Nee, de Chinese president Xi Jinping heeft het manuscript vooraf niet kunnen inzien. Maar de overeenkomsten tussen zijn nieuwjaarstoespraak op 31 december en het nieuwe boek van de Belgische tech-ondernemer, spreker en China-specialist Pascal Coppens zijn daarmee niet minder treffend. ‘Xi riep zijn landgenoten op om een nieuw hoofdstuk in het verhaal van China’s mirakel te schrijven,’ zegt Coppens vanuit zijn werkkamer in het Vlaamse Gent. ‘Toen ik die zin zag, moest ik hem letterlijk twee keer lezen. Want de titel van mijn boek is China’s Next Miracle.’
Het wonder van de toekomst
De bijna identieke bewoording geeft aan hoezeer Coppens, die de Volksrepubliek al sinds begin jaren negentig regelmatig bezoekt, de vinger aan de pols heeft in een economie die in minder dan veertig jaar tijd de tweede ter wereld is geworden. ‘Sinds zijn aantreden als president in 2013 heeft Xi Jinping zich vooral gericht op consolidatie. Zo ging een groot deel van zijn aandacht op aan het oplossen van de belangrijkste problemen tijdens het beleid van zijn voorganger Hu Jintao, zoals corruptie, milieuvervuiling, een groeiende vastgoedzeepbel en de ontoereikende bescherming van het intellectueel eigendom. Waar hij in zijn nieuwjaarstoespraak op doelde, is dat het nu de tijd is gekomen om te transformeren. Dat is wat de speech ook zo bijzonder maakte: het is voor het eerst dat hij over het wonder van de toekomst spreekt, in plaats van dat uit het verleden.’
Fabriek van de wereld
Xi’s ambitie is namelijk het vervolg van een economische ontwikkeling die al drie eerdere mirakels heeft voortgebracht, aldus Coppens. Vanaf 1990 begon de Volksrepubliek zich te richten op het uitroeien van extreme armoede door zich van een agrarisch ontwikkelingsland om te vormen tot ‘fabriek van de wereld’. Zo’n twintig jaar later, toen het lagelonenland inmiddels lid was van de Wereldhandelsorganisatie en ook de middenklasse begon te groeien, besloot China aan te haken op de mobiele revolutie die vanuit het Amerikaanse Silicon Valley de wereld werd ingebracht. Eerst nog via goedkope kopieën van bestaande technologieën, maar later ook met eigen applicaties waar het Westen nog een puntje aan kon zuigen, zoals het videoplatform TikTok, het online sociaal netwerk en chatapp WeChat en de mondiale internetmarktplaats Temu.
En in 2015 kondigde China onder leiding van de pas aangetreden Xi Jinping zijn derde wonder aan, ditmaal op industrieel gebied. Onder de noemer ‘Made in China 2025’ stelde Xi het doel om het land in tien strategische sectoren, zoals elektrische auto’s, oplaadbare batterijen en hogesnelheidstreinen, binnen tien jaar tijd tot wereldleider te maken, om zo zijn afhankelijkheid van het Westen af te kunnen bouwen. Coppens: ‘Nu dat is gelukt, wil Xi van China ook een kennismaatschappij maken en het land sociaal transformeren. Kort samengevat: hij wil de komende vijf tot tien jaar de binnenlandse consumptie aandrijven en een miljard Chinezen aan het dénken, in plaats van aan het werk zetten.’
Transformatie
In China’s Next Miracle beschrijft Coppens hoe Europese ondernemingen zich op deze transformatie kunnen voorbereiden. Dat begint met een besef van wat er in het land op dit moment überhaupt gaande is. Coppens: ‘Het grootste risico is om China niet op je radar te hebben. We zijn in Europa momenteel vooral gefixeerd op het Amerika van Donald Trump en het Rusland van Vladimir Poetin. Dat is natuurlijk begrijpelijk, want hun openlijke vijandigheid vormt een bedreiging voor onze veiligheid. Maar daardoor zien we niet hoe China onder de oppervlakte onze economie binnendringt. Het Europese bedrijfsleven denkt nog steeds dat het die opmars kan tegenhouden, bijvoorbeeld met exportbeperkende maatregelen voor China als het gaat om cruciale sectoren, zoals de farmaceutische of chemische industrie. Dat is naïef, want Chinese ondernemingen gaan op een gegeven moment ook hier produceren. En dan worden het lokale concurrenten.’
Die slagkracht heeft voor een belangrijk deel te maken met de manier waarop Chinese ondernemers de markt benaderen. Waar westerse startups hun businessmodellen baseren op kwaliteit, marktdifferentiatie en een probleem dat moet worden opgelost, richten Chinese bedrijven zich eerst op kwantiteit en schaal, aldus Coppens. ‘Ze starten vanuit een actie-, in plaats van een creatieproces, door eerst te kijken of er een marktvraag is waaraan ze nu al kunnen voldoen. Of dat kerstbomen zijn of elektrische auto’s, maakt eigenlijk niet uit. Pas in een later stadium, als ze de eerste concurrentiestrijd overleefd hebben en voldoende middelen hebben opgebouwd, gaan ze pas innoveren op de manier waarop wij dat doen.’
Overcapaciteit en topkwaliteit
Met die aanpak hebben Chinese marktleiders de afgelopen jaren een positie weten te bereiken waarin ze topkwaliteit op grote schaal tegen onwaarschijnlijk lage prijzen kunnen leveren, iets wat bijvoorbeeld de Europese elektrische auto-industrie tot haar verbijstering inmiddels ook heeft ontdekt. Toch is het verwijt van dumpingpraktijken dat de Europese Unie Beijing veelvuldig maakt volgens Coppens te simpel gedacht. ‘Die overcapaciteit is geen planmatige strategie om Europa kapot te concurreren, maar komt vanuit de markt. Chinese bedrijven overspoelen met hun producten in eerste instantie hun eigen land, iets waar ook Xi Jinping een probleem mee heeft. De belangrijkste reden waarom Chinese elektrische auto’s zo dominant zijn in de EU, is omdat Europese consumenten ze zo graag kopen.’
Tijdens de totstandkoming van China’s vierde mirakel zal die dominantie zich niet alleen naar steeds meer bedrijfstakken, maar ook naar de dienstensector verspreiden, aldus Coppens. Europa kan zich daar alleen maar tegen beschermen als het zich óók richt op het bouwen van industriële ecosystemen rondom sleutelsectoren, zegt hij. ‘De vliegtuigbouwer Airbus is destijds opgericht omdat Frankrijk en Duitsland onafhankelijk wilden worden van het Amerikaanse Boeing. Waarom zou dat ook niet kunnen in andere industrieën, zoals biotech, chemie, landbouw, of door de havens van Rotterdam, Antwerpen en Zeebrugge samen te laten werken?’
Status quo
Vooralsnog lijkt het bewaren van de status quo voor Brussel echter een hogere prioriteit te hebben dan het formuleren van een verdedigingsstrategie. Coppens: ‘Dat is misschien nog wel ons grootste probleem: we maken geen keuzes. De Chinese overheid is heel duidelijk: voor de toekomst belangrijke bedrijfstakken als drones, accu’s en kwantumtechnologie komen in aanmerking voor steun, maar wil je een schoenenfabriek openen, dan moet je het zelf uitzoeken. Wij daarentegen geven iedere industrie een beetje subsidie of steunen bedrijven pas als ze het moeilijk hebben, wanneer het eigenlijk al te laat is.’
Daarnaast adviseert Coppens om China, net als de Verenigde Staten, te gaan zien als een voortrekkersland. ‘We moeten niet alleen China’s producten importeren, maar ook het talent, de trends en innovaties, dingen die we vroeger allemaal uit Silicon Valley haalden. De opkomst van de elektrische auto is een goed voorbeeld. Als we beter hadden gekeken naar wat er jaren geleden al in China gebeurde, waren we er nooit zo door overvallen.’
Over het gevaar dat we onszelf met een oriëntatie op China afhankelijk maken van nóg een autocratische grootmacht kan Coppens kort zijn: in die positie bevinden we ons al. ‘We willen het alleen nog niet toegeven. De doorsnee auto alleen al bestaat voor zeventig procent uit Chinese componenten en software, en dat zal de komende jaren alleen nog maar meer worden. Helemaal als het land, zoals Xi het voorstaat, straks de kunstmatige intelligentie- en daarmee ook de dienstenfabriek van de wereld wordt, met applicaties in alle mogelijke elektronica.’
Kwetsbaar
Wat de vraag oproept hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn, als het om China gaat. Kan Xi Jinping echt met een druk op de knop het Europese verkeer lamleggen, zoals veel politici vrezen? Coppens: ‘Als we echt in een oorlogssituatie terecht zouden komen, dan is die kans inderdaad reëel. Maar als ik in mijn 37 jaar ervaring met China één ding heb geleerd, is het dat de klant er altijd koning is. Bovendien is Xi een pragmaticus. Dus zolang wij commercieel interessant blijven, zie ik geen reden waarom het land onze vijand zou worden.’
Volgens Coppens gaat er momenteel een grotere dreiging uit van de Verenigde Staten. ‘Niet zozeer vanwege Trump, maar omdat we zo afhankelijk zijn geworden van big tech. Het zijn de Amerikaanse AI-ondernemingen die onze bedrijfswereld momenteel aan het veranderen zijn. Zonder ChatGPT en andere modellen gingen de ontwikkelingen lang zo snel niet.’
Overigens hoeft Europa, dat op dit terrein nog ver achterloopt op China en de Verenigde Staten, niet bang te zijn om in een kunstmatige intelligentie-wedloop tussen beide landen vermorzeld te worden – een andere zorg onder beleidsmakers.
‘Er ís geen AI-oorlog,’ zegt Coppens. ‘Beide landen staan niet tegenover elkaar, maar naast elkaar, en maken een parallelle ontwikkeling door.’ China wil AI namelijk gebruiken voor praktische toepassingen in de echte wereld en zet alles in op open source om die applicaties zo snel en goedkoop mogelijk de wereld in te krijgen, aldus Coppens. De Verenigde Staten richten zich daarentegen op Artificial General Intelligence (AGI), een vorm van AI die de menselijke intelligentie overstijgt, een honderden miljarden dollars kostende investering die alleen met dure abonnementen en het vercommercialiseren van gebruikersdata zal kunnen worden terugverdiend.
Nog een reden om de blik naar het oosten te richten, aldus Coppens. ‘Ik zeg weleens voor de grap dat de Verenigde Staten AI aan het koloniseren zijn, terwijl China de technologie juist wil democratiseren. Europese spelers kunnen daarvan profiteren, door aan te haken met hun eigen applicaties.’ Waarbij ze zich volgens Coppens geen zorgen hoeven te maken over zaken als privacy en dataveiligheid: ‘Op het gebied van AI-regelgeving is China inmiddels net zo strikt als de EU.’
Over Jeroen Ansink
Jeroen Ansink is journalist in New York. Hij schrijft en schreef onder meer voor HP/De Tijd, Elsevier Weekly Magazine en Fortune.com. Voor Managementboek schrijft hij interviews. Ansink voltooide een vrij doctoraal in de Letteren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en behaalde het certificaat Business Journalism aan de Wharton Business School aan de Universiteit van Pennsylvania.