Onder redactie van Jaap Boonstra en Marjo Dubbeldam brengen zo’n dertig auteurs hun inzichten samen in een rijkgeschakeerd geheel. Veranderen voor de toekomst is geen traditioneel handboek, maar een caleidoscopische bundel die uitnodigt tot reflectie. De bijdragen geven een beeld van de huidige stand van de veranderkunde en zetten de lezer aan tot het bevragen van eigen aannames en werkwijzen.
Onvoorspelbaarheid
Uit de verhalen wordt duidelijk dat de auteurs afstand nemen van de klassieke, instrumentele benaderingen van verandermanagement. Verandering wordt niet gepresenteerd als iets dat je ‘ontwerpt’ of ‘uitrolt’, maar als een interactief en vaak onvoorspelbaar proces. Veranderen is vooral een samenspel tussen actoren binnen specifieke contexten en onder invloed van betekenisgeving en relaties. Daarmee sluit het boek aan bij hedendaagse inzichten waarin complexiteit en onzekerheid centraal staan. In zulke omstandigheden schieten traditionele lineaire stappenplannen tekort.
Emergent veranderen
Vandaar de oproep tot vertragen in veranderprocessen. Vertragen creëert ruimte voor reflectie, betere waarneming en diepere analyse. Dit leidt tot duurzamere en beter afgestemde veranderingen, vooral in complexe situaties. Co-creatie vergroot hierbij draagvlak, benut verschillende perspectieven en leidt vaak tot betere oplossingen. Verandering wordt daarmee een gezamenlijk proces.
Ergo, het einde is in zicht voor lineair veranderen (planmatig, voorspelbaar, top-down) en de toekomst is voor emergent veranderen (dynamisch, onvoorspelbaar, ontstaat in interactie). Het boek benadrukt dat emergent veranderen beter past bij complexe situaties.
Organiseren en veranderen zijn in deze optiek nauwelijks van elkaar te scheiden: organisaties zijn voortdurend in beweging en verandering is een continu proces.
Voor de ervaren veranderaar
Veranderen voor de toekomst is zowel inhoudelijk als qua omvang -450 bladzijden- een stevig boek. Het bestaat uit acht delen met titels zoals ‘Veranderen in een niet-gekende wereld’, of ‘Veranderen als levende praktijk’. Elk deel bestaat steeds uit drie hoofdstukken, met titels zoals ‘Meer-dan-menselijk veranderen voor het antropoceen’, of ‘Poëtisch activisme: inspiratie uit actieonderzoek.’ Totaal zijn er 25 hoofdstukken
Eigenlijk richt Veranderen voor de toekomst zich vooral op ervaren professionals: adviseurs, organisatiekundigen en veranderaars die al vertrouwd zijn met het vakgebied en het bijbehorende jargon. Voor lezers zonder deze achtergrond kan het abstractieniveau hoog zijn. Titels als ‘Veranderen in een niet-gekende wereld’ of ‘Resonantie: werken op het niveau van sfeer’ vragen om interpretatie en kunnen bij minder ingevoerde lezers eerder verwarring oproepen dan inzicht bieden.
Opvallend is dat het boek zich expliciet distantieert van verandermanagers die verandering planmatig willen sturen. Voor een boek dat gaat over veranderen is deze afbakening bevreemdend, ook omdat ze niet toelichten waarom deze groep wordt uitgesloten
Mooie wereld
De redacteuren positioneren het boek als een uitgave voor veranderaars die willen bijdragen aan vitale organisaties en een betere wereld. Ze willen inspireren tot meervoudig kijken en betekenisvol werken.
Die omschrijving is sympathiek, maar weinig onderscheidend. Vrijwel iedere professional zal zich hierin kunnen herkennen, waardoor de doelgroep enigszins diffuus blijft. Want wie wil zich niet inzetten voor een mooiere wereld. En dat kan ook gezegd worden over de lezersgroep van ‘mensen die betekenisvol willen werken.’
Geen how-to
Veranderen voor de toekomst is dus geen how-to boek, of negen stappen voor succesvol veranderen. Het boek is ook geen verzameling wetenschappelijke artikelen, al komen sommige artikelen qua conceptuele opzet er dicht bij in de buurt. Veranderen voor de toekomst biedt een veelheid aan perspectieven. Filosofische beschouwingen (bijvoorbeeld over de ‘naargeestigheid’ van verandering) staan naast praktische inzichten over Cocreatie, samenwerking en maatschappelijke transities. Dit maakt het boek rijk, maar ook soms fragmentarisch. De lezer moet zelf verbanden leggen tussen hoofdstukken, die qua stijl en diepgang sterk kunnen verschillen.
De artikelen zijn goed geschreven (en geredigeerd) en het boek is aantrekkelijk vormgegeven. Elk hoofdstuk sluit af met een literatuuropgave/referenties.
Anders kijken
Het boek hoeft niet van kaft tot kaft gelezen te worden, de artikelen sluiten namelijk niet op elkaar aan en bouwen ook niet voort op voorgaande artikelen. In die zin is het boek een reader, een verzamelbundel artikelen. De lezer moet zelf verbanden leggen tussen hoofdstukken, die qua stijl en diepgang sterk kunnen verschillen. Om de zoekende lezer te helpen begint elk deel met een heldere en compacte introductie c.q. samenvatting van hetgeen komen gaat
Voor lezers die op zoek zijn naar eenduidige richtlijnen biedt dit boek weinig houvast. Daar staat tegenover dat de bundel juist sterk is in het openbreken van vanzelfsprekendheden. Het daagt de lezer uit om anders te kijken naar organiseren, veranderen en de eigen rol. Al met al is Veranderen voor de toekomst vooral geschikt voor ervaren en leergierige professionals, adviseurs en managers die op zoek zijn naar nieuwe perspectieven.
Over Rudy Kor
Rudy Kor is zelfstandig organisatieadviseur en auteur van diverse managementboeken. Tot voor kort werkte hij (als senior partner) bij Twynstra Gudde. Hij startte zijn werkzame leven bij Philips in Eindhoven. Als adviseur helpt hij (project)managers bij het effectiever inrichten van hun projecten. Als veellezer wordt hij gedreven door nieuwsgierigheid en schrijft regelmatig boekrecensies.