Waarom dacht je: Staan en opvallen moet er komen?
Sinds het verschijnen van mijn vorige boek De zijkant van de macht in 2018 coach ik vrouwen, en al snel herkende ik een patroon. Deze vrouwen zijn objectief gezien heel succesvol, hebben een mooie carrière, en worstelen tegelijkertijd nog steeds met het gevoel dat er iets niet loopt. De oorzaak daarvan zoeken ze vooral bij zichzelf. Zij hebben het gevoel dat er een magische formule is, waardoor ze net zo succesvol kunnen worden als mannen, maar ze kunnen die formule maar niet vinden. Tegelijkertijd vertellen managementboeken gericht op vrouwen vooral wat ze allemaal verkeerd doen en hoe ze zich beter moeten aanpassen.
De nog altijd populaire fix the women-doctrine…
Precies; Nice Girls Don't Get the Corner Office uit 2004, dat nog altijd op de bestsellertafels in winkels ligt, is daar in mijn ogen hét voorbeeld van. Veel vrouwen halen daar nog steeds advies uit, terwijl de algemene boodschap is dat vrouwen continu de verkeerde keuzes zouden maken. Ze doen dingen onhandig of dom, en krijgen in mijn ogen absurde adviezen zoals om geen foto’s van kinderen neer te zetten, of zelfgebakken taart mee naar werk te nemen.
Met als achterliggende gedachte dat je als vrouw ook succesvol kunt worden als jij je maar zo gaat gedragen als andere succesvolle mensen, namelijk mannen; een hele giftige boodschap. Als vrouwen zich vervolgens gedragen als mannen, dan blijkt dat ook geen garantie op succes. Zo wordt een vrouw die keihard onderhandelt niet gezien als teamspeler maar als kenau. Ik wilde mijn boek schrijven als antigif tegen deze boodschap.
Wat kunnen we van Staan en opvallen verwachten?
In het eerste deel van het boek laat ik zien: dit is het water waarin we zwemmen, zodat je het systeem begrijpt en bepaalde situaties beter herkent. In het tweede deel wil ik de lezer helpen: hoe ga je met situaties om? Dus niet: je doet iets verkeerd, maar bijvoorbeeld wel: als mensen op een bepaalde manier naar je kijken, hoe kan je dat beeld kantelen? Zo blijkt uit diverse onderzoeken dat bij vrouwen bijvoorbeeld sneller wordt getwijfeld aan hun deskundigheid. We nemen minder snel aan dat vrouwen weten waar ze het over hebben of dat hun beslissingen weloverwogen zijn. Hierdoor wordt er ook slechter naar vrouwen geluisterd. Hoe kan je er als vrouw voor zorgen dat mensen niet twijfelen aan jouw deskundigheid?
De wereld is nog steeds oneerlijk, maar met mijn boek probeer ik er wel voor te zorgen dat je vertrouwen in jezelf houdt, dat je gelooft in wie je bent, wat jij wilt en wat jij belangrijk vindt, en dat de manier waarop jij je werk wilt doen overeind blijft. In mijn boek vind je eigenlijk de kortste weg naar jezelf.
Ik geef ook advies aan leidinggevenden. Want als leidinggevende kan je impact maken op een heel team; een snellere manier om het eerlijker en beter te maken voor iedereen. Dus hoe zorg je dat besluiten beter worden, en mensen gelukkiger worden in hun werk omdat iedereen mee kan doen? Met daarbij ook heel praktische tips hoe je elkaar kunt helpen: hoe mannen vrouwen kunnen helpen, vrouwen vrouwen kunnen helpen en je als leidinggevende je team kunt helpen.
Je veegt in je boek ook diverse misverstanden van tafel, zoals het fundamentele misverstand over feminisme: als de ene groep wint, moet de ander verliezen. Echte gendergelijkheid bereik je alleen als ook het welzijn van jongens en mannen wordt meegenomen.
Daarom ben ik ook blij dat Ward Grootens, een mannelijke recensent van Managementboek aangeeft: dit zouden mannen moeten lezen. Staan en opvallen is ook geschreven voor mannen. Mijn redacteur is een man en ik heb het met mijn jongvolwassen zoon en mijn eigen man in gedachten geschreven. Want mannen zitten ook gevangen in hetzelfde systeem.
Neem het exemplarische voorbeeld dat ik in mijn boek geef over mijn man en ik die op bezoek gaan bij vrienden, die verhuisd zijn naar de stad waar ik ben opgegroeid en de weg ken. Mijn man gaat voorop en fietst heel hard de verkeerde kant op, en wat doe ik: ik fiets er net zo hard achteraan. Onbewust gedragen we ons precies zoals de cultuur van mannen en vrouwen verwacht. Hij is gewend om alles te moeten weten en doen, en ik om te volgen. Dit is een mini-voorbeeld van hoe we de wereld inrichten. Iets dat veel mensen ook in de vergadercultuur herkennen.
Er zijn overigens ook vrouwen die zich zo gedragen, en zonder dat ze echt weten waar ze het over hebben heel hard gaan staan blaten, omdat ze die boeken hebben gelezen waarin staat dat ze zich net zoals mannen moeten gaan gedragen. Dat heeft dus geen effect.
Je geeft ook aan: pas als je ziet waar die invloeden spelen, kun je terugduwen. Stel jezelf vragen, waar, wanneer en hoe manifesteert ‘het patriarchaat’ zich? Een woord waar je overigens nogal moeite mee hebt…
Klopt. Het patriarchaat klinkt voor mij altijd alsof er ergens een geheime bijeenkomst is, waar mannen met elkaar plannetjes zitten te maken hoe ze de vrouwen eronder houden. Terwijl het patriarchaat het water is waar we met z’n allen in zwemmen; je ziet het niet, want het is overal. En dit alles is ook niet iemand zijn schuld. Natuurlijk zijn er mensen die hard werken om het patriarchaat in stand te houden en te versterken, zoals in Amerika waar ze druk bezig zijn om alle rechten die vrouwen hebben van ze af te nemen, zoals het recht op zelfbeschikking en stemrecht.
Maar de meeste mensen leven gewoon in dat patriarchaat zonder erover na te denken en er iets van te vinden. En als je er geen kennis over hebt of je herkent het niet, maar je hebt er wel last van, dan kan het onder je huid gaan zitten. Zonder dat je begrijpt waar je last van hebt. En dan is het ook moeilijk om te denken, zo wil ik het helemaal niet.
Als leidinggevende kun je dus een belangrijke rol spelen. In je boek schrijf je ook: Niet door als leidinggevende zelf ineens alle antwoorden te hebben, maar door de omstandigheden te creëren waarin talent tot bloei kan komen. Kun je een tipje van de sluier lichten: hoe pak je dat aan?
Daarmee bedoel ik niet dat het heel erg harmonisch is, doordat we elkaar allemaal naar de mond praten. Maar hoe ga je op een manier met elkaar om dat iedereen zich waardevol voelt, waarbij we wel degelijk elkaars ideeën bekritiseren, maar op een prettige manier? Een leider die veiligheid serieus neemt, doet ook meer dan een prettige sfeer creëren, die vraagt bewust om tegenspraak. Het is dus zeker niet zo ‘dat je in deze tijd ook helemaal niks meer mag zeggen’, een reactie die je veel hoort op de wokebeweging. Als dat het geval zou zijn, heeft diversiteit ook geen meerwaarde. Diversiteit betekent dat een witte man ook een stem heeft, net als iedereen. Eén die ook in het geheel gehoord moet worden, naast die van alle anderen.
Een andere tip die je geeft is om als leidinggevende waarderende feedback in te zetten, vertel!
Dit is vanuit de wetenschap dat mannen zichzelf vaak overschatten en vrouwen zichzelf juist onderschatten. Als je kritische feedback op vrouwen loslaat, dan maak je ze eigenlijk alleen maar nog kleiner. Terwijl je er met waarderende feedback juist achter komt wat vrouwen in huis hebben, waarom ze bewonderd worden en hoe diegene het beste in het team tot zijn recht komt. Wat is jouw deskundigheid, jouw toegevoegde waarde voor het team? Waarop word je gewaardeerd en wanneer moet je naar voren stappen, bijvoorbeeld in een vergadering, en wanneer ook juist niet?
Over vergaderingen gesproken: vrouwen worden drie keer vaker in de rede gevallen dan mannen, maar in Staan en opvallen leren we ook dat je met een reactie als ‘mag ik even uitpraten?’ jezelf niet populairder maakt. Wat werkt wel?
Bondgenoten om je heen die je bijvallen en iets aangeven als: ‘Volgens mij was ze nog niet uitgesproken.’ Zo kreeg ik op mijn podcast De Spindoctors veel reacties van jonge vrouwen die aangaven dat ze graag luisteren en me bewonderen, omdat ik ondanks alles zo overeind blijf.
Vervolgens escaleerde het tijdens een opname toen ik keer op keer werd onderbroken, werd uitgemaakt voor ‘onbenullig’ en kreeg toegebeten dat ik me moest schamen voor mijn mening. Op het moment zelf bleef ik kalm, maar de maat was vol. Ik wil dat jonge vrouwen weten: dit hoef je niet te accepteren, dit is niet normaal. Daarom heb ik met de opdrachtgever verschillende spelregels voor een respectvol gesprek opgesteld, zoals: eerst luisteren, dan vragen stellen, en: laat elkaar uitspreken, verschillen maken het gesprek rijker. Sindsdien we deze gemeenschappelijk norm hebben om op terug te vallen, gaat het stukken beter.
Een andere eyeopener is hoeveel invloed je als leidinggevende hebt op de mentale gezondheid van je team. Zo blijkt uit onderzoek dat 69% van de mensen hun leidinggevende als grotere invloed op hun mentale gezondheid ervaart dan een arts of therapeut…
Als manager maak je een teamlid dus net zo gelukkig of ongelukkig als diens partner. Dat is echt een enorme verantwoordelijkheid. Je kunt je natuurlijk ook afvragen: waarom zou je iemand ongelukkig willen maken? Dat is nog heel erg die corporale gedachte: dat je eerst vernederd moet worden om daarna onderdeel van de groep te worden. Lang werd geloofd dat dat goed is voor de teambuilding. Inmiddels is er een jongere generatie die aangeeft: ik heb geen zin om me zo te laten behandelen. En ik denk dat we die generatie serieus moeten nemen.
Wat hoop je tot slot voor de toekomst?
Dat we meer bezig gaan zijn met de vraag: hoe help je elkaar? Dat je bijvoorbeeld tijdens een vergadering zegt: ‘Maria, jij bent deskundige op dit gebied of jij bent altijd heel goed hierin, ik ben benieuwd: wat vind jij hiervan?’ Net als voor een ander opkomen, maakt ook dit je heel sympathiek. Het is bovendien veel makkelijker dan altijd voor jezelf te moeten opkomen.
En ik hoop natuurlijk dat iedereen Staan en opvallen gaat lezen. In het bijzonder jonge vrouwen, omdat ik denk dat ze er krachtiger en gelukkiger van worden. Het is effectiever dan dat ze al zo vroeg in hun carrière leren aan zichzelf te twijfelen, denken aan wat ze allemaal verkeerd doen en zich een pose aan meten die niet authentiek voelt. Terwijl als je dichtbij jezelf blijft, ben je altijd op je krachtigst. Dus sta en val op door wie je bent, hoe je anders bent en dingen anders ziet. Zonder jezelf op te blazen. Dat heeft de wereld juist hartstikke nodig. Net zoals de inspirerende vrouwen die ik voor mijn boek heb geïnterviewd, waaronder Hedy D’Ancona. Ze is al 88 en nog steeds aan het bijleren. Dat vind ik zo'n mooie en typisch vrouwelijke eigenschap; openstaan voor nieuwe, andere dingen en niet denken dat je alle wijsheid al in pacht hebt.
Wil je beter begrijpen waarom talent en hard werken niet altijd genoeg lijken — en wat je daaraan kunt doen? Staan en opvallen biedt scherpe inzichten én praktische handvatten om jezelf en anderen sterker te positioneren. Bestel het boek nu via Managementboek en zet vandaag nog een stap richting meer zichtbaarheid en impact.
Over Kim Buitenhuis
Kim Buitenhuis is freelance journalist voor diverse (online) magazines en mediabureaus, waaronder Grazia, Marie Claire en Ouders van Nu.