In De AI gewoonte onderzoekt Arjan Broere hoe professionals AI een vaste plek kunnen geven in hun dagelijkse routines. Het boek belooft inzicht in gewoontes én praktische AI-tips, maar levert vooral het eerste. Hoewel het een interessante insteek heeft, blijft de praktische toepasbaarheid wisselend.
Het gaat meer over het aanleren van gewoontes dan over AI praktisch toepassen.
routinevorming
In De AI gewoonte richt Arjan Broere zich op het aanleren van gedragingen die het gebruik van AI-tools makkelijker, consistenter en vanzelfsprekender maken. Broere, bekend van zijn werk rond productiviteit en gedragsverandering, benadert AI daarom niet primair als technologie, maar als een nieuwe gewoonte die professionals moeten cultiveren. Dat maakt het boek relevant voor lezers die vooral worstelen met routinevorming, minder voor hen die zoeken naar concrete AI-toepassingen, prompts of tools.
mythes
Broere opent zijn boek opent met het ontkrachten van mythes over AI. Hij plaatst AI in perspectief en geeft uitleg over hoe de bottleneck-theorie van Goldratt relevant is bij de ontwikkelingen op dat gebied. Het technologiegedeelte van het boek is verder dun. De AI-ontwikkelingen gaan immers zó snel, en grote organisaties hanteren uiteenlopende beperkingen, waardoor een overzicht van tools in boekvorm al snel verouderd zou zijn.
Een van de eerste echt waardevolle tips voor beginners verschijnt op pagina 35, wanneer Broere het CRAFT-model introduceert voor het opbouwen van prompts: Context, Rol, Actie, Formaat, Target Audience. Deze structuur is direct toepasbaar, zeker in een zakelijke omgeving waarin professionals prompts moeten opbouwen voor hun dagelijkse werk.
Gedrag en gewoontes
Toch bevatten grote delen van het boek vooral beschouwingen over gedrag en gewoontes, niet zozeer over AI. Halverwege merk je dat de verwachtingen niet geheel worden waargemaakt: weinig concrete tools, weinig praktische prompts en relatief veel psychologische anekdotes en verwijzingen. Voor mij werkt dat minder prettig - het haalt het tempo uit het boek en voegt niet altijd nieuwe inzichten toe.
Wat wél interessant wordt, is Broere’s bespreking van het opnemen van gesprekken en werkmomenten om deze later met AI te analyseren. Dat is relevant: het voelt soms onwennig om alles vast te leggen, maar tegelijk herkenbaar dat je achteraf spijt kunt hebben wanneer je het niet hebt gedaan.
Een gemis is het ethische aspect van wanneer je AI zou moeten gebruiken en wanneer een gewone zoekmachine efficiënter is. Later in het boek komt dit wel aan bod, al voelt het dan wat laat.
AI-schaamte
De focus op routines en gedragsverandering past goed bij Broere’s achtergrond, maar roept ook de vraag op voor wie het boek precies bedoeld is. Voor professionals die al dagelijks met tools zoals Copilot werken, voelt veel gedrag al snel vanzelfsprekend. Voor zelfstandigen of kleine bedrijven kan het juist wél waardevol zijn om die stap te maken.
Een inzicht dat blijft hangen, is het belang van elkaar stimuleren en complimenteren bij AI-gebruik. Dit verlaagt drempels, vergroot adoptie en vermindert AI-schaamte. Het inspireert om op zoek te gaan naar een buddy om samen beter te worden, wat juist bij zelfstandigen en kleine bedrijven een uitkomst kan zijn.
De AI gewoonte biedt een frisse kijk op gedrag, maar minder op AI. Wie praktische prompts verwacht, blijft wat hongerig achter — maar wie AI wil verankeren in zijn dagelijkse werk, vindt in Broere’s gewoonte-aanpak wél aanknopingspunten.
Over Machiel Lucker
Machiel Lucker is customer journey manager bij Achmea schade en inkomen. Hij houdt zich bezig met het waarmaken van digitale transformaties.