Het klinkt als een obscure filosofische stroming: essentialisme. Niets is minder waar. Essentialisme blijkt een veelbelovende levenshouding in een tijd waarin meer-meer-meer domineert. Een tijd waarin we dagelijks overspoeld worden door informatie. Een tijd waarin een overdosis aan prikkels aan onze mentale gezondheid knaagt. Dus op naar minder, maar beter.
actueler dan ooit
Greg McKeown schreef Essentialisme: Tijd overhouden voor dingen die voor jou belangrijk zijn ruim tien jaar geleden. Inmiddels zijn wereldwijd ruim 2 miljoen exemplaren van het boek verkocht en is er een jubileumeditie. En dat is niet gek, want het boek is actueler dan ooit. De wereld, en daarmee veel werk, is immers alleen maar complexer geworden. Of eigenlijk: door ons complexer gemaakt. Om zaken beter, veiliger of minder risicovol te realiseren, hebben we namelijk de oh zo menselijke neiging om iets toe te voegen. Een nieuwe richtlijn, maatregel, procedure of controle. Vast met de beste bedoelingen, maar ook met bijwerkingen. Namelijk toenemende werkdruk. Ik zie het overal om me heen.
minder, maar beter
De vraag die we ons meer zouden moeten stellen is deze: hoe essentieel zijn al die toevoegingen eigenlijk? Maakt het onze wereld daadwerkelijk beter, veiliger en minder onzeker? Of is er een alternatief? Wat weglaten om iets te verbeteren? Of gewoon iets niet meer doen, een vergadering afschaffen? Dit is de centrale gedachte van het essentialisme, met als levensmotto ‘minder, maar beter’.
vier delen
Dit motto is in vier delen heel praktijkgericht uitgewerkt, waarbij elk deel bestaat uit een aantal compacte hoofdstukken. Deel 1 betreft – hoe kan het anders – de essentie. Dit gaat over keuzes maken, met steeds weer onderscheid tussen de ‘trivial many’ en de ‘vital few’. Accepteer hierbij de onvermijdelijke ‘trade-offs’: er is altijd iets wat je opgeeft om iets anders te krijgen.
toepassing
De delen 2, 3 en 4 beschrijven vervolgens hoe je de essentie van minder maar beter in je (werk)leven toepast. Deel 2 gaat over het leren onderscheiden wat echt van belang is voor het realiseren van je doelen (die je dan wel scherp voor ogen moet hebben) en wat niet. Deel 3 gaat over afscheid nemen van wat je niet meer doet. Centraal staat vriendelijk doch beslist nee leren zeggen. Hiervoor biedt de auteur een welkom ‘nee-repertoire’, om het hiermee gepaard gaande sociale ongemak zoveel mogelijk te beperken. In deel 4 gaat het om doen, obstakels wegnemen en routines opbouwen om van ‘minder, maar beter’ een gewoonte te maken.
een volgend verbetertraject
Is er kritiek te leveren op dit vlot geschreven boek met talloze pakkende voorbeelden? Natuurlijk. Zo kun je in veel banen niet zomaar van alles achterwege laten omdat je ‘teruggaat naar de essentie’. Maar bijvoorbeeld bij een volgend verbetertraject niet automatisch iets toevoegen, maar juist iets wegnemen, is al een hele stap. Evenals het hanteren van een haalbaar aantal scherpe doelen, waardoor het stellen van prioriteiten en accepteren van trade-offs ineens een stuk makkelijker wordt. Bijvoorbeeld om zo door de bomen het bos weer te zien, wat in tal van (grote) organisaties best lastig blijkt.
Ook in je privéleven kan het waarschijnlijk geen kwaad om af en toe wat rust en ruimte in te bouwen, door kritisch te beschouwen wat je allemaal ‘moet’, van jezelf of van je omgeving. En wat dat nu eigenlijk oplevert, en voor wie. Om zo, als ware essentialist, tijd over te houden voor dingen die voor jou belangrijk zijn. Dit is voor mij de essentie van Essentialisme.
Over Martin van Staveren
Martin van Staveren is adviseur, auteur, docent en spreker. Hij ontwikkelde het gedachtegoed voor risicoleiderschap. Met zijn bureau VSRM helpt hij organisaties doelgericht om te gaan met risico’s én kansen in complexe situaties. Hij is auteur van Risicogestuurd werken (2015), Risicoleiderschap (2018), Iedereen Risicoleider (2020) en Risicodialoog (2023).