Interview

Marije van den Berg

‘In het handelen vreten we complexiteit gewoon op’

Organisaties moeten ons verbinden, maar bereiken vaak het tegenovergestelde. Marije van den Berg en Nico Groen schrijven dit in Je bent niet de baas, maar je moet er wel iets mee. De oplossing ligt volgens hen in het gemeenschappelijk organiseren. Mensen willen iets ondernemen, zoeken elkaar op en gaan aan de slag. Niet alles wat moet gebeuren, hoeft immers met een organisatie.

Peter Spijker | Mirjam van der Linden | 23 januari 2026 | 5-7 minuten leestijd

U vindt dat we minder moeten verwachten van organisaties.

Ja, laten we stoppen met organisaties overschatten. We zijn al eeuwen aan het organiseren. Er wordt echt goed over nagedacht en er is al heel veel ontwikkeld op het gebied van organisatieontwerp. Je zou denken dat we zo langzamerhand weten hoe je menselijke samenwerking inricht. Maar we zijn niet zo goed in organiseren als we denken. Het wordt tijd dat we zeggen: beter dan dit wordt het niet, en dat is oké.

Bovendien kunnen we veel dingen zelf aanpakken, zonder de zwaarte of bureaucratie van een formele organisatie. Probeer buiten dat ‘harkje’ te organiseren en kijk om je heen. Daar zie je alom hoe vrije mensen van verschillende achtergronden zich spontaan verbinden rond een gedeeld doel. Denk aan bewoners die in hun wijk zelf een speeltuin opzetten. Of aan ondernemers die op hun bedrijventerrein een gedeelde energievoorziening realiseren. Want je kunt niet alles vangen met een organisatie, maar wél met organiseren.

En we overschatten ook bazen?

Zeker, want de baas kan niet meer dan wij zelf - eigenlijk zelfs minder. Medewerkers denken vaak onterecht dat ze ergens geen invloed op hebben. Daarmee zetten we onszelf gevangen. Tegelijkertijd overschatten managers vaak hun invloed op zaken. Zolang we dit in stand houden, ontstaat er geen ruimte voor nieuwe vormen van samenwerken. Managers blijven dan in de waan dat ze door het uitzetten van grote lijnen de dagelijkse operatie beïnvloeden en mensen besturen. Beslissingen in organisaties worden vaak genomen door mensen die nét niet genoeg vakkennis hebben om alle details te begrijpen. Veel cruciale informatie verandert snel, is contextafhankelijk en vaak uitsluitend bekend bij operationele medewerkers.

Uitvoerenden nemen daarom vaak betere beslissingen dan managers: ze hebben toegang tot de meest relevante en actuele informatie.

U bepleit werken in het coöperatieve domein als tegenwicht tegen marktfalen en overheidsbeperkingen.

Met alleen marktwerking en overheidssturing krijgen we domweg geen stabiele samenleving. Zeker niet sinds markt en staat steeds meer verweven zijn geraakt. Ze versterken elkaars tekortkomingen eerder dan dat ze elkaars tegenkracht zijn. Een voorbeeld is de woningmarkt, waar op marktwerking wordt vertrouwd. Dit leidde tot privatisering, meer pandjesbazen, te hoge huren en huizenprijzen. De overheid grijpt in met nieuwe, vrij grofmazige wetten op een deelgebied. Verhuurders zijn hierdoor weer minder geneigd om te verhuren, wat heeft geleid tot een kleiner aanbod van huurwoningen. Dit is een verre van stabiele situatie.

Naast markt en staat was er altijd al het derde domein, het coöperatieve domein, waar samenwerken vanuit gelijkwaardigheid en diversiteit de manier van werken is. Een herontdekking van wat we reeds wisten. In de vorige eeuw losten we grote maatschappelijke vraagstukken - zoals woningnood, werkloosheid, financiering en voedselvoorziening - op met coöperatieve vormen. Eigenaarschap en productie zijn hier in handen van een gemeenschap. In de huidige tijd zijn deze ‘commons’ de energiecoöperaties, wooninitiatieven, broodfondsen, zorgcollectieven en ondernemingen in werknemerseigendom. Ze werken stabiliserend en er ontstaat allerlei meerwaarde; essentieel voor de weerbaarheid van een samenleving.

Het huidige economische systeem draait op verdienmodellen. Maar we hebben volgens u ook behoefte aan beheermodellen.

Verdienmodellen trekken waarde uit de gemeenschap en verplaatsen die naar een eigenaar of financier. Doe je dat op een bescheiden manier, dan is dit gewoon hoe ondernemers werken. We moeten wel grenzen stellen aan de extreme varianten. Een beheermodel creëert waarde voor de gemeenschap en weet die daar ook te behouden. In dit model zijn gebruikers mede-eigenaar en stellen zij duurzaam beheer centraal. Het kan gaan om zonneparken, zwembaden en buurtgebouwen. Maar ook om een fabriek, een bedrijventerrein, een winkelketen of een pretpark.

We leggen ons collectieve eigenaarschap momenteel bij een kleine groep mensen. De gemaakte winsten hopen zich op bij aandeelhouders, huisjesmelkers en platformeigenaren. Maar waarom zouden de mensen die in het bedrijf werken, met hun kennis, netwerk en onderlinge verbondenheid, het niet zelf kunnen bezitten? Een machinefabriek in de Achterhoek in werknemerseigendom keert jaarlijks tien procent van de nettowinst uit aan ruim vierhonderd medewerkers. De overige winst dient voor continuïteit en werkgelegenheid. De Efteling en het Deense biermerk Carlsberg zijn ‘steward-owned’ en focussen niet op winstmaximalisatie.

Coöperatieven zien we ook tussen ondernemers onderling. Op een bedrijvenpark, maar ook in buurten of bij vakgenoten die collectief eigenaar zijn van iets. Bijvoorbeeld van grond, een wijkgebouw, een boerderij of lesmateriaal. Het (terug)kopen van eigendom door medewerkers of wijkbewoners is een belangrijke stap naar een gezonder economisch systeem. Het is ook goed voor de democratie, want geen samenleving zonder samenwerking.

De maatschappelijke complexiteit vereist volgens u meer variëteit en flexibiliteit in de dagelijkse operatie.

Nou, die zijn gewoon aanwezig in het dagelijks werk en daarmee kunnen we deze complexiteit hanteren. Technocraten en bureaucraten hebben ons wijs gemaakt dat de wereld steeds ingewikkelder is geworden. Nu lijkt dat wellicht ook zo, althans op het niveau waarop zij opereren. Maar in het dagelijks leven wordt alles concreet. In het handelen vreet je die complexiteit gewoon op. Daar zijn het de kleine variaties, de pragmatische afwijkingen en flexibele werkwijzen die maken dat het werk gedaan wordt.

Kijk naar maatschappelijk werkers die mensen helpen door creatief om te gaan met wat er wél kan. Ze schakelen met huisartsen en wijkverpleegkundigen en maken regels werkbaar. Neem de leerkracht die merkt dat de nieuwe rekenmethode niet aanslaat bij een aantal leerlingen. Zij past haar aanpak aan omdat ze ziet wanneer ogen opklaren of juist afdwalen. Met haar collega’s deelt ze haar ervaringen en onder hun handen ontstaat er een betere methode. Deze professionals bekijken ter plekke wat werkt, breien recht wat institutionele partijen krom aanleveren.

Wie zich herkent in de spanning tussen organiseren en organisatie, en zoekt naar alternatieven voor markt- en hiërarchiedenken, vindt in Je bent niet de baas, maar je moet er wel iets mee veel stof tot nadenken. Marije van den Berg en Nico Groen laten zien hoe samenwerking, eigenaarschap en dagelijks handelen de sleutel vormen tot veerkrachtige organisaties en gemeenschappen. Bestel het boek vandaag nog bij Managementboek.

Over Peter Spijker

Peter Spijker is freelance journalist. Hij schrijft regelmatig artikelen voor Managementboek.nl

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

    Personen

      Trefwoorden