Buurtzorg is inmiddels wereldwijd bekend. In De buurtzorgrevolutie lezen we dat oprichter en bedenker Jos de Blok niet met iedereen gemakkelijk door één deur kan. En dat maakt het boek in ieder geval al smeuïg om te lezen. Maar daar moet het hier eigenlijk niet over gaan. De vraag is: waarom is Buurtzorg, dat zo overtuigend beter én goedkoper is, toch niet eindeloos populair in eigen land?
Bart Kiers schrijft het al in het voorwoord: ‘De wijkverpleegkundigen zetten in op zelfredzaamheid en mobiliseren het netwerk van de cliënten.’ Voor je het weet resulteert dat in dertig procent besparing. Buurtzorg heeft minder uren per cliënt nodig, met een hogere cliënttevredenheid, minder overhead, minder verzuim én minder doorverwijzingen. Wat ik vermoed: de radicale eenvoud van Jos stuit op weerstand bij ‘goedopgeleide’ systeemdenkers. Zo simpel kan het toch niet zijn?
Menselijkheid, vakmanschap en gezond verstand
De buurtzorgrevolutie is een verhelderend en soms bijna ontroerend boek over iets dat in theorie eenvoudig lijkt: professionals de ruimte geven om hun vak uit te oefenen. Sinds de start in 2006 is Buurtzorg uitgegroeid tot een van de meest bewonderde zorgorganisaties ter wereld. Niet omdat het een nieuw managementmodel introduceert, maar omdat het iets ouds herstelt: menselijkheid, vakmanschap en gezond verstand. Toch is het fascinerend - en pijnlijk - dat Buurtzorg in Nederland nauwelijks navolging kent. Buiten Buurtzorg zelf is er geen enkele thuiszorgorganisatie die het gedachtegoed volledig heeft weten over te nemen.
Dat ligt niet aan het model; integendeel. Alle onafhankelijke onderzoeken laten hetzelfde zien: Buurtzorg levert betere zorg tegen ongeveer dertig procent lagere kosten. Cliënten worden sneller zelfstandig, professionals hervinden hun plezier in het werk, het verzuim is laag en de overhead minimaal. Waarom lukt het anderen dan niet?
JE KUNT HET NIET HALF DOEN
De buurtzorgrevolutie laat overtuigend zien dat vrijwel alle kopieerpogingen stranden omdat organisaties de vorm kopiëren, niet het denken. Men introduceert ‘zelfsturende teams’, maar laat de bestaande bureaucratie volledig intact. Er blijft altijd een restlaag van formulieren, managers, KPI’s en procedurele controle bestaan. Het resultaat is twee systemen boven op elkaar, waardoor de kosten juist stijgen. Buurtzorg werkt alleen als het hele systeem mee kantelt. Dat vraagt moed, vertrouwen in vakmensen en het loslaten van macht.
Internationaal zie je hetzelfde patroon. In Engeland, Duitsland, Japan, de Verenigde Staten en Canada zijn talloze pilots gestart. Overal blijken de teams direct goed te functioneren. Maar de organisatiecontext - financiering, governance en controlemechanismen - staat vaak haaks op het onderliggende gedachtegoed. De teams vliegen altijd; de systemen waarin ze moeten landen vrijwel nooit. Dat maakt het model tegelijk aantrekkelijk én kwetsbaar: je kunt het niet half doen.
DE TAAL VAN HET WERK
Een terugkerende vraag in het boek is of de persoon Jos de Blok daarin een rol speelt. Het antwoord is onmiskenbaar ‘ja’. Hij is een opvallende figuur: vriendelijk, ingetogen, wars van status en met een bijna radicale eenvoud. Hij spreekt de taal van het werk, niet die van management. Dat maakt hem geloofwaardig voor professionals. Tegelijk maakt zijn compromisloze visie - geen managers, vertrouwen boven controle, teams die alles zelf regelen - hem lastig voor bestuurders die hechten aan dashboards, structuren en ‘governance’.
In zekere zin is De Blok zowel de motor als de begrenzing van de wereldwijde verspreiding van het model. Buurtzorg predikt dat je geen held nodig hebt, maar werd gebouwd door iemand die zich niet liet meezuigen in de logica van het systeem.
De buurtzorgrevolutie is daarmee meer dan een organisatieboek. Het is een spiegel voor iedereen die leiding geeft of beleid maakt. Hoe komt het dat iets wat aantoonbaar beter én goedkoper is, zo moeilijk breed wordt overgenomen? Het boek laat glashelder zien waar het misgaat: niet in de zorg zelf, maar in de manier waarop we denken over organiseren daaromheen. Waar ‘systems first’ belangrijker is geworden dan het werk zelf. Dat wordt in het boek meerdere keren expliciet benoemd als het kernprobleem.
EENVOUDIG MAAR CONFRONTEREND
Wie geïnteresseerd is in de toekomst van de zorg, of in de vraag waarom sommige vernieuwingen wel slagen en andere niet, vindt in De buurtzorgrevolutie een eenvoudig maar confronterend antwoord. Het zet niet alleen aan tot reflectie, maar ook tot handelen. Want als een groep wijkverpleegkundigen binnen een weekend een complete thuiszorgorganisatie van 2.400 medewerkers kan opbouwen - zoals bij het uiteenvallen van failliete TSN Thuiszorg richting Stichting Familiehulp/Buurtdiensten in 2016 - dan kan het blijkbaar gewoon.
Alleen niet zolang we blijven vasthouden aan het traditionele managementdiscours. Jos (geboren in 1960) neemt zijn geheim niet mee zijn pensioen in. Integendeel: het wordt in De buurtzorgrevolutie beschreven en voorzien van een helder (schillen)model: ‘De buurt als ecosysteem’.