele en materiële beledigingen voorafgaand aan het IVUR-verdrag 77
4.6.3 Beperking vrijheid van meningsuiting na de ondertekening IVUR 79
4.6.3.1 Wetswijziging in de visie van de toenmalige regering 79
4.6.3.2 Kritiek in de literatuur 82
4.6.4 Symboolwetgeving? 83
4.7 Conclusie 85

5 Interpretatieverschillen bij artikel 137c en 137d Sr 87
5.1 Inleiding 87
5.2 De aanloop tot het Wilders-proces 87
5.3 De ratio van artikel 137c en 137d Sr 89
5.4 De driestappenmethode bij artikel 137c Sr 91
5.5 Het onmiskenbaarheidsvereiste 92
5.5.1 Inleiding 92
5.5.2 Indirecte beledigingen als onderdeel van de driestappentoets 92
5.5.3 Het Gezwel-arrest 94
5.5.4 Onmiskenbaarheidsvereiste toegepast in de Wilders-zaak 96
5.5.4.1 Toegepast op artikel 137c Sr in de Wilders-zaak 96
5.5.4.2 Onmiskenbaarheidsvereiste doorgetrokken naar artikel 137d Sr? 98
5.6 De driestappenmethode na het Gezwel-arrest 100
5.6.1 Kritiek op werking driestappenmethode 100
5.6.2 Contextuele weging in Wilders-zaak toegepast op artikel 137d Sr? 101
5.6.3 De tekstuele context 103
5.7 Aanzetten tot haat en discriminatie in het Wilders-proces 104
5.7.1 Aanzetten tot haat in het Wilders-proces 104
5.7.1.1 De conflictueuze tweespalt 104
5.7.1.2 Aanzetten tot haat en het krachtversterkende element 104
5.7.1.3 Toepassing krachtversterkende element in het Wilders-proces 106
5.7.2 Aanzetten tot discriminatie in het Wilders-proces 107
5.8 Belang van de politieke status van uitlatingen 109
5.8.1 Verschillen tussen de Wilders-zaak en de Janmaat-zaak 109
5.8.2 Relativering uitkomst Wilders-proces 111
5.9 Bescherming van godsdienstige geïnspireerde bijdragen in het publieke debat 114
5.9.1 Inleiding 114
5.9.2 Religie als relativerende context beledigende uitlatingen voor 2001 115
5.9.3 Godsdienstig geïnspireerde uitlatingen over groepen in het publieke debat na 2001 116
5.9.4 Conclusie 119
5.10 Conclusie 120

Slotbeschouwing en aanbevelingen 123
Geraadpleegde literatuur 137
Geraadpleegde jurisprudentie 145
Geraadpleegde Kamerstukken 149

Net verschenen

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Haatzaaien en groepsbelediging