Goede wijn behoeft nog steeds geen krans. Zo bekeken heeft Toegepaste organisatiekunde van Peter Thuis dan ook geen aanbeveling nodig. Want ga maar na: een boek uit 1994 dat nog steeds onverminderd populair is en waarvan onlangs de negende editie verscheen? Zo’n boek heeft zijn waarde inmiddels wel bewezen. Toch was Thuis trots dat Manfred Kets de Vries, Nederlands internationaal meest vooraanstaande leiderschapsauteur en topmanagementwetenschapper, het woord vooraf bij die negende editie wilde schrijven. Hij benadrukt daarin het belang van diepgaand begrip van het organisatieleven. Doordat we een groot deel van ons leven in organisaties doorbrengen, is het gevaar van mentale gevangenschap namelijk groot. ‘En om onze weg te vinden in dit zeer uitdagende doolhof, kunnen we geen beter persoon hebben om ons daar te leiden dan Peter Thuis,’ schrijft hij. ‘In zijn boek Toegepaste organisatiekunde wijst hij ons de weg.’
inleiding
Dat werpt de vraag op met wat voor boek we hier te maken hebben. Doorgaans worden dergelijke educatieve uitgaven gepresenteerd als basisboek, inleiding of handboek. ‘Het is absoluut een inleiding,’ vertelt de auteur zelf. ‘Basisboek was destijds ook een mogelijkheid, maar die titel was al vergeven. Een handboek is het evenmin, want in een handboek wil ik kunnen lezen hoe ik iets moet doen. Zoals in het Handboek Soldaat, om maar wat te noemen. Mijn boek is meer een overzicht van de theorie om van daaruit in de praktijk, bijvoorbeeld tijdens een stage, te kijken hoe die theorie daar uitpakt.’
referentiekader
Toegepaste organisatiekunde is niet het enige studieboek met Thuis’ naam op de omslag. Hij schreef onder meer een Introductie in management, waarvan dit jaar een vijfde editie verscheen, en was als auteur en eindredacteur betrokken bij Bedrijfskunde integraal en Bedrijfskunde, de basis, waarvan inmiddels ook al meerdere edities het licht zagen.
Onvrede over wat er was, dat was de belangrijkste drijfveer om zelf de spreekwoordelijke pen ter hand te nemen. ‘Nadat ik was afgestudeerd als bedrijfskundig ingenieur, ging ik organisatiekunde geven aan de Heao in Breda,’ vertelt Thuis. ‘Die gold destijds als de beste Heao van het land, maar het materiaal waarmee ik moest werken, vond ik niet al te best. Organisatiekunde is een vreemd vak voor de meeste eerstejaars studenten. Die missen nog voldoende praktisch referentiekader om zich de stof gemakkelijk eigen te maken.
Wat dat betreft kon er wel wat verbeterd worden aan de organisatiekundige boeken en ik heb toen, heel naïef, een aantal uitgeverijen aangeschreven. Verrassend genoeg wilden die allemaal wel met mij in zee, onder meer vanwege het model dat ik bedacht had, dat overigens nog steeds wordt gebruikt. Uiteindelijk heb ik toen voor Noordhoff gekozen.’
toegankelijkheid
Thuis miste in de studieboeken uit die tijd met name toegankelijkheid. Eerstejaars studenten in het hbo moet je helpen zich een beeld te vormen bij wat er zoal komt kijken om een organisatie goed te laten functioneren. Principes uitleggen op een manier die aansluit bij je publiek en vooral veel voorbeelden gebruiken zodat zij de theorie kunnen doorleven. Hij koos bovendien een wat bredere, integrale benadering: iets meer bedrijfskunde erbij, beslissingsmodellen, psychologie ook. ‘Ik wilde meer vakgebieden aan elkaar knopen.’ Zo ontstond wat het boek nog steeds is: een praktische inleiding in de organisatiekunde die zijn weg vooral gevonden heeft in de propedeusefase van diverse hbo-opleidingen.
uiteenlopende benaderingswijzen
Aan ambities geen gebrek dus bij de beginnende auteur. De vraag was vervolgens: aan welke theorieën en modellen besteed je aandacht en welke vallen af? Organisatiekunde is een ontzettend breed vakgebied met uiteenlopende benaderingswijzen, all time favorites en nieuwe stromingen. Dat geldt ook, zij het in wat mindere mate, voor bedrijfskunde en management. Op basis waarvan stel je een relevant overzicht voor die eerstejaars student samen?
‘In een inleiding horen volgens mij vooral die theorieën en modellen die erg in zwang geraakt zijn; die moet je behandelen. Dat zijn dus in ieder geval de klassiekers, zoals scientific management van Taylor, de algemene managementtheorieën van Fayol, Maslows behoeftepiramide en de X- en Y-theorie van McGregor.
Van de moderne klassiekers kom je bijvoorbeeld ‘The Age of Unreason’ van Charles Handy tegen, ‘The Five Dysfunctions of a Team’ van Patrick Lencioni en ‘The Social Psychology of Organizing’ van Karl Weick. We hebben overigens best een tijdje geworsteld met de verschillende stromingen in de organisatiekunde. Studenten vinden dat saaie kost, maar ik vind het wel belangrijk dat je ze daarmee laat kennismaken.
toetssteen
Maar in een inleiding moet ook plaats zijn voor de meer recente populaire theorieën. Over de toepassing van AI in het bedrijfsleven bijvoorbeeld. Een belangrijke toetssteen is voor mij: wordt een theorie ook gebruikt? Daarom heb ik bijvoorbeeld enkele edities geleden in dat managementboek Design Thinking toegevoegd. De netwerk- en virtuele organisatievorm komt steeds meer voor. Dat heeft ook invloed op de manier van leidinggeven en besluitvorming. Design Thinking blijkt in de praktijk prima te werken als oplossingengenerator voor betere besluitvorming. Ik kijk dus bij iedere editie of een theorie of een model een grote relevantie heeft of niet.’
organisatieschema’s
Dat laatste lijkt de aandacht die Thuis schenkt aan bekende organisatieschema’s, zoals de lijnorganisatie en de lijn-staforganisatie, toch wat dubieus te maken. Hoewel klassieke managementliteratuur uitgaat van maakbare organisaties, is inmiddels breed aanvaard dat organisaties zich niet uitsluitend laten sturen door managerinterventies. Een organisatie is geen ‘ding’ en bestaat als zodanig dus ook niet. Je kunt een organisatie dus ook niet op een tekentafel ontwerpen.
Toch heeft het volgens Thuis wel degelijk zin om studenten ook met organigrammen kennis te laten maken. ‘Mensen worden er in de praktijk mee geconfronteerd. Dan moet je zo’n plaatje wel kunnen lezen. Maar de opvattingen vanuit de organisatiedynamica ken ik natuurlijk ook, dus ik probeer in mijn boeken tegelijkertijd duidelijk te maken dat een organigram maar een plaatje is en dat je het ook anders kunt zien. Of ik vertel hoe de informele organisatie de formele soms ondersteunt, soms overstemt. Die kritische toets heb ik wel aangebracht.
maatwerk
Bovendien weet ik intussen dat opleidingen soms wat eclectisch met mijn boeken omgaan, door bepaalde hoofdstukken wel en andere niet te behandelen. Er is ook geen landelijk overleg dat voorschrijft wat minimaal móét, dus iedere docent kan maatwerk leveren. Dat is het voordeel van een inleiding: er is veel ruimte voor de student en de docent om eigen accenten te leggen. Dus ja, er is zeker meer te vertellen over bijvoorbeeld systeembenaderingen en de lerende organisatie, maar dat laat ik graag over aan de docent.’
directiefuncties
Thuis’ educatief schrijverschap is in zoverre bijzonder dat hij, in tegenstelling tot veel andere Noordhoff-auteurs, al lang niet meer in het hoger beroepsonderwijs werkzaam is. Nadat hij afzwaaide aan de Bredase Heao, bekleedde hij directiefuncties aan de Universiteit van Maastricht en sinds 2011 is hij bestuurder van ROC Gilde Opleidingen in Noord- en Midden-Limburg; het mbo dus. Hoe houdt hij voldoende voeling met het hbo om met iedere editie bij te blijven bij de (belangrijkste) ontwikkelingen in de wereld waarin hbo-studenten uiteindelijk terechtkomen?
‘Ik praat regelmatig met docenten uit het vakgebied over hoe zij mijn boeken gebruiken en dat levert bruikbare inzichten op. Bovendien volg ik natuurlijk de belangrijkste trends; in het vakgebied, de samenleving en in het hoger onderwijs. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de reflectieopdrachten, met name in Toegepaste organisatiekunde. Dat is iets waarmee studenten in het hoger onderwijs veelvuldig geconfronteerd worden: hoe kijk jij hier tegenaan, in hoeverre past deze theorie bij jouw visie op leidinggeven, enzovoorts.
maatschappelijk verantwoord ondernemen
Thuis heeft zijn boeken gaandeweg ook meer ‘gesensitiviseerd’. ‘Bij Noordhoff vinden ze dat maatschappelijk verantwoord ondernemen in hun studieboeken terug moet komen. Dus dat hun auteurs bij het ontwikkelen van lesmateriaal erop moeten letten dat er niet te veel vliegmaatschappijen in de voorbeelden terugkomen of fastfoodketens. Ze willen ook graag dat diversiteit een plek heeft, niet alleen aandacht voor mannelijke grijze Angelsaksische managementauteurs. Nou, dat vind je volgens mij genoeg in mijn boeken terug.’
Reflecteren moeten studenten in het hoger onderwijs inderdaad vaak, maar dan wel steeds vanuit een passend kader. Of dat laatste ook geldt voor de reflectieopdrachten in Toegepaste organisatiekunde, kun je je echter afvragen. Wat kan een eerstejaars student in het hbo bijvoorbeeld met een opdracht als: ‘Zorg ervoor dat je met een gezonde achterdocht nieuwe en oude theorieën bestudeert.’ Waarop moet die achterdocht van achttien-, negentienjarigen die nog maar net de deuren van de havo achter zich hebben dichtgetrokken, gebaseerd zijn? ‘Op het aanleren van pure eigenwijsheid bijvoorbeeld,’ riposteert Thuis. ‘Je moet studenten zo snel mogelijk meegeven dat ze daar een eigen mening over mogen hebben; dat ze zich mogen afvragen wat hieraan niet zou kunnen werken, of iets bij ze past. Leer ze kritisch omgaan met de theorie, zeker bij een vak als organisatiekunde, waarin maar zelden één antwoord goed is en de rest niet klopt. Het is geen wiskunde hè.’
Per 1 maart stopt Peter Thuis als voorzitter van het college van bestuur van ROC Gilde Opleidingen. Na 52 jaar onafgebroken in het onderwijs werkzaam te zijn geweest, is hij de inkomend bestuursvoorzitter bij ggz-organisatie Mondriaan. Betekent dat ook het einde van een carrière als studieboekenschrijver? ‘Zeker niet. Van Toegepaste organisatiekunde komt in ieder geval een nieuwe druk; de tiende. Ik heb aan meerdere boeken (mee)gewerkt, maar dit is echt mijn baby. Het was mijn eerste boek, dat ik in mijn eentje geschreven heb en waarmee ik het meeste succes heb gehad. Dit boek is al dertig jaar bij mij, dat zeg ik niet zomaar vaarwel.’
Zoek je een toegankelijk, inhoudelijk stevig en praktijkgericht studieboek dat eerstejaars hbo-studenten écht helpt grip te krijgen op organisaties? De boeken van Peter Thuis bewijzen al dertig jaar hunwaarde. Met heldere uitleg, herkenbare voorbeelden en ruimte voor kritisch denken biedt het studenten een stevig fundament om theorie en praktijk met elkaar te verbinden.
Bestel bij online boekwinkel Managementboek.
Over Bert Peene
Bert Peene werkte jarenlang als kerndocent bij IMAGO Groep, Via Vinci Academy en C-Lion, opleiders voor het onderwijs. Daarnaast voerde hij als zelfstandige opdrachten op het gebied van organisatieontwikkeling uit in profit en non-proft. Tegenwoordig werkt hij als free lance docent en schrijft hij voor diverse bladen over managementliteratuur.