Het was elke keer weer de vraag of hij zou spelen. Pa en ik maakten talloze ritjes van Amersfoort naar Eindhoven. Het waren onze, mij zo dierbare, vader-zoonmomenten. Vooraf haalden we standaard een frietje bij Cafetaria De Willem, waar de eigenaar qua uiterlijk opvallend veel weg had van Marc Overmars. Daarna liepen we naar het Philips Stadion. We waren steevast vroeg. Te vroeg. In een nog bijna leeg stadion bladerden we door het clubblad en hadden we maar één vraag: speelt hij vanavond wél of niet?
Bij ons allereerste bezoek aan het Philips Stadion speelde hij niet. Het was 16 april, 1990. Ik was 13 jaar, 11 maanden en 11 dagen oud. We waren gekomen voor de wedstrijd PSV–Utrecht. De Braziliaan Romario was tot onze spijt nergens te bekennen. Vast weer een blessure. Of gewoon ergens op het strand in Brazilië. PSV won wel. Met 1-0. Het doelpunt werd gemaakt door Lerby. Leuke speler. Maar geen Romario.
Boven mijn bed hing in die tijd een grote poster van mijn voetbalidool. Een van mijn oudere broers, een fanatieke Ajacied, had er tot mijn woede een snorretje op getekend. Toch liet ik de poster hangen. Elke keer dat hij mijn kamer binnenliep, moest mijn broer zien dat de beste voetballer van Nederland niet in Amsterdam speelde, maar in Eindhoven. Snorretje of niet.
Als hij speelde… Want in mijn herinnering was Romario er vaker niet dan wel. Toen ik onlangs het boek Romario in Eindhoven van Frans van den Nieuwenhof las, was ik verbaasd dat de Braziliaan maar liefst vijf seizoenen onder contract stond bij PSV. In mijn herinnering was het korter. Wat ik wél nog wist: zijn ongelofelijke doelpunten. Zoals die legendarische goal tegen het Roemeense Steaua Boekarest in de Europacup I, 1989. Daar waren pa en ik niet bij. Sterker nog: het eerste deel van de wedstrijd misten we omdat we in de kerk zaten voor ‘Dankdag voor gewas en arbeid’. Na het ‘amen’ renden we naar huis. Televisie aan. We konden de tweede helft nog meemaken. Romario’s hattrick zorgde ervoor dat we die avond inderdaad genoeg te danken hadden. Wat een wedstrijd! Wat een spits!
Romario was geniaal. Maar zoals zo vaak: geniale medewerkers zijn vaak ook een beetje vreemd. Lastig ook wel. Romario was wat organisatie-antropologen ook wel een ‘Harry’ noemen. Die collega die alles anders doet, die je mateloos irriteert óf ongelofelijk inspireert.
Hoe ga je om met medewerkers die briljant zijn, maar hun eigen wetten volgen? Hoe werk je met mensen uit een andere cultuur? Hoe geef je ruimte aan uitzonderlijk talent?
Van den Nieuwenhof beschrijft deze worsteling van Romario’s coaches en medespelers. Manager Kees Ploegsma en trainer Guus Hiddink waren de enigen die echt grip op hem kregen. Trainer Bobby Robson ging daarentegen de fout in door op de plek van Romario op het speelbord Mickey Mouse te tekenen. Romario voelde zich in zijn eer gekrenkt. Het is nooit meer echt goed gekomen tussen de speler en de trainer. Terwijl medespelers in de media klaagden over de eigengereidheid van Romario, wisten Ploegsma en Hiddink dat ze te maken hadden met een uitzonderlijk talent én met een paradijsvogel die vrijheid nodig had. Hun kracht: ze lieten hem vliegen. Met standjes, boetes en alles wat erbij hoorde, maar ze gaven hem precies genoeg ruimte. Een ruimte die hij vulde met talloze doelpunten.
Ik geloof in dienend leiderschap. En een dienend leider is per definitie een inclusief leider. Het vraagt dat je er bent voor álle medewerkers: de stabiele krachten én de excentrieke talenten. Vroeg of laat betaalt zich dit uit. Romario maakte PSV keer op keer kampioen.
Over Henk Jan Kamsteeg
Henk Jan Kamsteeg is eigenaar van het trainingsbureau Proistamenos. Hij geeft trainingen en keynotes op het gebied van o.a. dienend leiderschap, inclusief leiderschap en storytelling. Daarnaast is hij auteur van diverse boeken zoals Dienend leiderschap, De kracht van het compliment en Spreken met passie; de kracht van storytelling, Inclusief leiderschap en Op weg naar een vitale organisatie