Wat zit er tussen een veranderplan en het uiteindelijke resultaat? Volgens Philip Jordanov en Beirem Ben Barrah is het antwoord glashelder: gedrag. In Gedragsgericht veranderen positioneren de auteurs gedrag niet als bijzaak, maar als de kern van succesvolle organisatieverandering. Daarmee voegen zij een gedragswetenschappelijke laag toe aan het klassieke verandermanagement, dat traditioneel leunt op modellen, faseringen en processturing. Een zeer nuttig boek voor wie gedrag als pijler ziet voor verandering.
gedragspsychologie en neurowetenscha
De auteurs richten zich expliciet op managers en leidinggevenden die verantwoordelijk zijn voor organisatieverandering. Hun centrale stelling is overtuigend: verandermanagement kan niet effectief zijn zonder inzichten uit gedragspsychologie en neurowetenschap. Hun vergelijking met de gezondheidszorg vond ik treffend: we weten vaak wát we moeten doen, maar het daadwerkelijk veranderen van gedrag blijkt de grootste uitdaging.
datagedreven en lerende benadering
De opbouw van Gedragsgericht veranderen is helder. In deel één slaan de auteurs een brug tussen verandermanagement en gedragswetenschap. Ze schetsen de historische ontwikkeling van Organizational Change Management (OCM): van top-downsturing, via aandacht voor weerstand, naar de huidige datagedreven en lerende benadering. Persoonlijk vond ik het aangenaam om deze trends terug te lezen en te zien hoe verandermanagement zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. De auteurs zien een volgende fase ontstaan waarin hersen- en gedragswetenschap structureel worden geïntegreerd.
Bridges
Klassieke denkers als Peter Senge en William Bridges passeren de revue. Vooral het transitiemodel van Bridges - loslaten, neutrale zone, nieuw begin - krijgt nadruk vanwege de psychologische diepgang. Ook het model van Anderson & Ackerman met zeven veranderdrijfveren laat zien dat succesvolle transformatie verder gaat dan structuur en processen: cultuur, gedrag en mindset zijn doorslaggevend. Juist daar, betogen de auteurs, ligt de meerwaarde van gedragswetenschap.
Sterk vond ik de metafoor van de veranderaar als geluidstechnicus: kleine afstemmingen kunnen het geheel maken of breken. Het benadrukt dat verandering contextafhankelijk is en zelden door één interventie wordt bepaald.
gedragswetenschappelijke basis
In hoofdstuk twee en drie wordt de gedragswetenschappelijke basis gelegd. Bekende theorieën zoals Kahnemans Thinking, Fast and Slow (zijn er nog verandermanagement- of psychologieboeken waarbij niet naar dit boek wordt verwezen?), Thalers nudging en het COM-B-model (Capability, Opportunity, Motivation) worden praktisch vertaald. De boodschap is helder: wil je gedrag veranderen, zorg dat mensen het kúnnen, de kans krijgen én gemotiveerd zijn.
interventies
Deel twee is het meest praktisch. Hier beschrijven de auteurs 18 evidence-based interventies, verdeeld over zes verandergebieden, waaronder planning, communicatie, leiderschap en leren. Voorbeelden zijn: pre-mortem om risico’s vooraf scherp te krijgen; public narrative voor inspirerende veranderverhalen; als-dan-plannen om nieuw gedrag vol te houden; Organizational Network Analysis om informele invloed zichtbaar te maken; A/B-testen voor gedragsmetingen; en growth mindset als leerinterventie.
De indeling in dialoog- en analytische interventies helpt om overzicht te houden. Ook de drie onderliggende bouwstenen uit interviews met leidinggevenden - prioriteren, gedrag verankeren en systemen afstemmen - vond ik nuttig.
Tegelijk ligt hier ook een zwakker punt. Niet alle beschreven interventies voelen als volwaardige, uitgewerkte methodieken. Sommige blijven op het niveau van nuttige tips of denkrichtingen. De stappenplannen zijn geregeld summier, waardoor met name minder ervaren managers mogelijk houvast missen bij concrete toepassing.
de kracht van het boek
Desondanks is de kracht van het boek de integratie: het brengt verandermanagement, gedragswetenschap en praktijkervaring samen zonder te vervallen in de illusie van een silver bullet. Verandering vraagt juist om een bundeling van kleine interventies, afgestemd op de context.
Het slotbeeld, ontleend aan professor Soman, vond ik sterk: gedragswetenschap moet zo vanzelfsprekend worden als elektriciteit - fundamenteel, maar onzichtbaar. Het ultieme succes is bereikt wanneer er geen apart expertisecentrum meer nodig is.
Gedragsgericht veranderen is daarmee vooral een denkkader en inspiratiebron. Het biedt managers nieuwe taal en perspectieven om verandering mensgerichter en effectiever te maken. Wie op zoek is naar kant-en-klare draaiboeken vindt minder houvast, maar wie gedrag centraal wil zetten in transformaties vindt hier een waardevolle en actuele gids.
Over Peter de Roode
Drs. Peter de Roode is zelfstandig adviseur en trainer. Hij ondersteunt organisaties bij het invoeren van grootschalige veranderingen waarbij gedragsverandering centraal staat.