Ons gedrag komt volgens u voort uit ‘consequentiedenken’.
Achter elk gedrag zit een innerlijk, vaak onbewust proces. Het begint met waarnemen: je brein filtert voortdurend de omgeving. Zodra je iets waarneemt, koppelt je brein dat razendsnel aan eerdere ervaringen. Het vraagt zich af of je dit eerder hebt meegemaakt en beoordeelt de situatie. Daarna gaan verschillende gedragsscenario’s door je hoofd. Je overweegt mogelijke consequenties en welke gevoelens die bij je oproepen. Op basis daarvan ‘kies’ je uiteindelijk je gedrag.
Twee drijfveren bepalen welk gedrag je kiest: creatie en angst. Creatie staat voor het verlangen naar wat je wél wilt bereiken. Een waarneming kan een verlangen oproepen naar een bepaalde uitkomst, zoals een goed gesprek, een inspirerende samenwerking of een nieuwe visie voor een organisatie. Vanuit creatie wil je iets tot stand brengen dat je belangrijk vindt.
Angst werkt anders. Dan zie je in een waarneming een mogelijke dreiging en probeer je een negatieve consequentie te voorkomen. Drie oerangsten sturen ons gedrag het sterkst: de angst voor de dood, angst voor fysieke pijn en angst om uit de groep verstoten te worden. De eerste twee spelen in het dagelijkse werk nauwelijks een rol. De derde daarentegen komt overal voor: op het werk, in vergaderingen, op sociale media en zelfs binnen families.
Waarom werkt angst volgens u sneller dan creatie?
Angst beschermt tegen gevaar, echt of ingebeeld. Hoewel mensen het liefst vanuit creatie handelen, schakelt het brein bij spanning automatisch over naar een overlevingsreactie: vechten, vluchten of bevriezen.
Op zo’n moment draait het niet meer om ontwikkelen of creëren, maar om bescherming. Zeker voor leiders kan dat ingewikkeld zijn. Je gaf zojuist zelf een voorbeeld uit de coronaperiode. Als lid van de ondernemingsraad vroeg je de toenmalige CEO om medewerkers meer duidelijkheid te geven over de situatie van het bedrijf. Voor hem voelde dat verzoek waarschijnlijk als een aanval op zijn positie. Zijn systeem reageerde direct op die vermeende dreiging, waarna hij defensief reageerde.
Een dag later stuurde dezelfde directeur alle medewerkers een mail waarin hij de situatie toelichtte en hen geruststelde. Op dat moment was de dreiging verdwenen en kon hij weer handelen vanuit creatie.
Een ego heeft vaak een slechte naam. U noemt het juist een prachtig mechanisme.
Het ego helpt je navigeren in de wereld, een soort automatische piloot die richting geeft aan je gedrag. Het helpt je rekening te houden met anderen en je gedrag aan te passen aan de omgeving. Zonder ego kom je eigenlijk nergens. Het speelt een belangrijke rol in relaties, carrière en persoonlijke ontwikkeling.
Je kunt je ego op drie manieren inzetten. Twee daarvan zijn effectief, de derde kan problemen veroorzaken. De eerste manier is wanneer het ego je helpt bij het vervullen van je missie. Een missie is iets dat je graag wilt creëren. Je wilt bijvoorbeeld jongeren meer zelfvertrouwen geven of leiders ondersteunen in hun ontwikkeling.
De tweede manier toont zich wanneer je positie wordt bedreigd. Dan wordt de angstdrijfveer geactiveerd en probeert het ego je te beschermen. Stel, in een vergadering presenteer je een briljant idee. Als een leidinggevende het idee afwijst, kun je je positie beschermen door je terug te trekken of door de ander gelijk te geven.
Je kunt als derde variant ook doorschieten in de angstdrijfveer. Stel je vermoedt dat er aan je stoelpoten wordt gezaagd. Overvallen door angst ga je overal rondbazuinen hoe goed je wel niet bent. Tijdens dit gebral gaat je ego met je aan de haal. Vaak zonder dat je het beseft. Mensen vinden je een opschepper, gaan je mijden en zo wordt je oorspronkelijke angst werkelijkheid.
U schrijft dat doorgeslagen ego’s veel schade kunnen aanrichten.
Het gaat mis wanneer het beschermen van je positie belangrijker wordt dan de waarde die je wilt toevoegen. Dan ontstaan er positieclashes die mensen uit elkaar drijven. In Tuurlijk heb je een ego beschrijf ik acht verschillende ego’s en wat er gebeurt wanneer ze doorschieten. Twee opvallende varianten zijn de opschepper en de sloper.
De opschepper plaatst zichzelf boven de groep en creëert afstand door zichzelf voortdurend te profileren. De sloper haalt anderen naar beneden om zelf sterker te lijken. In Nederland hebben we een sterke allergie voor slopers vanwege hun harde aanpak.
Andere veelvoorkomende ego’s in Nederland zijn de solist, de adviseur en de paternalist. De adviseur wil graag helpen en is sterk gericht op ondersteuning. De solist wil juist alles zelf doen en zal zelden om hulp vragen. De paternalist is een doorgeschoten versie van de adviseur: iemand die zo graag helpt dat het betuttelend wordt. Hier ontstaat een interessante paradox. Nederlanders helpen anderen graag. Tegelijkertijd zijn we solisten die liever geen hulp aannemen.
Waarom ziet u authentiek leiderschap als een oplossing voor ego-problemen?
Authenticiteit betekent dat je gedrag overeenkomt met wie je werkelijk bent en wat je wilt creëren. Daardoor ervaren anderen je als betrouwbaar en integer.
Wanneer iemand merkt dat angst de overhand dreigt te krijgen, kan hij bewust terugkeren naar zijn missie en kernwaarden. In plaats van te reageren vanuit angst voor afwijzing of positieverlies, richt hij zich op wat hij echt wil bereiken.
Een voorbeeld is dit interview. Voor mij is zo’n gesprek spannend. Ik kan me obsessief voorbereiden om fouten te voorkomen. Of ik verheug me erop en zie het als een mogelijkheid om waardevolle gedachten uit te wisselen. Met deze positieve intentie blijf ik aan de creatiekant. Zodra ik merk dat mijn ego het overneemt - als ik wel érg lang aan het woord ben - kan ik dat benoemen en mezelf weer terugbrengen naar wat ik hier wil bereiken.
In vergaderingen kunnen we ons soms ergeren aan het gedrag van anderen. Hoe ga je daarmee om?
Het helpt om even uit het gesprek te stappen en het spel te benoemen. Niet door harder te praten of je terug te trekken, maar door aan te geven dat het overleg vastloopt.
Begin zo’n ‘procesinterventie’ met de vraag: ‘Voordat we inhoudelijk verder gaan, ben ik benieuwd hoe we hier samen uit komen.’ Door de ander om hulp te vragen, wordt het een gedeeld vraagstuk. Tegelijk spreek je de adviseur in de ander aan en dit ego wil mensen altijd helpen. Daarna kun je benoemen wat je eigenlijk wilt creëren, samen afspraken maken en daarna terugkeren naar de inhoud.
Deze aanpak werkt omdat je het ego-spel onderbreekt. In plaats van te focussen op winnen of verliezen, verschuift het gesprek naar samenwerking en betekenis. Want een besluit vanuit te veel ego levert geen enkel draagvlak op. Door bewust te schakelen van angst naar creatie ontstaat juist ruimte voor verbinding en vooruitgang.
Benieuwd hoe je als leider minder vanuit angst en meer vanuit creatie kunt handelen? In Tuurlijk heb je een ego van Bas Blekkingh lees je hoe dit mechanisme werkt én hoe je het toepast. Bestel het via Managementboek.
Over Peter Spijker
Peter Spijker is freelance journalist. Hij schrijft regelmatig artikelen voor Managementboek.nl