Interview

Tineke van Kooten

‘Ervaring als bron van innovatie krijgt te weinig aandacht’

Met 60 is het nieuwe 40 breekt Tineke van Kooten een lans voor de heilzame betekenis die vijftig- en zestigplussers op de arbeidsmarkt kunnen hebben. Van Kooten, die werkt als organisatieadviseur met focus op leren en ontwikkelen, stelt dat de samenleving onvoldoende gebruik maakt van de ervaring, het leervermogen en de creativiteit van deze groep. ‘Als samenleving redden we het niet als we zo’n belangrijke groep werkenden langs de kant laten staan.’

Hans van der Klis | Mirjam van der Linden | 4 mei 2026 | 5-7 minuten leestijd

Waar komt je betrokkenheid bij dit onderwerp vandaan?

Sinds ik in 2012 voor mezelf ben begonnen, kom ik bij allerlei organisaties over de vloer. Als het gesprek met de leidinggevende of de hr-adviseur op leren, ontwikkelen en innoveren komt, hoor ik vaak: dat is heel interessant, maar ons team bestaat voornamelijk uit vijftigplussers en die willen niks meer. Die gaan met de hakken in het zand.

Ik herkende dat beeld totaal niet. Daardoor groeide mijn interesse in dit thema. Als het werkelijk zo problematisch is, redeneerde ik, dan zullen organisaties echt stil komen te staan. Alle reden dus om serieus research te gaan doen. Ik heb een master leren en innoveren gedaan, ik heb me verdiept in de literatuur en ik heb een stevig praktijkgericht onderzoek gedaan naar het innovatief vermogen van ervaren professionals.

Met welke conclusie?

Wanneer je vijftig- en zestigplussers de ruimte geeft en hen waardeert om hun kennis en ervaring, is er veel mogelijk, heb ik ontdekt. Deze groep werkenden heeft gewoon veel in zijn mars, maar je hebt wel een paar sleutels nodig om de potentie van deze mensen optimaal te benutten. Denk aan self-efficacy, professioneel zelfvertrouwen: dat wordt versterkt door succeservaringen, vertrouwen van de leidinggevende en positieve rolmodellen. Hoe meer self-efficacy, hoe meer initiatief en motivatie iemand heeft.

Vooroordelen en stereotypen over ouder worden staan dat professioneel zelfvertrouwen juist in de weg. Vijftig- en zestigplussers hebben met hun ervaring zoveel te bieden, juist ook wanneer ze gekoppeld worden aan jonge mensen. Ik denk dat het niet verstandig is om steeds maar tegen deze mensen te zeggen dat ze bij een groep horen die niets meer wil. In sommige branches gebeurt dat al vanaf 45. En dat heeft invloed op het werkgeluk in de laatste loopbaanfasen. Je ziet dat mensen soms teleurgesteld of zelf een beetje verdrietig met pensioen gaan.

Je stelling is dat oudere werknemers, plussers zoals jij ze noemt, veel beter gekwalificeerd zijn dan veel leidinggevenden denken. Wat was het verrassendste dat je tijdens je research tegenkwam?

Wist je dat plussers door hun werkervaring ontzettend innovatief kunnen zijn? We weten allemaal wel dat werkervaring, rust en kalmte en tacit knowledge belangrijk zijn. Maar er is weinig aandacht voor de innovatiekracht die ontstaat doordat iemand al jarenlang meedraait. Iemand die al lang werkt, heeft zoveel verschillende dingen meegemaakt en zoveel ervaring opgebouwd, dat hij heel creatief kan zijn in het combineren van verschillende aspecten van het werk en daar nieuwe dingen mee tot stand kan brengen.

Men denkt vaak dat je voor innovatie vooral jonge mensen nodig hebt. Die moet je zeker niet buiten de deur houden, maar de betrokkenheid van mensen die al jaren meegaan, kan evenveel betekenen, vooral als jongere en oudere mensen samenwerken. Wat meespeelt: ouderen hebben het grootste deel van hun carrière al achter de rug. Ze hoeven zich vaak niet meer zo te bewijzen en vragen zich af wat ze kunnen achterlaten voor volgende generaties. Generativiteit, zoals ze dat noemen, is een belangrijke drijfveer.

Wat zijn de belangrijkste misverstanden over plussers op de werkvloer? Is dat bijvoorbeeld het gebrek aan energie of flexibiliteit, of eigenwijsheid?

Eigenwijsheid kun je ook als een positieve eigenschap zien. Nee, ik denk dat het inderdaad over starheid gaat, een gebrek aan flexibiliteit. Als iemand zegt ergens niet aan te willen beginnen, kan dat een teken van starheid zijn, maar het kan ook zijn dat diegene goede redenen heeft. Vraag kortom eens door. Waarom ziet een medewerker een bepaalde verandering niet zitten? Misschien is het jaren geleden al eens geprobeerd en heeft hij een heel goed idee waarom iets niet werkt. En misschien kan hij adviseren over een manier waarop het beter kan. Je kunt er ook je voordeel mee doen.

Wat ik ook wel hoor, is dat managers ook gewoon bang zijn te worden overvleugeld door goede, ervaren mensen. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Dat ben ik in mijn research niet tegengekomen, maar ik herken dat wel. Ik was 32 toen ik leiding moest geven aan een team waar bijna iedereen ouder en meer ervaren was dan ik. Ik heb hardnekkig mijn best gedaan om de baas te zijn door het altijd beter te weten. Dat gaat vanzelf mis. Nu weet ik dat een goede leidinggevende zorgt dat iedereen haar of zijn eigen kennis en ervaring in kan brengen. Niemand kan het alleen.

Een van de handelingsperspectieven: het bestrijden van seniorisme. Wat is dat?

Die term is afkomstig van Richard Ridderinkhof en gebruiken we voor discriminatie van senioren, zoals je ook racisme en seksisme hebt. Een bekend voorbeeld is over het hoofd van een tachtigjarige heen praten, alsof die het allemaal niet meer zo goed kan volgen. Op de werkvloer gaat het om verschillende zaken: leeftijdsdiscriminatie in sollicitatieprocedures, vooroordelen en zelfs flauwe grappen. Denk bijvoorbeeld aan 50-plussers wegzetten als ‘de grijze leemlaag’, wat een hoogleraar uit Tilburg eens deed. Die pleitte voor het radicaal slopen van de Berlijnse muur die vijftigplussers bij de overheid zouden hebben opgetrokken, zodat jongeren hun heilzame vernieuwingswerk zouden kunnen gaan doen. Een grapje kan leuk zijn, maar ieder geintje is een seintje. Als jij het in je hoofd zou halen om zoiets over vrouwen of mensen van kleur te zeggen, heb je terecht een probleem. Dus doe dat ook niet over oudere collega’s.

Is 60 is het nieuwe 40 nu een idealistisch of een realistisch boek?

Beide. Naast mijn overtuiging dat we anders moeten omgaan met de vijftig- en zestigplussers, denk ik dat we het als samenleving niet redden als we zo’n belangrijke groep werkenden langs de kant laten staan of uitfaseren. Er zijn zoveel plekken waar een tekort aan mensen is; maak vooral gebruik van de talenten van ouderen, en maak het ze ook mogelijk om langer door te werken. Voor mensen met fysiek zwaar werk of gezondheidsproblemen moet de mogelijkheid blijven om eerder met pensioen te gaan, maar leeftijd op zichzelf is geen reden. Ik denk dat we als samenleving de groep vijftig- en zestigplussers echt heel hard nodig hebben.

In haar boek 60 is het nieuwe 40 laat Tineke van Kooten zien dat onze arbeidsmarkt niet langer de luxe heeft om de oudere werkenden links te laten liggen. Daarnaast haalt ze de clichés over deze groep vakkundig onderuit. Benieuwd wat de voordelen zijn van het inschakelen van vijftig- en zestigplussers? Bestel het boek bij Managementboek.

Over Hans van der Klis

Hans van der Klis is freelance journalist. Hij schrijft regelmatig artikelen voor Managementboek.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

    Personen

      Trefwoorden